Tag: Diabetes

Diabetes, insulineresistentie en huidaandoeningen

In het kader van Wereld Diabetes Dag op woensdag 14 november, wil ik het hebben over diabetes, insulineresistentie en huidaandoeningen. laten we eerst kijken naar de cijfers.

Wereldwijd hebben meer dan 1,9 miljard volwassenen overgewicht en lijden ongeveer 600 miljoen mensen aan obesitas. Er zijn 7,7 miljard mensen op aarde, dat betekent dat wereldwijd 1 op de 4 mensen overgewicht heeft. 

Daarnaast zijn er 382 miljoen mensen met diabetes, en is 40-50% van de wereldbevolking is gelabeld met “hoog risico” dat wil zeggen prediabetes ofwel insuline resistentie. Dus de helft van de wereldbevolking heeft insuline resistentie! Dat is meer dan de hoeveelheid mensen met overgewicht. Ook zonder overgewicht kun je resistent voor insuline zijn!

Glucose uit voeding en insulineresistentie

Doordat we opgevoed zijn met het idee dat vet slecht is en koolhydraten en glucose essentieel voor onze energietoevoer heeft de helft van de wereldbevolking een insuline probleem en nemen diabetes type 2 en Alzheimer angstvallig snel toe en is kanker een ziekte die bij 1 op de 3 mensen voorkomt.

Hierdoor zijn de ziektekosten hoog en sterven er veel mensen voortijdig. De kwaliteit van leven daalt ook aanzienlijk. Zowel bij diabetes als bij obesitas overlappen genetische, epi-genetische en omgevingsfactoren elkaar en zijn ze meer inclusief dan exclusief. 

70-80% van de patiënten met obesitas en vrijwel elke patiënt met diabetes type 2 heeft insulineresistentie.

 

Insulineresistentie is een bekende factor bij de ontwikkeling van type 2 diabetes, die kenmerkend jaren vóór de diagnose verschijnt. De standaard manier om  insulineresistentie te diagnosticeren is de euglycemische insuline klem, dit is een complexe, invasieve, kostbare en daarom onhaalbare test om in de klinische praktijk te implementeren. 

 

Daarnaast wordt tegenwoordig de meting van HOMA-IR gebruikt als diagnose voor insuline resistentie. Hierbij moet je 12 uur vasten waarna je het glucose en insuline in het bloed meet, er wordt gekeken naar de verhouding van glucose en insuline waaruit een HOMA-IR(homeostase insulineresistentie) wordt berekend. Het is een indirecte, onnauwkeurige test.

 

Zelf gebruik ik een 5-uurs test. Je vast ook 12 uur en prikt jezelf 5 uur lang ieder half uur. Je prikt je voor het ontbijt en daarna ieder half uur, je mag daarbij geen inspanning leveren, dus niet wandelen, afwassen, trap lopen, omdat dit het glucose gehalte verlaagd. Je hebt hiervoor een glucosemeter nodig. 

 

Huidaandoeningen en insulineresistentie

 

Je kunt insulineresistentie echter ook herkennen aan huidaandoeningen, de volgende huidaandoeningen zijn het gevolg van insuline resistentie:

  • acrochordons (is een gesteelde rubberachtige, zachte benigne huidtumor (steelwratje), meestal huidkleurig, soms licht gepigmenteerd)
  • acanthosis nigricans (een donkere verkleuring van de huid in combinatie met verdikking van de huid.
  • androgenetische alopecia (haarverlies en kaalheid, ook bij vrouwen)
  • acne (puisten en bulten met push, cysten en littekens)
  • hirsutisme (overmatige haargroei bij vrouwen)

 

In uitvoerig onderzoek in 2017 op de Universidad Autónoma de Nuevo León, Monterrey, Mexico toonden de onderzoekers aan dat huidaandoeningen een  betrouwbare, eenvoudige en real-time manier om insulineresistentie te detecteren. In dit onderzoek kun je ook lezen op waarom de huidaandoeningen aantonen dat er insulineresistentie is.

Zo kan insulineresistentie veel sneller en makkelijker herkend worden en kunnen metabole problemen sneller aangepakt worden waardoor obesitas en diabetes verminderd en voorkomen kunnen worden.

Tegelijkertijd kunnen artsen deze niet alleen herkennen maar ook de patiënten behandelen voor de metabole problemen en als dit nodig is, hen leefstijl interventies, zoals gezonde voeding, beweging, niet roken en gewichtsverlies adviseren.

Heb jij acne, alopecia, hirsutisme, steelwratjes of een donkere verkleuring van je huid? Pak dan insulineresistentie aan en voorkom dat je op latere leeftijd diabetes type 2 of Alzheimer krijgt.  Alzheimer wordt ook wel Diabetes type 3 genoemd. Hierbij zit de insuline resistentie alleen in de hersenen. 

 

Diabetes type 3 en insulineresistentie

Als insuline resistente chronisch is, kan er alleen in vetweefsel insulineresistentie zijn, het is dan gecompartimentaliseerd is. (alleen in een deel van je lichaam, hier dus alleen in vetweefsel) Bij Alzheimer zit de insuline resistentie dus alleen in de hersenen, hersenen bestaan voornamelijk uit vet.

Hierdoor is het heel moeilijk te meten. Het kan ook in andere organen ontstaan en ieder orgaan kan insulineresistentie op zijn eigen manier ervaren. 

Als je jezelf test op insulineresistentie test met een 5-uurs bloedtest, is de insulineresistentie al systemisch- dit betekent dat het niet alleen in de compartimenten is maar in heel je lichaam. Dit is waarom zeg maar 35% van de bevolking niet gediagnosticeerd is met diabetes (insulineresistentie is het begin van diabetes)

Het is niet iets dat je kunt voelen of zien en het kon heel lang niet gediagnosticeerd worden.

Het vroegste stadium van insulineresistentie kun je herkennen aan reactieve hypoglycemie wat zich ontwikkelt tot hyperglycemie.

Reactieve hypoglykemie 

Reactieve hypoglycemie betekent simpelweg dat je bloedsuiker plots daalt en lager wordt dan je bloedsuiker die je had voordat je ging eten.  Het hoeft dus niet te betekenen dat je een laag bloedsuiker hebt, alhoewel de meest mensen denken dat dit hypoglycemie is.  

De meeste mensen voelen dan honger, worden chagrijnig, hebben hoofdpijn en het bloedsuiker daalt tot onder een bepaald punt je voelt je dan bibberig, duizelig, gaat zweten en kan flauwvallen.

Symptomen van Reactieve Hypoglykemie zijn:

  • angst
  • verwarring
  • niet goed kunnen zien
  • duizeligheid
  • vermoeidheid
  • hoofdpijn
  • hartkloppingen
  • meer honger
  • geïrriteerdheid
  • licht gevoel in het hoofd
  • slaap problemen
  • zweten
  • slapte

Pak de reactieve hypoglycemie aan:

  • Verminder de inname van koolhydraten en / of eet frequente kleine maaltijden – de eerste stap van de behandeling is je dagelijkse voeding op te splitsen in verschillende kleine maaltijden en snacks, niet meer dan 3 uur uit elkaar. die minder koolhydraten bevatten.
  • Eet een uitgebalanceerd dieet, inclusief vlees, gevogelte, vis, niet-vlees eiwitbronnen, zuivelproducten en vezelrijk voedsel zoals volle granen, fruit en groenten.

Voorkom dat reactieve hypoglycemie systemische insulineresistentie wordt,  daarmee voorkom je ook diabetes en Alzheimer.

