Categorie: Neurotransmitters

DPP4 en Diabetes type 2

De kans is groot dat je op deze blog bent gekomen omdat je zocht naar meer informatie over DPP4 verlagende medicatie en Diabetes. Misschien heb je deze voorgeschreven gekregen van je arts en wil je weten hoe het werkt. Dan ga ik je verbazen en hopelijk verblijden met de volgende informatie die waarschijnlijk het tegenovergestelde is van wat je arts je vertelde: Je moet DPP4 verlagen. Ik ga je haarfijn uitleggen waarom je dit juist niet moet doen!

Wat is DPP 4?

DPP4 is een enzym met meer dan 70 functies en helpt bij de afbraak van exorfinen uit gluten en caseïne. Het gaat hierbij om gliadin morfine 7 (GMP 7) en bèta casomorfine 7 (BCM7) voornamelijk uit koeienmelk type A1, ik schreef hier al eerder over het verschil tussen A1 en A2 melk.
Exorfinen zijn morfine-achtige stoffen. De exorfinen zorgen dat het immuunsysteem de wand van de dunne darm aanvalt waardoor je gevoelig wordt voor gluten. Je hebt dan geen Coeliakie, maar wel glutenintolerantie officieel noemt men dat Non-Celiac Gluten Sensitivity (NCGS).
De darmwand wordt hierdoor aangetast en er kan zich hierdoor een lekke darm ontwikkelen waardoor er verschillende ziekten zich kunnen ontwikkelen.

Als je gluten en/of caseïne eet krijg je een tevreden gevoel, je kunt hier aan verslaafd raken. Exorfinen zijn tenslotte morfinen. Dit gevoel ontstaat doordat de exorfinen zich in de hersenen aan endorfine binden. Als je veel gluten en caseïne eet, dus bijvoorbeeld veel brood, pasta, koekjes, kaas, melk krijg je veel exorfinen binnen en kunnen endorfinen uitgeput raken, de endorfine receptoren worden dan geblokkeerd en er wordt tegelijkertijd minder dopamine afgegeven. Endorfine is de stof die je zo’n prettig gevoel heeft.
Hierdoor kun je juist meer trek hebben in zoetigheid. Je wilt dat de dopamine omhoog gaat. Je kunt concentratieproblemen hebben, ADHD, autisme, schizofrenie, verslavingen, eetstoornissen en depressie doordat je teveel exorfinen hebt.

Diabetes type 2

Doordat er teveel exorfinen zijn en ga je meer eten en heb je kans op obesitas en diabetes type 2. Je verlangt vooral naar caseine, zuivel met veel vet en naar gluten, brood, koekjes, pasta en de combinatie van deze twee is funest voor je gezondheid. Doordat je veel koolhydraten en vetten binnenkrijgt kun je insulineresistent worden en kun je uiteindelijk diabetes type 2 krijgen.

 

DPP 4 en de darm

Het is dus belangrijk dat er niet teveel exorfinen in je darmen en hersenen komen. In je een gezonde dunne darm bevindt zich het dipeptidylpeptidase (DPP4), dit enzym breekt eiwitten af en wordt onder andere door de epitheelcellen in de darm gemaakt. (Ook in de alvleesklier, luchtwegen en het oorkanaal). Er zijn meerdere enzymen die eiwitten af kunnen breken, maar DPP4 is het enige enzym wat de eiwitten van gluten en caseïne af kan breken en is dus erg belangrijk. Als hier een tekort aan is, kunnen de exorfinen dus niet door een ander enzym afgebroken worden.

Tekort aan DPP 4

Zoals gezegd zorgt een tekort aan DPP4 voor een gluten en caseïne overgevoeligheid en diezelfde gluten en caseïne veroorzaken ook een tekort aan DPP 4. Dus als je tarwe, rogge, kamut, spelt en zuivel van A1 koeien blijft gebruiken, zul je nooit uit de vicieuze cirkel komen.

Bij diabetes type 2 worden ook nog wel eens DPP 4 remmers als medicatie gegeven omdat het bloedglucosegehalte dan daalt. Door deze medicatie vererger je de situatie. Door een nog verdere daling van DPP4 worden de darmen nog verder aangetast. De bijwerkingen van deze medicatie zijn darmklachten, hoofdpijn en infecties van long en luchtwegen en griep en verkoudheidsverschijnselen. Het laatste wat je wil doen in dit geval is je DPP4 verlagen.

Zorg dus dat je de oorzaak aanpakt: Wat veroorzaakt een bloedsuikerverhoging: het eten van veel koolhydraten en suikers. Dus de trek in koolhydraten moet je verlagen. En dat doe je door de darmgezondheid te verbeteren zodat het endorfine systeem niet overbelast wordt.
Dus eet geen gluten en caseïne meer en let op de volgende factoren die tevens het DPP4 enzym verlagen:

  • Dynorfinen: dit zijn opioïde peptiden(eiwitten) Het endorfinesysteem heeft 3 soorten receptoren: KOR, DOR en MOR. Dynorfinen activeren KOR en deze receptoren remmen MOR en DOR. Exorfinen en andere opiaten activeren dynorfinen. Dynorfinen remmen dopamine, het DPP-IV enzym en BDNF. BDNF is een belangrijke stof voor het overleven van neuronen. Het beschermt de hersenen tegen neurodegeneratie, een problematiek die voorkomt bij geheugenproblemen, de ziekte van Alzheimer en Parkinson .
  • Histamine, een stof die vrijkomt bij allergische reacties en voedingsintoleranties. Histamine is een dynorfine activator.
  • TNF-alfa komt vrij bij een mestcel reactie bij allergie, histamine-intolerantie, voedselintolerantie, mcas.
  • TGF-beta (transformerende groei factor)
  • Hyperinsulinemie (stofwisselingsziekte met verhoogd insuline)
  • Kwik (amalgaam vullingen, vis, vaccins), laat amalgaamvullingen verwijderen en ontgift van zware metalen met een speciaal programma.
  • Cadmium in sigaretten. Ook meeroken kan voor een te hoog cadmiumgehalte zorgen. Ontgift van zware metalen met een speciaal programma. Ook als je vroeger gerookt hebt, kun je nog steeds cadmium in je diepere weefsels hebben.
  • Calcium suppletie: het nemen van DPP-IV producten mag liefst niet gecombineerd worden met de extra inname van calcium.
  • Insecticiden, herbiciden en pesticiden: eet biologisch
  • Cholecystokinine, een neurohormoon dat de galblaas stimuleert tot het afscheiden van gal. Cholecystokinine veroorzaakt een toename van dynorfine. Exorfinen veroorzaken een sterke toename van cholecystokinine wat op termijn kan leiden tot het ophopen van galstenen en galblaas infecties (helaas wordt er veel te snel overgegaan tot het operatief verwijderen van de galblaas). Gluten veroorzaakt een acht keer langzamere lediging van de galblaas door toename van cholecystokinine.
  • Gierst bevat een DPP 4 verlagende stof. Parelgierst wordt soms gebruikt bij het maken van bier.
  • Polyfenolen. Komen van nature voor in planten en groenten. In natuurlijke vorm zijn polyfenolen gezond. Geconcentreerde polyfenolen (extracten) gebruikt in voedingssupplementen zijn giftig omdat ze een sterke DPP-IV remmende werking hebben. Sommige van deze polyfenolen remmen het DPP-IV enzym sterker dan de DPP-IV remmende geneesmiddelen die aan diabetici worden voorgeschreven. De polyfenolen werden in dit onderzoek R ingedeeld in drie groepen: Groep 1 (sterkste remmers): resveratrol, luteoline, apigenine en flavonen. Groep 2 (matige remmers): naringenin, hesperetin, cyanidin-3-glucoside, kaempferol en malvidine. Groep 3 (zwakke remmers): cyanidine, quercetine en koffiezuur.
  • Druivenpitten: (ook in olie en druivenpitten supplementen zoals proanthenol en resveratrol).
  • Naringin: een flavonoïde, zit in grapefruit en sinaasappelschillen (commercieel sinaasappelsap uit extracten bevat schil restanten). Naringin blokkeert niet alleen de P450-detox-enzymen (CYP3A4 en CYP1A2) maar ook het DPP-IV enzym R.
  • Fosforzuur: (een smaakversterker in bijna alle frisdranken)
  • Chitosan is een natuurlijk voorkomende polysacharide met antibacteriële werking. Het wordt gebruikt in deodorants, waterverzachters, waterfilters en voor het klaren van wijn. Chitosan is een sterke DPP-IV remmer (80% verminderde activiteit van het DPP-IV gen)
  • Fluor en fluoride (tandpasta)
  • Wei : bv. in proteïne shakes

Leefstijlfactoren:

  • Uitgaan: Bijna alle drugs maar vooral dopamine stimulerende drugs als dextro-amfetamine en amfetamine/speed, Ritalin, roken, alcohol activeren dynorfinen waardoor DPP 4, dopamine en BDNF geremd wordt.
  • Chronische en belastende stress. Stress activeert het CRH-hormoon, dat op zijn beurt dynorfine activeert.

Medicatie en supplementen met DPP 4 verlagende werking:

  • DPP-IV remmers: wordt voorgeschreven bij diabetes! DPP-IV remmers verhogen de kans op psychose en andere dopamine verstoringen bv. verslaving en gewelddadig gedrag
  • Dopamine stimulerende medicatie (bv. Ritalin®/Rilatine® R, dextro-amfetamine R, Levodopa® R), activeren dynorfine.
  • Glucocorticoïden: corticosteroïden, worden voorgeschreven bij ontstekingen en allergieën, het onderdrukt het immuunsysteem. Wat toch al onderdrukt wordt door het teveel aan exorfinen.
  • Ezetimibe en statines: (cholesterolverlagers)
  • Chlorambucil (chemotherapie)
  • Antipsychotica
  • EDTA : (een zware metalen chelator)
  • Adenosine
  • Forskolin (vetverbrander voor gewichtsverlies)
  • Antibiotica
  • Efedrine (hoestdranken, drugs)
  • Rauvolfia serpentina/slangenhout (een van de 50 meest gebruikte kruiden in de Chinese geneeskunde)
  • Berberine: een vaak toegepast voedingssupplement, komt ook voor in Relora® (productnaam van een voedingssupplement met extracten van Phellodendron amurense)
  • Epicatechine derivaten: antioxidanten concentraten uit groene thee, rode wijn en chocolade. Het nemen van teveel antioxidanten via supplementen is toxisch.
  • Teveel zink: (bv. door hoge doseringen in voedingssupplementen. Chlorella, tarwe en andere granen kunnen een zink-tekort veroorzaken. Magnesium versterkt de binding van de endorfine receptoren in de hersenen van ratten, terwijl zink deze magnesium interventie neutraliseert

DPP4 verhogen

  1. Stop met het gebruik van gluten en zuivel. Je kunt proberen A2 zuivel te gebruiken. In Nederland is A2 melk verkrijgbaar van Jersey koeien. Veel ambachtelijke kaas uit zuid-Europa wordt gemaakt van koeien die A2 melk geven. Lees hier meer over A2 melk. Het veiligst is om in de herstelfase helemaal geen zuivel te gebruiken.
  2. Eet koolhydraatarm: veel groenten, eiwitten en vetten. Zorg altijd dat groenten de basis vormen. Vetten lijken DPP4 in de darmen en nieren te verhogen. De huidige reguliere aanpak bij diabetes is om DPP4 te verlagen, door middel van medicatie en de vetinname te verlagen. Je blijft dan koolhydraten en caseine eten en er wordt niet gekeken naar de gluten en caseïne gevoeligheid door een tekort aan DPP 4. Als je dan ook nog DPP 4 verlagende medicatie gebruikt wordt de situatie van kwaad tot erger. Je diabetes zal dan niet overgaan.
    Misschien ken je het programma van Voeding Leeft: Keer Diabetes 2 om, in dit programma wordt er koolhydraatarm gegeten. Dit ondersteunt het principe wat ik hierboven uitgelegd heb. Je herstelt de oorzaak van je diabetes: exorfinen belasting en tekort aan DPP 4. De basis van je gezondheid zijn gezonde darmen.
  3. Betreft de lange lijst met DPP 4 verlagende stoffen, gluten en caseine zijn de veroorzakers van een te laag DPP 4, probeer rekening te houden met je voeding en supplementen. Eet vers en onbewerkt, geen frisdranken en chemicalien. Eet zoveel mogelijk biologisch.
  4. Heb je darmklachten, glutenintolerantie en misschien ook wel caseine allergie en heb je moeite om koolhydraten te laten staan waardoor je diabetes hebt ontwikkeld? Start dan zo snel mogelijk met een dieet zonder gluten en caseïne en begin met supplementeren van DPP4 enzymen. En stop met de DPP 4 remmers als je die nu gebruikt.

Overleg deze aanpak wel eerst met je huisarts. laat hem/haar dit artikel lezen.. Ik kan je begeleiden met het herstellen van je darmen waardoor je geen insuline of andere medicatie kunt verminderen of zelfs helemaal kunt stoppen.

Wil je weten of ik je kan helpen? Bel dan op maandagochtend tussen 10 en 11 uur voor een gratis kennismakingsgesprek: 0613426644 of mail naar info@voedingsadviesrotterdam.nl

Vond je dit artikel nuttig? Deel het dan gerust.

Ik besteed veel tijd aan het schrijven van blogartikelen, dit doe ik graag, ik wil dat je goed geinformeerd wordt, ik zou niets liever doen dan voor jou schrijven. Ik verdien hier niets aan, helaas moet ik dan ook steeds meer tijd besteden aan andere (betaald) werk en daardoor kan ik minder schrijven. Wil je mij ondersteunen? Dan kan dat al vanaf eenmalig €1,00 of meer. Gewoon als teken van waardering, of omdat je meer wilt lezen van mijn hand. Jouw donatie besteed ik uiteraard aan tijd om goeie blogs te schrijven. Alvast, heel erg bedankt!

, Lisa

Naam*

E-mailadres*

Bedrag €*



Migraine

Klik hier voor mijn interview over migraine in het ledenmagazine voor mensen met migraine en hoofdpijn: Hoofdzaken.

Kenmerkend voor migraine is een heftige, kloppende hoofdpijn. De pijn komt in aanvallen en zit vaak aan één kant van het hoofd, vandaar de oude bijnaam ‘schele’ hoofdpijn. Maar liefst een op de tien Nederlanders lijdt aan de kwaal, en een gemiddelde patiënt heeft een à twee aanvallen per maand. Tien procent van de patiënten heeft zware migraine met wekelijkse aanvallen. Een onbehandelde aanval duurt doorgaans een of twee dagen, maar vier uur of drie dagen komt ook voor.

Bij ongeveer een derde van de patiënten wordt de hoofdpijn voorafgegaan door lichtflitsen of schitteringen, de zogeheten migraine met aura. Veel mensen hebben tijdens of vlak voor een aanval ook last van misselijkheid, braken, diarree of overgevoeligheid voor licht, geluiden en geuren. Meer vrouwen (15%) dan mannen (6%) lijden aan migraine. Karakteristieken Het woord ‘migraine’ is een Zo’n 11-15% van de mensen lijdt aan migraine, een stoornis van het zenuwstelsel met  zware scherpe pijn, meestal achter en rond één oog en de zijkant van het hoofd.

Er is niet één oorzaak, maar het is een samenloop van je dieet, leefstijl, je leefomgeving en genen. Migraine komt het meest voor bij vrouwen tussen 25 en 45 jaar oud. En er zijn drie keer zoveel vrouwen dan mannen met migraine. Als je een direct familielid hebt met migraine, kun je ervan uitgaan dat je genen van invloed zijn op je vatbaarheid. Men schat dat zo’n 40-50% van de mensen een genetische aanleg heeft voor migraine.

Serotonine

Bij migraine speelt de neurotransmitter serotonine een belangrijke rol, nieuwe onderzoeken laten zien dat serotonine de activiteit van hypocretine neuronen verhindert. Een tekort aan hypocretine veroorzaakt narcolepsie, maar lijkt ook het al dan niet ervaren van een aura bij migraine te beinvloeden. Daarnaast vernauwt serotonine de bloedvaten en zenuwuiteinden, als er een te laag serotonine gehalte is kunnen de bloedvaten verwijden en migraine triggeren.

Als je een hoog histamine gehalte in de hersenen hebt door een genetische mutatie of door een zwakke methylatie is er vaak een tekort aan serotonine of een te lage activiteit van serotonine veroorzaakt door de zwakke methylatie en te hoge aantallen van het enzym die neurotransmitters opnemen, de serotonine reuptake transporter(SERT). De theorie is dat als de methylatie verbetert, dit enzym zal dalen en serotonine beter zal werken.

Oestrogeen en migraine

Oestrogeen lijkt ook serotonine te beinvloeden, dat zou dan ook de reden zijn dat meer vrouwen dan mannen migraine ervaren en lijkt de oorzaak te zijn van menstruele migraine. Ook de afbraak van oestrogeen kan vertraagt zijn door een genetische mutatie van het CYP1B1 gen (uit de CYP450 enzymengroep). 

Heb je menstruele migraine, dan ontstaat dit doordat het oestrogeengehalte vlak voor de ovulatie, het oestrogeen gehalte is dan op zijn hoogst en het progesteron heel laag, op daalt het oestrogeen, maar de progesteron daalt nog lager. Hoe lager het progesteron gehalte hierdoor stijgt ook de histamine en daalt de serotonine. Als de serotonine al niet zo hoog was, komt het nu in een dieptepunt. Bij menstruele migraine is het belangrijk het serotonine gehalte goed op peil te houden.