Heb je al insulineresistentie of wil je het meten, neem dan contact mij. Voorkomen van erger is echt heel belangrijk, bovendien zullen ook andere klachten als ontstekingen en daar mee verband houdende aandoening verminderen als je je voeding en leefstijl aanpast.

 

 

DPP4 en Diabetes type 2

De kans is groot dat je op deze blog bent gekomen omdat je zocht naar meer informatie over DPP4 verlagende medicatie en Diabetes. Misschien heb je deze voorgeschreven gekregen van je arts en wil je weten hoe het werkt. Dan ga ik je verbazen en hopelijk verblijden met de volgende informatie die waarschijnlijk het tegenovergestelde is van wat je arts je vertelde: Je moet DPP4 verlagen. Ik ga je haarfijn uitleggen waarom je dit juist niet moet doen!

Wat is DPP 4?

DPP4 is een enzym met meer dan 70 functies en helpt bij de afbraak van exorfinen uit gluten en caseïne. Het gaat hierbij om gliadin morfine 7 (GMP 7) en bèta casomorfine 7 (BCM7) voornamelijk uit koeienmelk type A1, ik schreef hier al eerder over het verschil tussen A1 en A2 melk.
Exorfinen zijn morfine-achtige stoffen. De exorfinen zorgen dat het immuunsysteem de wand van de dunne darm aanvalt waardoor je gevoelig wordt voor gluten. Je hebt dan geen Coeliakie, maar wel glutenintolerantie officieel noemt men dat Non-Celiac Gluten Sensitivity (NCGS).
De darmwand wordt hierdoor aangetast en er kan zich hierdoor een lekke darm ontwikkelen waardoor er verschillende ziekten zich kunnen ontwikkelen.

Als je gluten en/of caseïne eet krijg je een tevreden gevoel, je kunt hier aan verslaafd raken. Exorfinen zijn tenslotte morfinen. Dit gevoel ontstaat doordat de exorfinen zich in de hersenen aan endorfine binden. Als je veel gluten en caseïne eet, dus bijvoorbeeld veel brood, pasta, koekjes, kaas, melk krijg je veel exorfinen binnen en kunnen endorfinen uitgeput raken, de endorfine receptoren worden dan geblokkeerd en er wordt tegelijkertijd minder dopamine afgegeven. Endorfine is de stof die je zo’n prettig gevoel heeft.
Hierdoor kun je juist meer trek hebben in zoetigheid. Je wilt dat de dopamine omhoog gaat. Je kunt concentratieproblemen hebben, ADHD, autisme, schizofrenie, verslavingen, eetstoornissen en depressie doordat je teveel exorfinen hebt.

Diabetes type 2

Doordat er teveel exorfinen zijn en ga je meer eten en heb je kans op obesitas en diabetes type 2. Je verlangt vooral naar caseine, zuivel met veel vet en naar gluten, brood, koekjes, pasta en de combinatie van deze twee is funest voor je gezondheid. Doordat je veel koolhydraten en vetten binnenkrijgt kun je insulineresistent worden en kun je uiteindelijk diabetes type 2 krijgen.

 

DPP 4 en de darm

Het is dus belangrijk dat er niet teveel exorfinen in je darmen en hersenen komen. In je een gezonde dunne darm bevindt zich het dipeptidylpeptidase (DPP4), dit enzym breekt eiwitten af en wordt onder andere door de epitheelcellen in de darm gemaakt. (Ook in de alvleesklier, luchtwegen en het oorkanaal). Er zijn meerdere enzymen die eiwitten af kunnen breken, maar DPP4 is het enige enzym wat de eiwitten van gluten en caseïne af kan breken en is dus erg belangrijk. Als hier een tekort aan is, kunnen de exorfinen dus niet door een ander enzym afgebroken worden.

Tekort aan DPP 4

Zoals gezegd zorgt een tekort aan DPP4 voor een gluten en caseïne overgevoeligheid en diezelfde gluten en caseïne veroorzaken ook een tekort aan DPP 4. Dus als je tarwe, rogge, kamut, spelt en zuivel van A1 koeien blijft gebruiken, zul je nooit uit de vicieuze cirkel komen.

Bij diabetes type 2 worden ook nog wel eens DPP 4 remmers als medicatie gegeven omdat het bloedglucosegehalte dan daalt. Door deze medicatie vererger je de situatie. Door een nog verdere daling van DPP4 worden de darmen nog verder aangetast. De bijwerkingen van deze medicatie zijn darmklachten, hoofdpijn en infecties van long en luchtwegen en griep en verkoudheidsverschijnselen. Het laatste wat je wil doen in dit geval is je DPP4 verlagen.

Zorg dus dat je de oorzaak aanpakt: Wat veroorzaakt een bloedsuikerverhoging: het eten van veel koolhydraten en suikers. Dus de trek in koolhydraten moet je verlagen. En dat doe je door de darmgezondheid te verbeteren zodat het endorfine systeem niet overbelast wordt.
Dus eet geen gluten en caseïne meer en let op de volgende factoren die tevens het DPP4 enzym verlagen:

  • Dynorfinen: dit zijn opioïde peptiden(eiwitten) Het endorfinesysteem heeft 3 soorten receptoren: KOR, DOR en MOR. Dynorfinen activeren KOR en deze receptoren remmen MOR en DOR. Exorfinen en andere opiaten activeren dynorfinen. Dynorfinen remmen dopamine, het DPP-IV enzym en BDNF. BDNF is een belangrijke stof voor het overleven van neuronen. Het beschermt de hersenen tegen neurodegeneratie, een problematiek die voorkomt bij geheugenproblemen, de ziekte van Alzheimer en Parkinson .
  • Histamine, een stof die vrijkomt bij allergische reacties en voedingsintoleranties. Histamine is een dynorfine activator.
  • TNF-alfa komt vrij bij een mestcel reactie bij allergie, histamine-intolerantie, voedselintolerantie, mcas.
  • TGF-beta (transformerende groei factor)
  • Hyperinsulinemie (stofwisselingsziekte met verhoogd insuline)
  • Kwik (amalgaam vullingen, vis, vaccins), laat amalgaamvullingen verwijderen en ontgift van zware metalen met een speciaal programma.
  • Cadmium in sigaretten. Ook meeroken kan voor een te hoog cadmiumgehalte zorgen. Ontgift van zware metalen met een speciaal programma. Ook als je vroeger gerookt hebt, kun je nog steeds cadmium in je diepere weefsels hebben.
  • Calcium suppletie: het nemen van DPP-IV producten mag liefst niet gecombineerd worden met de extra inname van calcium.
  • Insecticiden, herbiciden en pesticiden: eet biologisch
  • Cholecystokinine, een neurohormoon dat de galblaas stimuleert tot het afscheiden van gal. Cholecystokinine veroorzaakt een toename van dynorfine. Exorfinen veroorzaken een sterke toename van cholecystokinine wat op termijn kan leiden tot het ophopen van galstenen en galblaas infecties (helaas wordt er veel te snel overgegaan tot het operatief verwijderen van de galblaas). Gluten veroorzaakt een acht keer langzamere lediging van de galblaas door toename van cholecystokinine.
  • Gierst bevat een DPP 4 verlagende stof. Parelgierst wordt soms gebruikt bij het maken van bier.
  • Polyfenolen. Komen van nature voor in planten en groenten. In natuurlijke vorm zijn polyfenolen gezond. Geconcentreerde polyfenolen (extracten) gebruikt in voedingssupplementen zijn giftig omdat ze een sterke DPP-IV remmende werking hebben. Sommige van deze polyfenolen remmen het DPP-IV enzym sterker dan de DPP-IV remmende geneesmiddelen die aan diabetici worden voorgeschreven. De polyfenolen werden in dit onderzoek R ingedeeld in drie groepen: Groep 1 (sterkste remmers): resveratrol, luteoline, apigenine en flavonen. Groep 2 (matige remmers): naringenin, hesperetin, cyanidin-3-glucoside, kaempferol en malvidine. Groep 3 (zwakke remmers): cyanidine, quercetine en koffiezuur.
  • Druivenpitten: (ook in olie en druivenpitten supplementen zoals proanthenol en resveratrol).
  • Naringin: een flavonoïde, zit in grapefruit en sinaasappelschillen (commercieel sinaasappelsap uit extracten bevat schil restanten). Naringin blokkeert niet alleen de P450-detox-enzymen (CYP3A4 en CYP1A2) maar ook het DPP-IV enzym R.
  • Fosforzuur: (een smaakversterker in bijna alle frisdranken)
  • Chitosan is een natuurlijk voorkomende polysacharide met antibacteriële werking. Het wordt gebruikt in deodorants, waterverzachters, waterfilters en voor het klaren van wijn. Chitosan is een sterke DPP-IV remmer (80% verminderde activiteit van het DPP-IV gen)
  • Fluor en fluoride (tandpasta)
  • Wei : bv. in proteïne shakes