Een goede serotonine omzetting dan ook belangrijk. Dat betekent voldoende voeding met het aminozuur tryptofaan gebruiken, dit wordt in het lichaam omgezet in serotonine daarbij is de co-factor vitamine B6 voor deze omzetting net zo belangrijk.

Alhoewel tryptofaan een aminozuur is zal het consumeren van eiwitten de serotonine in de hersenen niet verhogen, dit komt doordat voeding maar relatief weinig van het aminozuur tryptofaan bevat, de andere aminozuren zijn in grotere getale aanwezig en concurreren de tryptofaan weg bij het transport door de bloedhersen-barriere.

 

Medicatie versus voeding

Sumatriptan is de meest succesvolle medicatie bij migraine, ik gebruik het zelf ook als serotonine supplementatie niet voldoende helpt. Triptanen zijn stoffen die serotonine nabootsten, dit doen ze door de serotonine type-1 receptoren te stimuleren waardoor de bloedvaten weer vernauwen en de pijn verdwijnt. Dit helpt bij  zo’n 85% van de patiënten en 55% blijft er pijnvrij door.  In plaats van direct naar medicatie te grijpen kun je kijken wat effect heeft van het veranderen van je dieet.

Histamine in voeding

Bij mij was de belangrijkste stap in het verminderen van mijn migraine, het weglaten van gefermenteerde voeding en histamine vrijmakende voeding. Histamine verlaagt serotonine (lees hier) en verwijdt de bloedvaten waardoor de pijn ontstaat. Ondanks wat de (mannelijke) neurologische artsen ook scanderen, kan ik, als vrouw en ervaringsdeskundige zeggen: “Ja, ook als ik geen menstruatie heb en helemaal geen trek heb in chocola, krijg ik migraine van een heel klein stukje pure chocolade. Ik krijg ook migraine als ik histamine rijk eet en als ik veel suiker eet waardoor mijn candida verergert en ja, dit is getest.” Waarmee ik duidelijk wil maken dat de wetenschap zich ontwikkelt en er nieuwe inzichten zijn waarmee je veel kunt verklaren. Heb je migraine ongeacht welke vorm, probeer dan eens om twee weken histamine arm te eten en dan te kijken hoe je dit ervaart.

 

Nek migraine

Als migraine altijd voorafgegaan wordt door nekpijn, is de kans groot dat de wervels in de nek niet in een rechte lijn staan. Bij deze migraine kan voeding deels helpen maar het belangrijkste is het rechtzetten van de nekwervels, ga hiervoor naar een chiropractor, vraag of hij/zij werkt met de NUCCA techniek, deze richt speciaal op het rechtzetten van de bovenste nekwervels zodat de hersenstam niet meer onder druk staat.

Er is wel een verband tussen het centraal zenuwstelsel en het immuunsysteem wat nog niet goed in kaart is gebracht, maar volgens de website van Upper Cervical Awareness gebeurt er het volgende:

Als de bovenste wervels in de nek niet recht staan kan de cerobrospinale vloeistof niet goed afgevoerd worden waardoor er teveel druk in de hersenen ontstaat en de hersenen niet goed werken. Het ruggenmerg moet voldoende bloed naar de hersenen kunnen sturen om het centraal zenuwstelsel goed te laten werken, bij als er wervels scheef staan kan het bloed niet goed stromen.  Daarnaast ligt de hersenstam in de C1, atlaswervel ingesloten, als de wervels dan ook maar een klein beetje scheef staan komt er druk op de hersenstam en deze is deel van het centraal zenuwstelsel waardoor bij alle onwillekeurige functies (ademhaling e.a.) problemen kunnen ontstaan. Als je migraine hebt en/of voedsel intolerantie of allergieen, kan het zeker de moeite waard zijn om je wervels recht te laten zetten.

Wil je weten of ik je kan helpen? Bel dan op maandagochtend tussen 10 en 11 uur voor een gratis kennismakingsgesprek: 0613426644 of mail naar info@voedingsadviesrotterdam.nl

Vond je dit artikel nuttig? Deel het dan gerust.

Ik besteed veel tijd aan het schrijven van blogartikelen, dit doe ik graag, ik wil dat je goed geinformeerd wordt, ik zou niets liever doen dan voor jou schrijven. Ik verdien hier niets aan, helaas moet ik dan ook steeds meer tijd besteden aan andere (betaald) werk en daardoor kan ik minder schrijven. Wil je mij ondersteunen? Dan kan dat al vanaf eenmalig €1,00 of meer. Gewoon als teken van waardering, of omdat je meer wilt lezen van mijn hand. Jouw donatie besteed ik uiteraard aan tijd om goeie blogs te schrijven. Alvast, heel erg bedankt!

, Lisa

Naam*

E-mailadres*

Bedrag €*



DPP IV enzym en gezondheidsklachten

 

Heb je last van voedselintoleranties, histamine intolerantie, depressie, angst, stress, overgewicht of diabetes type 1 of 2? En heb je toevallig ook concentratieproblemen, ADHD/ADD? Ben je gek op brood en zuivel? Of eet/drink je veel soja en spinazie? Laten we dan een kijkje nemen in de darmen. We kijken deze keer niet naar de samenstelling van darmbacterien of een lekke darm, maar naar morfine achtige stoffen die in voeding voorkomen: exorfinen.

Als al eens een lowcarb of paleodieet hebt gevolgd en je bent er in het begin flink chagerijnig van geworden, je partner klaagt dat dit dieet je niet leuker maakt, dan weet je: Je bent aan het afkicken van exorfinen. Deze morfine-achtige stoffen geven je even een goed gevoel. Sommige mensen zijn er aan verslaafd zonder dat ze het weten.  Je hebt bijvoorbeeld een dip: neemt iets met tarwe (koekje, brood, etc) en je voelt je weer even beter.