Leefstijlfactoren:

  • Uitgaan: Bijna alle drugs maar vooral dopamine stimulerende drugs als dextro-amfetamine en amfetamine/speed, Ritalin, roken, alcohol activeren dynorfinen waardoor DPP 4, dopamine en BDNF geremd wordt.
  • Chronische en belastende stress. Stress activeert het CRH-hormoon, dat op zijn beurt dynorfine activeert.

Medicatie en supplementen met DPP 4 verlagende werking:

  • DPP-IV remmers: wordt voorgeschreven bij diabetes! DPP-IV remmers verhogen de kans op psychose en andere dopamine verstoringen bv. verslaving en gewelddadig gedrag
  • Dopamine stimulerende medicatie (bv. Ritalin®/Rilatine® R, dextro-amfetamine R, Levodopa® R), activeren dynorfine.
  • Glucocorticoïden: corticosteroïden, worden voorgeschreven bij ontstekingen en allergieën, het onderdrukt het immuunsysteem. Wat toch al onderdrukt wordt door het teveel aan exorfinen.
  • Ezetimibe en statines: (cholesterolverlagers)
  • Chlorambucil (chemotherapie)
  • Antipsychotica
  • EDTA : (een zware metalen chelator)
  • Adenosine
  • Forskolin (vetverbrander voor gewichtsverlies)
  • Antibiotica
  • Efedrine (hoestdranken, drugs)
  • Rauvolfia serpentina/slangenhout (een van de 50 meest gebruikte kruiden in de Chinese geneeskunde)
  • Berberine: een vaak toegepast voedingssupplement, komt ook voor in Relora® (productnaam van een voedingssupplement met extracten van Phellodendron amurense)
  • Epicatechine derivaten: antioxidanten concentraten uit groene thee, rode wijn en chocolade. Het nemen van teveel antioxidanten via supplementen is toxisch.
  • Teveel zink: (bv. door hoge doseringen in voedingssupplementen. Chlorella, tarwe en andere granen kunnen een zink-tekort veroorzaken. Magnesium versterkt de binding van de endorfine receptoren in de hersenen van ratten, terwijl zink deze magnesium interventie neutraliseert

DPP4 verhogen

  1. Stop met het gebruik van gluten en zuivel. Je kunt proberen A2 zuivel te gebruiken. In Nederland is A2 melk verkrijgbaar van Jersey koeien. Veel ambachtelijke kaas uit zuid-Europa wordt gemaakt van koeien die A2 melk geven. Lees hier meer over A2 melk. Het veiligst is om in de herstelfase helemaal geen zuivel te gebruiken.
  2. Eet koolhydraatarm: veel groenten, eiwitten en vetten. Zorg altijd dat groenten de basis vormen. Vetten lijken DPP4 in de darmen en nieren te verhogen. De huidige reguliere aanpak bij diabetes is om DPP4 te verlagen, door middel van medicatie en de vetinname te verlagen. Je blijft dan koolhydraten en caseine eten en er wordt niet gekeken naar de gluten en caseïne gevoeligheid door een tekort aan DPP 4. Als je dan ook nog DPP 4 verlagende medicatie gebruikt wordt de situatie van kwaad tot erger. Je diabetes zal dan niet overgaan.
    Misschien ken je het programma van Voeding Leeft: Keer Diabetes 2 om, in dit programma wordt er koolhydraatarm gegeten. Dit ondersteunt het principe wat ik hierboven uitgelegd heb. Je herstelt de oorzaak van je diabetes: exorfinen belasting en tekort aan DPP 4. De basis van je gezondheid zijn gezonde darmen.
  3. Betreft de lange lijst met DPP 4 verlagende stoffen, gluten en caseine zijn de veroorzakers van een te laag DPP 4, probeer rekening te houden met je voeding en supplementen. Eet vers en onbewerkt, geen frisdranken en chemicalien. Eet zoveel mogelijk biologisch.
  4. Heb je darmklachten, glutenintolerantie en misschien ook wel caseine allergie en heb je moeite om koolhydraten te laten staan waardoor je diabetes hebt ontwikkeld? Start dan zo snel mogelijk met een dieet zonder gluten en caseïne en begin met supplementeren van DPP4 enzymen. En stop met de DPP 4 remmers als je die nu gebruikt.

Overleg deze aanpak wel eerst met je huisarts. laat hem/haar dit artikel lezen.. Ik kan je begeleiden met het herstellen van je darmen waardoor je geen insuline of andere medicatie kunt verminderen of zelfs helemaal kunt stoppen.

Wil je weten of ik je kan helpen? Bel dan op maandagochtend tussen 10 en 11 uur voor een gratis kennismakingsgesprek: 0613426644 of mail naar info@voedingsadviesrotterdam.nl

Vond je dit artikel nuttig? Deel het dan gerust.

Ik besteed veel tijd aan het schrijven van blogartikelen, dit doe ik graag, ik wil dat je goed geinformeerd wordt, ik zou niets liever doen dan voor jou schrijven. Ik verdien hier niets aan, helaas moet ik dan ook steeds meer tijd besteden aan andere (betaald) werk en daardoor kan ik minder schrijven. Wil je mij ondersteunen? Dan kan dat al vanaf eenmalig €1,00 of meer. Gewoon als teken van waardering, of omdat je meer wilt lezen van mijn hand. Jouw donatie besteed ik uiteraard aan tijd om goeie blogs te schrijven. Alvast, heel erg bedankt!

, Lisa

Naam*

E-mailadres*

Bedrag €*



Hoe vet verbannen werd door de suikerlobby

 

 

Een jaar voordat ik geboren werd, in 1968, is vet tot Mr. Evil verklaard. Terwijl men zich in de jaren ’50 zorgen over suiker (sucrose) als veroorzaker van coronaire hartziekten. 

Dat vet als slecht voor de gezondheid werd verklaard en niet suiker komt doordat het onderzoek, uitgevoerd door wetenschappers van Harvard, naar coronaire hartziekten door het Sugar Research Foundation (SRF) werd gesponsoord, ofwel de suikerindustrie. De resultaat van dit onderzoek werd in 1967 gepubliceerd in New England Journal of Medicine, waarbij uiteraard niet werd vermeld dat het onderzoek betaald werd en in opdacht werd gedaan voor de SRF.

In het onderzoek werd gesuggereerd dat voorgaande onderzoeken naar de invloed van suiker op de gezondheid, niet goed uitgevoerd waren en dat het weglaten van vet de beste manier was om coronaire hartziekten te voorkomen.

De SRF zag namelijk al in 1954 een grote groeimogelijkheid als men minder vet zou moeten eten voor de gezondheid, hoe minder vet je gebruikt, hoe groter de behoefte aan suiker. En zo zou de suikerindustrie gigantisch kunnen groeien. Per persoon zou er 1/3 meer suiker worden geconsumeerd. Wat dus ook is gebeurd.

Toen in de jaren 60 echter onderzoeken naar buiten kwamen waarbij vooral suiker, los van de koolhydraten in het algemeen, slecht was voor hart- en vaatziekten. Betaalde de SRF een flinke som geld aan de onderzoekers om de uitkomst van het onderzoek te manipuleren. Het onderzoek duurde erg lang omdat er steeds meer onderzoeken naar buiten kwamen die sucrose(suiker) aanwezen als grootste gevaar. Maar in 1967 kwam dan eindelijk het onderzoek naar buiten.

Om suiker een minimale rol in hart- en vaatziekten te geven werden veel epidemiologische onderzoeken van suikerconsumptie- waarbij gekeken wordt naar patronen in gezondheid en ziekte- weggelaten omdat deze teveel mogelijke factoren zouden bevatten en de uitkomst van het onderzoek zouden dwarsbomen. Ook experimentele onderzoeken werden buiten beschouwing gelaten omdat deze niet een reeel beeld zouden geven op het echte leven.

Zo werd bijvoorbeeld een onderzoek waarbij mensen minder suiker en meer groenten aten weggelaten omdat een verandering in dieet niet haalbaar zou zijn. (dit klinkt als een erg bekend argument van ons huidige Voedingscentrum in Nederland)

Bij een ander onderzoek, waarbij ratten een vet-arm en suikerrijk dieet kregen werd verworpen omdat “zulke dieten zelden door mensen worden geconsumeerd.”

Vervolgens werden alle onderzoeken die wezen op de gevaren van vet extra aangevoerd. De huidige SRF reageerde op de onderzoeken naar de invloed van de suikerlobby dat ze moeilijk commentaar konden geven op gebeurtenissen die zo lang geleden hebben plaatsgevonden.

Echter vinden vandaag de dag nog steeds onderzoeken plaats in opdracht van de suikerindustrie. Coca-Cola sponsorde een onderzoek waarbij moest uitwijzen dat suikerdranken geen invloed hebben op obesitas en een grote snoep fabrikant betaalde en beinvloedde onderzoek waarbij de uitkomst was dat kinderen die snoep eten een gezonder lichaamsgewicht hebben dan kinderen die dat niet doen.

Dat suiker de grootste veroorzaker van ziekte is, mag ondertussen duidelijk zijn. Het wil niet zeggen dat je je helemaal vol kunt eten met vet. Want ook dat levert problemen op, vooral plantaardige olien zijn gevaarlijk omdat deze niet goed verwerkt kunnen worden omdat veel mensen een tekort hebben aan voedingsstoffen (vitaminen en mineralen) en we er bovendien veel te veel van binnen krijgen.

Lees ook: Boter en je cholesterol

 

Wil je weten of ik je kan helpen? Bel dan op maandagochtend tussen 10 en 11 uur voor een gratis kennismakingsgesprek: 0613426644 of mail naar info@voedingsadviesrotterdam.nl

Vond je dit artikel nuttig? Deel het dan gerust.

Ik besteed veel tijd aan het schrijven van blogartikelen, dit doe ik graag, ik wil dat je goed geinformeerd wordt, ik zou niets liever doen dan voor jou schrijven. Ik verdien hier niets aan, helaas moet ik dan ook steeds meer tijd besteden aan andere (betaald) werk en daardoor kan ik minder schrijven. Wil je mij ondersteunen? Dan kan dat al vanaf eenmalig €1,00 of meer. Gewoon als teken van waardering, of omdat je meer wilt lezen van mijn hand. Jouw donatie besteed ik uiteraard aan tijd om goeie blogs te schrijven. Alvast, heel erg bedankt!

, Lisa

Naam*

E-mailadres*

Bedrag €*



Bronnen: National Public RadioAPNewsJamaNetwork

 

 

DPP IV enzym en gezondheidsklachten

 

Heb je last van voedselintoleranties, histamine intolerantie, depressie, angst, stress, overgewicht of diabetes type 1 of 2? En heb je toevallig ook concentratieproblemen, ADHD/ADD? Ben je gek op brood en zuivel? Of eet/drink je veel soja en spinazie? Laten we dan een kijkje nemen in de darmen. We kijken deze keer niet naar de samenstelling van darmbacterien of een lekke darm, maar naar morfine achtige stoffen die in voeding voorkomen: exorfinen.

Als al eens een lowcarb of paleodieet hebt gevolgd en je bent er in het begin flink chagerijnig van geworden, je partner klaagt dat dit dieet je niet leuker maakt, dan weet je: Je bent aan het afkicken van exorfinen. Deze morfine-achtige stoffen geven je even een goed gevoel. Sommige mensen zijn er aan verslaafd zonder dat ze het weten.  Je hebt bijvoorbeeld een dip: neemt iets met tarwe (koekje, brood, etc) en je voelt je weer even beter.

Exorfinen zitten in gluten, caseine, soja en spinazie en in sommige schimmels. Normaal gesproken worden ze in de darmenafgebroken door het DPP-IV enzym. Maar er zijn mensen waarbij dit enzym onvoldoende werkt.

Als exorfinen niet goed afgebroken worden, worden de endorfine receptoren overmatig geactiveerd, die op hun beurt de dopamine afgifte stimuleert. Hierdoor voel je je lekker. Je zou denken, niets aan de hand toch? Maar door een langdurige overmatige stimulatie wordt endorfine, dopamine, insuline en cortisol ongevoelig.

Langdurige stimulatie van endorfine & dopamine door teveel exorfinen

Receptoren endorfine, dopamine, insuline, cortisol worden ongevoelig.

Hierdoor kun je diabetes type 1 en 2, overgewicht, stress-stoornissen en bijvoorbeeld depressie en angststoornissen, restless legs ontwikkelen.

Afspraak maken

DDP-IV enzym

Men weet pas sinds 2011 dat het DPP-IV enzym de hoeveelheid endorfine in de hersenen reguleert. Deze ontdekking is een mijlpaal in de geneeskunde, aangezien endorfine (samen met insuline) de belangrijkste dopamine stimulator is in het beloningssysteem van de hersenen. Daarmee neemt het enzym een centrale plaats in het ontstaan van psychische stoornissen.

Smaakversterkers blokkeren het DPP-IV enzym erg snel . Ook vernielen ze de  endorfine-receptoren waardoor de endorfine aanmaak met 70% daalt zodat er minder dopamine vrijkomt.

Het DPP-IV enzym beschermt de endorfine receptoren tegen overbelasting door opioïden, met in het bijzonder de exorfinen uit voeding.

Diabetes, bijnieruitputting door teveel exorfinen

Exorfinen zorgen in de eerste fase voor een forse toename van endorfine, dopamine, insuline en cortisol in de cellen en neuronen. Endorfine en dopamine is fijn maar een teveel aan insuline kan je insulineresistent maken en uiteindelijk zorgen voor diabetes en bij een constante overflow van cortisol voel je je vaak onrustig, gehaast, in paniek of angstig. Tot uiteindelijke de bijnier uitgeput is en geen cortisol meer kan aanmaken en je bijnieruitputting hebt.