Exorfinen zitten in gluten, caseine, soja en spinazie en in sommige schimmels. Normaal gesproken worden ze in de darmenafgebroken door het DPP-IV enzym. Maar er zijn mensen waarbij dit enzym onvoldoende werkt.

Als exorfinen niet goed afgebroken worden, worden de endorfine receptoren overmatig geactiveerd, die op hun beurt de dopamine afgifte stimuleert. Hierdoor voel je je lekker. Je zou denken, niets aan de hand toch? Maar door een langdurige overmatige stimulatie wordt endorfine, dopamine, insuline en cortisol ongevoelig.

Langdurige stimulatie van endorfine & dopamine door teveel exorfinen

Receptoren endorfine, dopamine, insuline, cortisol worden ongevoelig.

Hierdoor kun je diabetes type 1 en 2, overgewicht, stress-stoornissen en bijvoorbeeld depressie en angststoornissen, restless legs ontwikkelen.

Afspraak maken

DDP-IV enzym

Men weet pas sinds 2011 dat het DPP-IV enzym de hoeveelheid endorfine in de hersenen reguleert. Deze ontdekking is een mijlpaal in de geneeskunde, aangezien endorfine (samen met insuline) de belangrijkste dopamine stimulator is in het beloningssysteem van de hersenen. Daarmee neemt het enzym een centrale plaats in het ontstaan van psychische stoornissen.

Smaakversterkers blokkeren het DPP-IV enzym erg snel . Ook vernielen ze de  endorfine-receptoren waardoor de endorfine aanmaak met 70% daalt zodat er minder dopamine vrijkomt.

Het DPP-IV enzym beschermt de endorfine receptoren tegen overbelasting door opioïden, met in het bijzonder de exorfinen uit voeding.

Diabetes, bijnieruitputting door teveel exorfinen

Exorfinen zorgen in de eerste fase voor een forse toename van endorfine, dopamine, insuline en cortisol in de cellen en neuronen. Endorfine en dopamine is fijn maar een teveel aan insuline kan je insulineresistent maken en uiteindelijk zorgen voor diabetes en bij een constante overflow van cortisol voel je je vaak onrustig, gehaast, in paniek of angstig. Tot uiteindelijke de bijnier uitgeput is en geen cortisol meer kan aanmaken en je bijnieruitputting hebt.

Depressie en DPP-IV

Volgens diverse onderzoeken hebben mensen met een depressie een verlaagde DPP-IV activiteit. Bij deze mensen stapelen de exorfinen zich op in de hersenen, waar ze de serotonine receptoren blokkeren.
Antidepressiva zijn actief op de serotonine receptoren. Dit zou kunnen verklaren waarom antidepressiva (volgens een meta-studie uitgevoerd door het FDA in 2008) over het algemeen niet beter werken dan een placebo. Antidepressiva blokkeren de werking van dopamine.

ADD/ADHD en DPP-IV

De combinatie antidepressiva en methylfenidaat die zo vaak aan mensen met ADD/ADHD wordt gegeven is dan ook contraproductief.
De meeste antidepressiva worden geactiveerd via de endorfine receptoren . Dit verklaart waarom mensen met endorfine probleem niet geholpen kunnen worden door antidepressiva. Uit een meta-studie van het FDA blijkt dat antidepressiva niet beter werken dan een placebo.

 

Doe een Exorfinentest

Wat is het DPP-IV enzym?

Het DPP-IV enzym is een multifunctionele enzymen en heeft meer dan 70 functies. Het is onder meer betrokken bij de afbraak van exorfinen, dit zijn morfineachtige eiwitten uit gluten, caseïne, soja, spinazie en micro-organismen. En het is belangrijk voor het immuunsysteem.

Het DPP-IV enzym bevindt zich in de dunne slijmlaag van de darmen. Daar verhindert het de opname van exorfinen in de bloedbaan en beschermt het de endorfine receptoren. Het endorfinesyteem heeft in de darm een ontstekingsremmende  werking. Het DPP-IV enzym helpt de microvilli mee in stand houden en is daarmee is van de belangrijkste enzymen om lekkende darm te voorkomen en te behandelen.

Onderzoek wijst uit dat bij een tekort aan DPP-IV enzym werking (bv. onder invloed van gluten) de microvilli verkleinen en lekkende darm in de hand werkt. Galactose, een genetische DPP-IV enzym stimulator doet de groei van microvilli toenemen.

Immuunsysteem en DPP-IV

De immunologische functie van het DPP-IV enzym wordt afzonderlijk aangeduid met de term CD26 enzym. Een tekort aan  CD26 activiteit is betrokken bij diverse immuun-aandoeningen en kanker. Vitamine A is een van de genetische stimulators van het CD26 enzym.

CD26 activeert de lymfocyten die prolifereren in T-cellenB-cellenNK-cellen. Deze cellen en hun bijproducten (antistoffen) spelen een centrale rol in het adaptieve of verworven immuunsysteem. Dit is het aanpassingsimmuunsysteem tegen ziekteverwerkers zoals pathogenen en eiwitten die antistof-reacties kunnen teweegbrengen (bv. de IgG en de IgE antistoffen door voeding).

Verstoringen in de werking van CD26 zijn betrokken bij diverse (auto) immuunaandoeningen. Voorbeelden zijn allergieën, astma, CVS, kanker, fibromyalgie, reumatoïde arthritis, lupus, depressie en autisme .

CD26 bindt zich op dezelfde receptoren van de lymfocyten waar zich ook exorfinenorganofosfatenstreptokinase en thiomersal binden. Dit laatste is een kwik bevattende stof die aan vaccins wordt toegediend. Volgens Vodjani ligt het vaccineren met thiomersal mee aan de oorzaak van de toename van autisme, ADD en ADHD. Deze co-receptoren worden ook bezet door stoffen die een rol spelen bij kanker, AIDS, reumatoïde artritis, lupus, multiple sclerose en andere (auto) immuunziekten.

Defecten in de werking van het CD26 enzym zou ook betrokken zijn bij de vorming van myelomonocyten. Deze cellen spelen een rol bij het ontstaan van acute en chronische myeloïde leukemie.

Het CD26 enzym heeft een sterke antivirale werking. Zo is bekend dat vrouwen met een sterke CD26 werking geen HIV-1infectie ontwikkelen na geslachtsgemeenschap met een seropositieve man.  Volgens diverse wetenschappers wordt de AIDS-epidemie mogelijk gemaakt door een verminderde functie van het DPP-IV/CD26 enzym.

Een verstoring in de werking van het CD26 enzym is betrokken bij de meeste (auto) immuunziekten . Dit doet de vraag rijzen of wel een goed idee is om medicinale DPP-IV/CD26 remmers in te zetten voor de behandeling van diabetes. Zeker nadat bekend werd dat deze geneesmiddelen de kans op kanker doen toenemen.

Er zijn onderzoeken waarbij de DPP-IV en CD26 enzym functie (in bepaalde omstandigheden) onafhankelijk van elkaar blijken te werken. Dit betekent dat iemand geen immuniteitsproblemen kan ondervinden (CD26), maar wel andere complicaties ten gevolge van een deficiënte DPP-IV enzym werking. De enige bedenking is dat dit onderzoek is gesponsord door fabrikanten van DPP-IV enzym remmers.

Allergien en DPP-IV

Als het  DPP-IV enzym niet goed werkt zorgt dit voor een toename van de eosinofiele granulocyten. Deze witte bloedcellen zijn betrokken bij de pathogenese van allergische reacties, zoals allergisch astma, rinitis en dermatitis. Toename van de eosinofiele granulocyten veroorzaken een systemische respons. Bij deze respons komen ontstekingsmediatoren   (IL-1, IL-6 en TNF-alpha) in de bloedbaan terecht die een allergische reactie opgang brengen.

Het DPP-IV enzym is een essentieel enzym voor de antigeen presentatie. Het DPP-IV enzym promoot een normale cellulaire immuun-respons en is belangrijk voor de vorming van signaalstoffen die betrokken zijn bij inflammatie en andere immunologische reacties. Uit onderzoek blijkt dat de afbraalk van TNF-alfa (tumor necrosis factor alpha) gebeurt door DPP-IVTNF-alfa is een signaalstof dat ontsteking stimuleert en betrokken is bij auto-immuunziekten en kanker. Een verminderde werking van DPP-IV heeft overproductie van TNF-alfa tot gevolg. Dit wordt in verband gebracht met een aantal immuunziekten, zoals autisme, kanker, darmontstekingen en reumatoïde artritis.

In een onderzoek van 2007 werd een verband aangetoond tussen het DPP-IV enzym en allergieën. Moeders met tijdens de borstvoeding lage DPP-IV waarden, hadden beduidend meer kans op een kind met dermatitis en allergieën.

Een deficiënte DPP-IV werking zorgt voor een toename van de eosinofiele granulocyten. Deze witte bloedcellen zijn betrokken bij de pathogenese van allergische reacties, zoals allergisch astma, rinitis en dermatitis. Toename van de eosinofiele granulocyten veroorzaken een systemische respons. Bij deze respons komen ontstekingsmediatoren (IL-1, IL-6 en TNF-alpha) in de bloedbaan terecht die een allergische reactie opgang brengen.

Het DPP-IV enzym is een essentieel enzym voor de antigeen presentatie. Het DPP-IV enzympromoot een normale cellulaire immuun-respons en is belangrijk voor de vorming van signaalstoffen die betrokken zijn bij inflammatie en andere immunologische reacties. Uit onderzoek blijkt dat de afbraalk van TNF-alfa (tumor necrosis factor alpha) gebeurt door DPP-IVTNF-alfa is een signaalstof dat inflammatie stimuleert en betrokken is bij auto-immuunziekten en kanker.. Een verminderde werking van DPP-IVheeft overproductie van TNF-alfa tot gevolg. Dit wordt in verband gebracht met een aantal immuunziekten, zoals autisme, kanker, darmontstekingen en reumatoïde artritis.

In een onderzoek van 2007 werd een verband aangetoond tussen het DPP-IV enzym en allergieën. Moeders met tijdens de borstvoeding lage DPP-IV waarden, hadden beduidend meer kans op een kind met dermatitis en allergieën R.

DPP-IV enzym remmende factoren

De werking van het DPP-IV enzym kan worden geremd door verschillende natuurlijke en chemische stoffen. Sommige van deze stoffen zoals kwik (amalgaamvullingen) kunnen de werking van het enzym jarenlang afremmen. Koemelk (en andere niet-humane melk) is niet geschikt voor de mens.

  • Niet-humane melk (bv. koemelk) bevat casomorphin-5, een exorfine uit caseïne. De afbraakproducten van casomorphin-5 blokkeren de werking van het DPP-IV enzym. Indien niet-humane melk geschikt was voor de mens, zou het nooit een enzym remmen dat meer dan 70 functies heeft. (humane melk bevat geen casomorphin-5). Bovendien is casomorphin-5 in de hersenen zowat tien maal sterker dan morfine R. Met andere woorden niet-humane melk heeft een verdovend effect dat haaks staat op het overlevingsinstinct van de oermens (jagers moeten alert zijn).