Depressie en DPP-IV

Volgens diverse onderzoeken hebben mensen met een depressie een verlaagde DPP-IV activiteit. Bij deze mensen stapelen de exorfinen zich op in de hersenen, waar ze de serotonine receptoren blokkeren.
Antidepressiva zijn actief op de serotonine receptoren. Dit zou kunnen verklaren waarom antidepressiva (volgens een meta-studie uitgevoerd door het FDA in 2008) over het algemeen niet beter werken dan een placebo. Antidepressiva blokkeren de werking van dopamine.

ADD/ADHD en DPP-IV

De combinatie antidepressiva en methylfenidaat die zo vaak aan mensen met ADD/ADHD wordt gegeven is dan ook contraproductief.
De meeste antidepressiva worden geactiveerd via de endorfine receptoren . Dit verklaart waarom mensen met endorfine probleem niet geholpen kunnen worden door antidepressiva. Uit een meta-studie van het FDA blijkt dat antidepressiva niet beter werken dan een placebo.

 

Doe een Exorfinentest

Wat is het DPP-IV enzym?

Het DPP-IV enzym is een multifunctionele enzymen en heeft meer dan 70 functies. Het is onder meer betrokken bij de afbraak van exorfinen, dit zijn morfineachtige eiwitten uit gluten, caseïne, soja, spinazie en micro-organismen. En het is belangrijk voor het immuunsysteem.

Het DPP-IV enzym bevindt zich in de dunne slijmlaag van de darmen. Daar verhindert het de opname van exorfinen in de bloedbaan en beschermt het de endorfine receptoren. Het endorfinesyteem heeft in de darm een ontstekingsremmende  werking. Het DPP-IV enzym helpt de microvilli mee in stand houden en is daarmee is van de belangrijkste enzymen om lekkende darm te voorkomen en te behandelen.

Onderzoek wijst uit dat bij een tekort aan DPP-IV enzym werking (bv. onder invloed van gluten) de microvilli verkleinen en lekkende darm in de hand werkt. Galactose, een genetische DPP-IV enzym stimulator doet de groei van microvilli toenemen.

Immuunsysteem en DPP-IV

De immunologische functie van het DPP-IV enzym wordt afzonderlijk aangeduid met de term CD26 enzym. Een tekort aan  CD26 activiteit is betrokken bij diverse immuun-aandoeningen en kanker. Vitamine A is een van de genetische stimulators van het CD26 enzym.

CD26 activeert de lymfocyten die prolifereren in T-cellenB-cellenNK-cellen. Deze cellen en hun bijproducten (antistoffen) spelen een centrale rol in het adaptieve of verworven immuunsysteem. Dit is het aanpassingsimmuunsysteem tegen ziekteverwerkers zoals pathogenen en eiwitten die antistof-reacties kunnen teweegbrengen (bv. de IgG en de IgE antistoffen door voeding).

Verstoringen in de werking van CD26 zijn betrokken bij diverse (auto) immuunaandoeningen. Voorbeelden zijn allergieën, astma, CVS, kanker, fibromyalgie, reumatoïde arthritis, lupus, depressie en autisme .

CD26 bindt zich op dezelfde receptoren van de lymfocyten waar zich ook exorfinenorganofosfatenstreptokinase en thiomersal binden. Dit laatste is een kwik bevattende stof die aan vaccins wordt toegediend. Volgens Vodjani ligt het vaccineren met thiomersal mee aan de oorzaak van de toename van autisme, ADD en ADHD. Deze co-receptoren worden ook bezet door stoffen die een rol spelen bij kanker, AIDS, reumatoïde artritis, lupus, multiple sclerose en andere (auto) immuunziekten.

Defecten in de werking van het CD26 enzym zou ook betrokken zijn bij de vorming van myelomonocyten. Deze cellen spelen een rol bij het ontstaan van acute en chronische myeloïde leukemie.

Het CD26 enzym heeft een sterke antivirale werking. Zo is bekend dat vrouwen met een sterke CD26 werking geen HIV-1infectie ontwikkelen na geslachtsgemeenschap met een seropositieve man.  Volgens diverse wetenschappers wordt de AIDS-epidemie mogelijk gemaakt door een verminderde functie van het DPP-IV/CD26 enzym.

Een verstoring in de werking van het CD26 enzym is betrokken bij de meeste (auto) immuunziekten . Dit doet de vraag rijzen of wel een goed idee is om medicinale DPP-IV/CD26 remmers in te zetten voor de behandeling van diabetes. Zeker nadat bekend werd dat deze geneesmiddelen de kans op kanker doen toenemen.

Er zijn onderzoeken waarbij de DPP-IV en CD26 enzym functie (in bepaalde omstandigheden) onafhankelijk van elkaar blijken te werken. Dit betekent dat iemand geen immuniteitsproblemen kan ondervinden (CD26), maar wel andere complicaties ten gevolge van een deficiënte DPP-IV enzym werking. De enige bedenking is dat dit onderzoek is gesponsord door fabrikanten van DPP-IV enzym remmers.

Allergien en DPP-IV

Als het  DPP-IV enzym niet goed werkt zorgt dit voor een toename van de eosinofiele granulocyten. Deze witte bloedcellen zijn betrokken bij de pathogenese van allergische reacties, zoals allergisch astma, rinitis en dermatitis. Toename van de eosinofiele granulocyten veroorzaken een systemische respons. Bij deze respons komen ontstekingsmediatoren   (IL-1, IL-6 en TNF-alpha) in de bloedbaan terecht die een allergische reactie opgang brengen.

Het DPP-IV enzym is een essentieel enzym voor de antigeen presentatie. Het DPP-IV enzym promoot een normale cellulaire immuun-respons en is belangrijk voor de vorming van signaalstoffen die betrokken zijn bij inflammatie en andere immunologische reacties. Uit onderzoek blijkt dat de afbraalk van TNF-alfa (tumor necrosis factor alpha) gebeurt door DPP-IVTNF-alfa is een signaalstof dat ontsteking stimuleert en betrokken is bij auto-immuunziekten en kanker. Een verminderde werking van DPP-IV heeft overproductie van TNF-alfa tot gevolg. Dit wordt in verband gebracht met een aantal immuunziekten, zoals autisme, kanker, darmontstekingen en reumatoïde artritis.

In een onderzoek van 2007 werd een verband aangetoond tussen het DPP-IV enzym en allergieën. Moeders met tijdens de borstvoeding lage DPP-IV waarden, hadden beduidend meer kans op een kind met dermatitis en allergieën.

Een deficiënte DPP-IV werking zorgt voor een toename van de eosinofiele granulocyten. Deze witte bloedcellen zijn betrokken bij de pathogenese van allergische reacties, zoals allergisch astma, rinitis en dermatitis. Toename van de eosinofiele granulocyten veroorzaken een systemische respons. Bij deze respons komen ontstekingsmediatoren (IL-1, IL-6 en TNF-alpha) in de bloedbaan terecht die een allergische reactie opgang brengen.

Het DPP-IV enzym is een essentieel enzym voor de antigeen presentatie. Het DPP-IV enzympromoot een normale cellulaire immuun-respons en is belangrijk voor de vorming van signaalstoffen die betrokken zijn bij inflammatie en andere immunologische reacties. Uit onderzoek blijkt dat de afbraalk van TNF-alfa (tumor necrosis factor alpha) gebeurt door DPP-IVTNF-alfa is een signaalstof dat inflammatie stimuleert en betrokken is bij auto-immuunziekten en kanker.. Een verminderde werking van DPP-IVheeft overproductie van TNF-alfa tot gevolg. Dit wordt in verband gebracht met een aantal immuunziekten, zoals autisme, kanker, darmontstekingen en reumatoïde artritis.

In een onderzoek van 2007 werd een verband aangetoond tussen het DPP-IV enzym en allergieën. Moeders met tijdens de borstvoeding lage DPP-IV waarden, hadden beduidend meer kans op een kind met dermatitis en allergieën R.