Een overzicht van de DPP-IV remmende factoren:

  • Calcium suppletie: het nemen van DPP-IV producten mag liefst niet gecombineerd worden met de extra inname van calcium.
  • Organofosfaten (insecticidenherbiciden en pesticiden)
  • Kwikverbindingen: (amalgaam, vaccins en vis)
  • Vaccins tegen baarmoederhals kanker 
  • Ezetimibe: (cholesterolverlager)
  • Statines: (cholesterolverlagers)
  • Chlorambucil (chemotherapie)
  • DPP-IV remmers: (diabetes) DPP-IV remmers verhogen de kans op psychose en andere dopamine verstoringen (bv. verslaving en gewelddadig gedrag)
  • Glucocorticoïden: (voornamelijk cortisol)
  • Superoxide: zie punt dementie en de ziekte van Parkinson
  • Cationische peptidenCaseïneexorfinen; de afbraakproducten van BCM-5 – een caseïneexorfine –  remmen de werking van het DPP-IV enzym. Met andere woorden niet-humane melk-exorfinen schakelen de werking van het DPP-IV enzym uit.
  • Dynorphin: een opioïde die de KOR receptoren van het endorfinesysteem activeert. De KOR receptoren werken als een remmer van de andere twee receptoren van het endorfinesysteem (MOR en DOR). Dynorphin wordt actief door opiaten (bv.exorfinen), het gebruik van dopamine stimulerende geneesmiddelen   (bv.Ritalin®/Rilatine®, dextro-amfetamine, Levodopa®), antipsychotica, chronische stress, roken, alcohol, bijna alle drugs en het consumeren van overwegend vette voeding. Dynorphin is een dopamine-remmer, een DPP-IV enzym remmer en een BDNF remmerBDNF beschermt de hersenen tegen neurodegeneratie, een problematiek die voorkomt bij geheugenproblemen, de ziekte van Alzheimer en Parkinson .
  • Histamine, een stof die vrijkomt bij allergische reacties. Histamine is een dynorphin-activator een stof met een sterk DPP-IV remmend effect .
  • Dopamine stimulerende medicatie (bv.Ritalin®/Rilatine® R, dextro-amfetamine R, Levodopa® R), activeren dynorphin, dat een DPP-IV remmer is R (zie dynorphin)
  • Cholecystokinine, een neurohormoon dat de galblaas stimuleert tot het afscheiden van gal. Cholecystokinine veroorzaakt een toename van dynorphin R, dat een DPP-IV remmer is(zie dynorphin). Exorfinen veroorzaken een sterke toename van cholecystokinine wat op termijn kan leiden tot het ophopen van galstenen en galblaasinfecties (helaas wordt er veel te snel overgegaan tot het operatief verwijderen van de galblaas). Gluten veroorzaakt een acht keer langzamere lediging van de galblaas door toename van cholecystokinine.
  • Chronische en belastende stress. Stress activeert het CRH hormoon, dat op zijn beurt dynorphin activeert. Dynorphin is een DPP-IV remmer. (zie dynorphin)
  • Chitosan is een natuurlijk voorkomende polysacharide met antibacteriële werking. Het wordt gebruikt in deodorants, waterverzachters, waterfilters en voor het klaren van wijn. Het is tevens een erg omstreden voedingssupplement om te vermageren (omdat het de opname van vet via de darmwand blokkeert), dat helaas mag verkocht worden…. Chitosan is een sterke DPP-IV remmer (80% verminderde activiteit van het DPP-IV gen)
  • Berberine: een vaak toegepast voedingssupplement, komt ook voor in Relora® (productnaam van een voedingssupplement met extracten van Phellodendron amurense)
  • Polyfenolen. Komen van nature voor in planten en groenten. In natuurlijke vorm zijn polyfenolen gezond. Geconcentreerde polyfenolen (extracten) gebruikt in voedingssupplementen zijn giftig omdat ze een sterke DPP-IV remmende werking hebben. Sommige van deze polyfenolen remmen het DPP-IV enzym sterker dan de DPP-IV remmende geneesmiddelen die aan diabetici worden voorgeschreven. De polyfenolen werden in dit onderzoekR ingedeeld in drie categorieën volgens hun DPP-IVremmende werking. Groep 1 (sterkste remmers): resveratrol, luteoline, apigenine, en flavonen. Groep 2 (matige remmers): naringenin, hesperetin, cyanidin-3-glucoside, kaempferol en malvidine. Groep 3 (zwakke remmers): cyanidine, quercetine en koffiezuur. Caseïne remt de werking van polyfenolenR (tot 75% en meer). Dit houdt onder meer in dat mensen die een zuivelvrij dieet volgen voedingssupplementen met polyfenolen best mijden.
  • EDTA : (een zware metalen chelator)
  • Adenosine
  • TNF-alfa en TGF-beta
  • Fosforzuur: (een smaakversterker in bijna alle frisdranken)
  • Forskolin
  • Hyperinsulinemie
  • Fluor en fluoriden
  • Antibiotica 
  • Efedrine (hoestdranken, drugs)
  • Erythrina variegata. (Indische koraalboom)
  • Galega orientalis (bloem: geitenruit)
  • Bacitracin (metaboliet van de Bacillus subtilis bacterie)
  • Mango bladeren en stengels: (Mangifera indica, alleen de bladeren en stengel)
  • Pennisetum glaucum (Gepelde parelgierst is in grote delen van Afrika het oorspronkelijke ingrediënt van couscous. In de Noord-Afrikaanse keuken wordt doorgaans tarwegries gebruikt, in deze versie is couscous eveneens in de westerse keuken bekend. Parelgierst wordt soms gebruikt bij het maken van bier)
  • Rauvolfia serpentina (een van de 50 meest gebruikte kruiden in de Chinese geneeskunde)
  • Druivenpitten: (ook in olie en druivenpitten supplementen zoals proanthenol en resveratrol).
  • Naringine: een flavonoïde, zit in grapefruit en sinaasappelschillen (commercieel sinaasappelsap uit extracten bevat schilrestanten). Naringine blokkeert niet alleen de P450-detox-enzymen (CYP3A4 en CYP1A2) maar ook het DPP-IV enzym R. In België wordt de grapefruit ook wel pompelmoes genoemd.
  • Epicatechine derivaten: antioxidanten concentraten uit groene thee, rode wijn en chocolade. Het nemen van teveel antioxidanten via supplementen is toxisch.
  • Teveel zink: (bv. door hoge doseringen in voedingssupplementen. Chlorella, tarwe en andere granen kunnen een zink-tekort veroorzaken. Magnesium versterkt de binding van de endorfine receptoren in de hersenen van ratten, terwijl zink deze magnesium interventie neutraliseert )
  • Cadmium. (roken)
  • Wei :(bv. in proteïne shakes, kan de kans op prostaatkanker verhogen)
  • Febreze: (een stofverfrisser met zinkchloride): niet inademen en best uit de buurt houden van huisdieren (risico voor overgewicht, stressovergevoeligheid,  kanker, depressie en andere psychische stoornissen bij huisdieren)
  • Syzygium cumini (jambolan, een eetbare vrucht van de mirtefamilie)
  • Extract van Oryza sativa var. glutinosa (kleefrijstR
  • Extract van Piper longum, een pepersoort die veel wordt gebruikt in de ayurvedische geneeskunde R
  • Extract van malrove (Marrubium vulgare), wordt gebruikt als natuurlijke rustgever voor lichaam en geest.
  • Alostine (frequent gebruikt geneesmiddel in Afrika)
  • Scoparia dulcis (Scoparin A)
  • Tecoma stans (bloem: gele Bignonia)
  • Vinca major (plant: grote maagdenpalm)
  • Jambolan