DPP-IV enzym remmende factoren

De werking van het DPP-IV enzym kan worden geremd door verschillende natuurlijke en chemische stoffen. Sommige van deze stoffen zoals kwik (amalgaamvullingen) kunnen de werking van het enzym jarenlang afremmen. Koemelk (en andere niet-humane melk) is niet geschikt voor de mens.

  • Niet-humane melk (bv. koemelk) bevat casomorphin-5, een exorfine uit caseïne. De afbraakproducten van casomorphin-5 blokkeren de werking van het DPP-IV enzym. Indien niet-humane melk geschikt was voor de mens, zou het nooit een enzym remmen dat meer dan 70 functies heeft. (humane melk bevat geen casomorphin-5). Bovendien is casomorphin-5 in de hersenen zowat tien maal sterker dan morfine R. Met andere woorden niet-humane melk heeft een verdovend effect dat haaks staat op het overlevingsinstinct van de oermens (jagers moeten alert zijn).

Een overzicht van de DPP-IV remmende factoren:

  • Calcium suppletie: het nemen van DPP-IV producten mag liefst niet gecombineerd worden met de extra inname van calcium.
  • Organofosfaten (insecticidenherbiciden en pesticiden)
  • Kwikverbindingen: (amalgaam, vaccins en vis)
  • Vaccins tegen baarmoederhals kanker 
  • Ezetimibe: (cholesterolverlager)
  • Statines: (cholesterolverlagers)
  • Chlorambucil (chemotherapie)
  • DPP-IV remmers: (diabetes) DPP-IV remmers verhogen de kans op psychose en andere dopamine verstoringen (bv. verslaving en gewelddadig gedrag)
  • Glucocorticoïden: (voornamelijk cortisol)
  • Superoxide: zie punt dementie en de ziekte van Parkinson
  • Cationische peptidenCaseïneexorfinen; de afbraakproducten van BCM-5 – een caseïneexorfine –  remmen de werking van het DPP-IV enzym. Met andere woorden niet-humane melk-exorfinen schakelen de werking van het DPP-IV enzym uit.
  • Dynorphin: een opioïde die de KOR receptoren van het endorfinesysteem activeert. De KOR receptoren werken als een remmer van de andere twee receptoren van het endorfinesysteem (MOR en DOR). Dynorphin wordt actief door opiaten (bv.exorfinen), het gebruik van dopamine stimulerende geneesmiddelen   (bv.Ritalin®/Rilatine®, dextro-amfetamine, Levodopa®), antipsychotica, chronische stress, roken, alcohol, bijna alle drugs en het consumeren van overwegend vette voeding. Dynorphin is een dopamine-remmer, een DPP-IV enzym remmer en een BDNF remmerBDNF beschermt de hersenen tegen neurodegeneratie, een problematiek die voorkomt bij geheugenproblemen, de ziekte van Alzheimer en Parkinson .
  • Histamine, een stof die vrijkomt bij allergische reacties. Histamine is een dynorphin-activator een stof met een sterk DPP-IV remmend effect .
  • Dopamine stimulerende medicatie (bv.Ritalin®/Rilatine® R, dextro-amfetamine R, Levodopa® R), activeren dynorphin, dat een DPP-IV remmer is R (zie dynorphin)
  • Cholecystokinine, een neurohormoon dat de galblaas stimuleert tot het afscheiden van gal. Cholecystokinine veroorzaakt een toename van dynorphin R, dat een DPP-IV remmer is(zie dynorphin). Exorfinen veroorzaken een sterke toename van cholecystokinine wat op termijn kan leiden tot het ophopen van galstenen en galblaasinfecties (helaas wordt er veel te snel overgegaan tot het operatief verwijderen van de galblaas). Gluten veroorzaakt een acht keer langzamere lediging van de galblaas door toename van cholecystokinine.
  • Chronische en belastende stress. Stress activeert het CRH hormoon, dat op zijn beurt dynorphin activeert. Dynorphin is een DPP-IV remmer. (zie dynorphin)
  • Chitosan is een natuurlijk voorkomende polysacharide met antibacteriële werking. Het wordt gebruikt in deodorants, waterverzachters, waterfilters en voor het klaren van wijn. Het is tevens een erg omstreden voedingssupplement om te vermageren (omdat het de opname van vet via de darmwand blokkeert), dat helaas mag verkocht worden…. Chitosan is een sterke DPP-IV remmer (80% verminderde activiteit van het DPP-IV gen)
  • Berberine: een vaak toegepast voedingssupplement, komt ook voor in Relora® (productnaam van een voedingssupplement met extracten van Phellodendron amurense)
  • Polyfenolen. Komen van nature voor in planten en groenten. In natuurlijke vorm zijn polyfenolen gezond. Geconcentreerde polyfenolen (extracten) gebruikt in voedingssupplementen zijn giftig omdat ze een sterke DPP-IV remmende werking hebben. Sommige van deze polyfenolen remmen het DPP-IV enzym sterker dan de DPP-IV remmende geneesmiddelen die aan diabetici worden voorgeschreven. De polyfenolen werden in dit onderzoekR ingedeeld in drie categorieën volgens hun DPP-IVremmende werking. Groep 1 (sterkste remmers): resveratrol, luteoline, apigenine, en flavonen. Groep 2 (matige remmers): naringenin, hesperetin, cyanidin-3-glucoside, kaempferol en malvidine. Groep 3 (zwakke remmers): cyanidine, quercetine en koffiezuur. Caseïne remt de werking van polyfenolenR (tot 75% en meer). Dit houdt onder meer in dat mensen die een zuivelvrij dieet volgen voedingssupplementen met polyfenolen best mijden.
  • EDTA : (een zware metalen chelator)
  • Adenosine
  • TNF-alfa en TGF-beta
  • Fosforzuur: (een smaakversterker in bijna alle frisdranken)
  • Forskolin
  • Hyperinsulinemie
  • Fluor en fluoriden
  • Antibiotica 
  • Efedrine (hoestdranken, drugs)
  • Erythrina variegata. (Indische koraalboom)
  • Galega orientalis (bloem: geitenruit)
  • Bacitracin (metaboliet van de Bacillus subtilis bacterie)
  • Mango bladeren en stengels: (Mangifera indica, alleen de bladeren en stengel)
  • Pennisetum glaucum (Gepelde parelgierst is in grote delen van Afrika het oorspronkelijke ingrediënt van couscous. In de Noord-Afrikaanse keuken wordt doorgaans tarwegries gebruikt, in deze versie is couscous eveneens in de westerse keuken bekend. Parelgierst wordt soms gebruikt bij het maken van bier)
  • Rauvolfia serpentina (een van de 50 meest gebruikte kruiden in de Chinese geneeskunde)
  • Druivenpitten: (ook in olie en druivenpitten supplementen zoals proanthenol en resveratrol).
  • Naringine: een flavonoïde, zit in grapefruit en sinaasappelschillen (commercieel sinaasappelsap uit extracten bevat schilrestanten). Naringine blokkeert niet alleen de P450-detox-enzymen (CYP3A4 en CYP1A2) maar ook het DPP-IV enzym R. In België wordt de grapefruit ook wel pompelmoes genoemd.
  • Epicatechine derivaten: antioxidanten concentraten uit groene thee, rode wijn en chocolade. Het nemen van teveel antioxidanten via supplementen is toxisch.
  • Teveel zink: (bv. door hoge doseringen in voedingssupplementen. Chlorella, tarwe en andere granen kunnen een zink-tekort veroorzaken. Magnesium versterkt de binding van de endorfine receptoren in de hersenen van ratten, terwijl zink deze magnesium interventie neutraliseert )
  • Cadmium. (roken)
  • Wei :(bv. in proteïne shakes, kan de kans op prostaatkanker verhogen)
  • Febreze: (een stofverfrisser met zinkchloride): niet inademen en best uit de buurt houden van huisdieren (risico voor overgewicht, stressovergevoeligheid,  kanker, depressie en andere psychische stoornissen bij huisdieren)
  • Syzygium cumini (jambolan, een eetbare vrucht van de mirtefamilie)
  • Extract van Oryza sativa var. glutinosa (kleefrijstR
  • Extract van Piper longum, een pepersoort die veel wordt gebruikt in de ayurvedische geneeskunde R
  • Extract van malrove (Marrubium vulgare), wordt gebruikt als natuurlijke rustgever voor lichaam en geest.
  • Alostine (frequent gebruikt geneesmiddel in Afrika)
  • Scoparia dulcis (Scoparin A)
  • Tecoma stans (bloem: gele Bignonia)
  • Vinca major (plant: grote maagdenpalm)
  • Jambolan

Apta Voedingsadvies werkt met de exorfinen test van Exendo om te bepalen of iemand een overbelasting heeft voor exorfinen en dus een niet goed werkend DPP-IV enzym.

Het is aan te raden niet op eigen houtje DPP-IV enzymen te nemen in verband met wisselwerking met andere medicatie en voeding. Ook kun je ontwenningsverschijnselen krijgen van de exorfinen overbelasting, wat gemonitord wordt door APTA voedingsadvies.

De kenmerken van ontwenning (bv. geïrriteerdheid, toename stressgevoeligheid, onrust, agitatie enz…) verschillen per persoon:

Psychische ontwenningsverschijnselen: verhoogde prikkel- en stressgevoeligheid, geïrriteerdheid, moeheid, toegenomen behoefte naar suiker
Darmflora adaptatie: bij aanvang van gebruik van een probioticum kan gasvorming, krampen en of diarree optreden. Na verloop van tijd past het lichaam zich aan en verminderen of verdwijnen deze verschijnselen.

Maak een afspraak voor begeleiding of screening

De informatie in dit artikel komt van Exendo, het http://exendo.be/dpp-iv-enzym-onderzoek-en-referenties/#Functies  Op deze website vind je nog meer informatie en alle links naar wetenschappelijke onderzoeken die betrekking hebben op dit artikel.

 

Wil je weten of ik je kan helpen? Bel dan op maandagochtend tussen 10 en 11 uur voor een gratis kennismakingsgesprek: 0613426644 of mail naar info@voedingsadviesrotterdam.nl

Vond je dit artikel nuttig? Deel het dan gerust.

Ik besteed veel tijd aan het schrijven van blogartikelen, dit doe ik graag, ik wil dat je goed geinformeerd wordt, ik zou niets liever doen dan voor jou schrijven. Ik verdien hier niets aan, helaas moet ik dan ook steeds meer tijd besteden aan andere (betaald) werk en daardoor kan ik minder schrijven. Wil je mij ondersteunen? Dan kan dat al vanaf eenmalig €1,00 of meer. Gewoon als teken van waardering, of omdat je meer wilt lezen van mijn hand. Jouw donatie besteed ik uiteraard aan tijd om goeie blogs te schrijven. Alvast, heel erg bedankt!

, Lisa

Naam*

E-mailadres*

Bedrag €*



Is Diabetes type 2 een autoimmuunziekte?

Bij diabetes type 1, worden de eilandjes van Langerhans vernietigd worden door een  auto-immuunziekte. Bij diabetes type 2 is er een heel ander proces gaande, maar ook dit is een auto-immuunreactie van het lichaam.
Vetten aan de buitenkant van cellen zorgen ervoor dat insuline zijn werk niet meer goed kan doen. Dat zorgt ervoor dat het lichaam minder gevoelig wordt voor insuline: het begin van diabetes type 2. Men heeft ontdekt hoe we deze vetten (glycolipiden) kunnen verminderen. Shawn Winer van het University Health Network in Toronto en zijn onderzoeksteam gebruikten hiervoor immuun-onderdrukkende medicijnen. Ook keerde ook de insulineresistentie om gedurende meerdere maanden, dit gaf aan dat het immuunsysteem betrokken is bij diabetes type 2.De vermindering van deze vetten leidde tot een verbetering van de insulinegevoeligheid in de lever, spier en vetweefsel. In het vetweefsel en in de lever nam ook de ontsteking af. En juist die ontstekingen spelen een grote rol bij het ontstaan van diabetes type 2.
SCHRIJF JE IN VOOR DE NIEUWSBRIEF
De onderzoekers hebben verder onderzocht hoe deze ontsteking precies werd tegengaan nadat ze de glycolipiden remden. De onderzoekers zagen dat het buikvet bij patienten met Diabetes 2 ontstoken was. Ze veronderstelden dat wanneer vetcellen stierven, ze een auto-immuunreactie opriepen.Normaal werkt immuniteit zo dat een aantal witte bloedcellen (lymfocyten) een eiwit herkennen als vreemd (antigen). Ze “eten” de eiwitten op en plakken de verteerde stukjes op hun celmembranen zodat ze door de andere cellen “herkend” worden. Het type lymfocyten die dit doen worden B-cellen genoemd, omdat ze volgroeien in het beenmerg.T-lymfocyten (T omdat ze volgroeien in de thymus klier) komen in verschillende soorten.

T-cellen zijn de eerste helpers, ze hechten zich aan de B-cel en helpen het om zichzelf te reproduceren, waarna ze oplosbare anti-lichamen produceren die zich aan antigenen “hechten”.De antilichamen zweven rond in het bloed en hechten zich aan iedere soort antigen die ze leuk vinden. De antilichamen zijn een signaal voor andere type T-cellen, de cytotoxische cellen(de cel-vernietigers), ze doden de cel met het antilichaam erop.

 

Het hele immuniteit is een te complex verhaal om hier uit te leggen. Dit is een vereenvoudigde uitleg:

In een gezond lichaam markeren antilichamen alleen cellen die geinfecteerd zijn door virussen of tumorcellen, de gemarkeerde cellen worden dan vernietigd. Net zoals in een bos, waar sommige bomen een rood kruis krijgen om te worden gekapt. Alleen virussen en tumorcellen worden dan vernietigd. In een minder gezond lichaam, denkt het immuunsysteem dat bekende eiwitten antigenen zijn en vervolgens val het immuunsysteem de niet schadelijke eiwitten aan. Zo worden er dus normale gezonde cellen vernietigd.

Dit is wat een auto-immuunziekte noemen.

Diabetes type 1, waar de betacellen van de alvleesklier worden vernietigd, is een auto-immuun ziekte.

Een ander voorbeeld is Hashimoto’s waarbij de schildklier aangevallen wordt door het immuunsysteem.Mensen die orgaan transplantatie moeten ondergaan krijgen medicijnen om hun immuunsysteem te onderdrukken zodat het nieuwe orgaan niet aangevallen wordt. Deze medicijnen heten immunosuppressiva.

 

In het eerste onderzoek zagen de onderzoekers dat muizen maanden lang een verandering hadden in hun T-cellen en de insulineresistentie verminderde.In 2011 deden zij een tweede onderzoek bij gemuteerde muizen die geen B-cellen aan konden maken.  Deze muizen konden dus geen antilichamen aanmaken. Ze gaven hen een dieet wat diabetes veroorzaakt, maar de muizen kregen diabetes. Ze namen toen antilichamen uit het bloed van diabetische muizen en injecteerde de muizen die geen antilichamen hadden: toen kregen ook deze muizen diabetes.Deze onderzoeken impliceren dat diabetes een auto-immuun ziekte is. Maar goed, wij zijn mensen en de onderzoeken zijn uitgevoerd bij muizen.

Lees hier verder over het dieet wat je kunt volgen voor diabetes type-2.
BOEK NU EEN CONSULT

Het verband tussen diabetes type 1, coeliakie en voeding

Diebetes is er in twee soorten diabetes type 1 en diabetes type 2. De snel groeiende diabetes type is type 2, deze ontstaat bij verkeerde voeding, veel suiker, bewerkte lege voeding en te weinig beweging. Type 2 is het type dat gerelateerd is aan obesitas, hoge bloeddruk en een hoog cholesterol. Die samen gezien worden als het metabolisch syndroom. Maar ook diabetes type 2 is net als diabetes type 2 een auto-immuunziekte, deze auto immuunziekte ontstaat door een verkeerde leefstijl. Lees er hier meer over. De behandeling van deze klachten en dus ook diabetes 2 hebben veel baat bij een eiwit- en groentenrijke voeding, het paleodieet wordt met succes toegepast bij vele patienten met diabetes type 2.

Diabetes type 1 is een heel ander probleem. Alhoewel je hier ook een dieet met volgen, is het deze diabetes geen gevolg van een verkeerde levensstijl. Bij type 1, is een aanval op de alvleesklier door het auto-immuunsysteem. Hierdoor kan er geen insuline geproduceerd worden. Insuline heb je nodig om koolhydraten en eiwitten te verteren. Mensen met diabetes type 1 moeten dan ook bij elke maaltijd insuline injecteren.

Samen met de arts moeten mensen met Diabetes 1 hun insulinegehalIte op peil houden, maar ook voor hen is het mogelijk om met het paleodieet vooruitgang te boeken.

Diabetes type 1 en koolhydraat arm dieet

Het advies voor Diabetes type 2 is het volgen van een low-carb dieet, ofwel een koolhydraatarm dieet. Voor Diabetes type 1 ligt deze manier van eten niet voor de hand. Ook al eet je heel weinig koolhydraten, je hebt nog steeds insuline nodig omdat je ook insuline nodig hebt om eiwitten af te breken. Een koolhydraatarm dieet zal de aanval van het auto-immuunsysteem op de alvleesklier niet kunnen voorkomen en er zal ook niet meer insuline aan gemaakt kunnen worden.

Een regulier dietiste zal een patient met Type 1 Diabetes een algemeen ‘gezond’ dieet voorschrijven waarbij veel koolhydraten gebruikt worden en weinig vet en supplementeren met genoeg insuline. Maar mensen met Diabetes type 1 zijn constant in gevecht met het tellen van de koolhydraten in verhouding met de insuline.

Het is waar dat je ook bij een koolhydraatarm dieet nog insuline moet toedienen. Maar het is wel uit onderzoeken gebleken dat het je kan helpen. Uit het onderzoek blijkt dat als je koolhydraatarm eet en je dus ook minder insuline hoeft toe te dienen, dit de glycemische controle kan verbeteren. Je dient het dieet dan wel voor langere tijd vol te houden. (1)

Als je minder bloedsuikerspiegel pieken hebt dan hoef je er ook minder rekening mee te houden. Bij een koolhydraat arm dieet is je bloedsuikerspiegel vrij constant en blijft het laag.  Bij een koolhydraat arm dieet als paleo moet je er wel op letten dat je geen tot weinig producten eet als cassave, zoete aardappel of aardappel.

Paleo en Diabetes Type 1 : Andere aspecten

Auto-immuniteit en Gluten

Een van de meest interessante aspecten van Diabetes type 1 is het verband Coeliakie, een glutenallergie. Coeliakie komt tussen de 5 en 10 keer meer voor bij mensen met Diabetes type 1 dan bij mensen zonder diabetes. De meeste Diabetes type 1 met Coeliakie krijgen geen symptomen die bij Coeliakie horen, terwijl de ziekten wel hun lichaam aantast. Osteoporose is bijvoorbeeld een belangrijk voorbeeld.
De behandeling bij Coeliakie is een glutenvrij dieet, dus zou iemand met Diabetes type 1 dan een verbetering zien bij hun diabetes symptomen als zij stoppen met het eten van gluten?

Dit onderzoek laat het bewijs zien voor het verband tussen Coeliakie en Diabetes type 1. Er zijn een handjevol onderzoeken en een paar grotere onderzoeken met verschillende resultaten- sommige geven een verbetering in het bloedsuiker beheersing met een glutenvrij dieet en bij andere onderzoeken ziet men het tegenovergestelde. Er is nog te weinig goed onderzoek naar gedaan om tot een goed eindoordeel te kunnen komen. Tot nu toe is het niet duidelijk of een paleodieet bijdraagt aan de gezondheid van mensen met Diabetes type 1.  Wat wel duidelijk is, is dat je veel minder schommelende bloedsuikerspiegels hebt en je minder insuline nodig hebt.

Autoimmuniteit en darmbacterien

Een ander interessant aspect is dat de darmbacterien een  rol spelen bij Diabetes type 1. De darmbacterien geven een antwoord op de prangende vraag bij diabetes type 1: als het niet door dieet en levensstijl ontstaat: waar komt het dan vandaan?

Het antwoord is:

Het is deels genetisch, maar genetici krijgen het plaatje niet rond.  En dan vooral niet de snel groeiend aantal mensen met Diabetes type 1.

De grote invloed van de darmbacterien op Diabetes type 1 zijn onderzocht:

  • De darmflora speelt een belangrijke rol bij het immuunsysteem. Zij zorgen voor de doorlaatbaarheid van de darmwand, deze is betrokken bij de ontwikkeling van verschillende auto-immuunziekten, waaronder Diabetes Type 1.
  • De darmflora kan aangetast worden door verschillende dingen: Antibiotica, zeker als deze vaker is toegepast, maar een te vroege introductie van koeienmelk en granen bij baby’s en dreumesen.
  • Mensen met Diabetes type 1 hebben een duidelijke andere darmflora dan gezonde mensen.

Er is helaas nog geen onderzoek gedaan naar  welke probiotica de darmflora van mensen met Diabetes type 1 kan verbeteren zodat de symptomen verminderen. Het is ook nog niet onderzocht wat dan een “gezond”voedingspatroon er uit ziet vanuit de diabetes visie.  Wat je altijd kunt doen is stappen ondernemen om je darmen gelukkig te maken.

Kortom

Een koolhydraat arm dieet is niet het wondermiddel voor de genezing van Diabetes type 1. Er is hiervoor nog geen medisch advies om Diabetes type 1 met voeding te genezen of te voorkomen. De informatie die ik nu beschrijf kun je met je arts bespreken, of niet. Wat wel zeker is, is dat een koolhydraat arm dieet niet schadelijk is voor Diabetes type 1 zolang de insuline dosis goed afgesteld wordt. En je kunt natuurlijk proberen glutenvrij te eten en een gezond voedingspatroon in te voeren die goed is voor de darmflora. Hopelijk zal er, met de groeiende belangstelling voor de darmbacterien van de laatste jaren, meer  onderzoek worden gedaan waarbij er wellicht specifieke voedingsmiddelen ontdekt worden die kunnen helpen bij Diabetes type 1.

Let op: Heb je naast diabetes 1 nog andere ziekten die met auto-immuunsysteem te maken hebben, zoals astma, reuma, eczeem of histamine-intolerantie, dan is de kans groot dat je met herstellen van je darmen met een koolhydraat arm dieet en de juiste probiotica een stuk opknapt, ook al is je diabetes met grote waarschijnlijkheid wel een blijvende ziekte.

Bron