Apta Voedingsadvies werkt met de exorfinen test van Exendo om te bepalen of iemand een overbelasting heeft voor exorfinen en dus een niet goed werkend DPP-IV enzym.

Het is aan te raden niet op eigen houtje DPP-IV enzymen te nemen in verband met wisselwerking met andere medicatie en voeding. Ook kun je ontwenningsverschijnselen krijgen van de exorfinen overbelasting, wat gemonitord wordt door APTA voedingsadvies.

De kenmerken van ontwenning (bv. geïrriteerdheid, toename stressgevoeligheid, onrust, agitatie enz…) verschillen per persoon:

Psychische ontwenningsverschijnselen: verhoogde prikkel- en stressgevoeligheid, geïrriteerdheid, moeheid, toegenomen behoefte naar suiker
Darmflora adaptatie: bij aanvang van gebruik van een probioticum kan gasvorming, krampen en of diarree optreden. Na verloop van tijd past het lichaam zich aan en verminderen of verdwijnen deze verschijnselen.

Maak een afspraak voor begeleiding of screening

De informatie in dit artikel komt van Exendo, het http://exendo.be/dpp-iv-enzym-onderzoek-en-referenties/#Functies  Op deze website vind je nog meer informatie en alle links naar wetenschappelijke onderzoeken die betrekking hebben op dit artikel.

 

Wil je weten of ik je kan helpen? Bel dan op maandagochtend tussen 10 en 11 uur voor een gratis kennismakingsgesprek: 0613426644 of mail naar info@voedingsadviesrotterdam.nl

Vond je dit artikel nuttig? Deel het dan gerust.

Ik besteed veel tijd aan het schrijven van blogartikelen, dit doe ik graag, ik wil dat je goed geinformeerd wordt, ik zou niets liever doen dan voor jou schrijven. Ik verdien hier niets aan, helaas moet ik dan ook steeds meer tijd besteden aan andere (betaald) werk en daardoor kan ik minder schrijven. Wil je mij ondersteunen? Dan kan dat al vanaf eenmalig €1,00 of meer. Gewoon als teken van waardering, of omdat je meer wilt lezen van mijn hand. Jouw donatie besteed ik uiteraard aan tijd om goeie blogs te schrijven. Alvast, heel erg bedankt!

, Lisa

Naam*

E-mailadres*

Bedrag €*



Glutamaat en GABA in evenwicht

Heb je last van concentratieproblemen, ADHD, op autisme gelijkende eigenschappen, geïrriteerd en constante onrust, dan kunnen je neurotransmitters uit balans zijn. Om uit te zoeken welke neurotransmitters dit zijn, kun je bij APTA een schriftelijke test doen. Dit is een vragenlijst waaruit zal blijken welke neurotransmitters overheersen en welke er tekort zijn. In deze blog gaan we het hebben over twee neurotransmitters GABA en glutamaat. GABA wordt ook onderzocht in de schriftelijke test, glutamaat niet, omdat deze twee neurotransmitters elkaar in balans houden. Heb je te weinig GABA, dan heb je een teveel aan glutamaat.  GABA kun je verhogen met voeding en supplementen, maar er zijn wel punten waar je op moet letten, want je moet zowel GABA als glutamaat balanceren. Hoe we dat doen en wat voor een neurotransmitters GABA en glutamaat zijn, kun je hieronder lezen.

GABA en Glutamaat zijn met elkaar verbonden

GABA verhogen kun je niet alleen maar met supplement doen, zoals het eigenlijk ook niet kan met andere neurotransmitters, tenminste niet als je als een pillen-slik-machine door het leven wilt. Bovendien heeft het bij veel mensen het tegenovergestelde effect. Er komen nogal wat zaken kijken bij het verhogen van GABA, op zich is dat niet vreemd omdat het lichaam nu eenmaal een mechanisme is waarbij alles van elkaar afhankelijk is. Zo wordt de productie van GABA beïnvloed door glutamaat. Deze twee neurotransmitters kun je niet los van elkaar zien.

Glutamaat en GABA zijn allebei belangrijke neurotransmitters die een grote invloed hebben op verschillende facetten van onze fysieke, mentale en spirituele gezondheid, waarbij de GABA remmend werkt en de glutamaat prikkelend.

Prikkelende neurotransmitters stimuleren hersencellen en remmende neurotransmitters kunnen deze prikkeling verminderen.

Net als bij alle neurotransmitters kan een teveel of te weinig problemen veroorzaken. Zoals altijd moet alles in balans zijn. Het klinkt saai, balans, balans, balans, maar ja, zo werkt het nu eenmaal. Het klinkt zo eenvoudig, maar helaas zijn er veel factoren die de balans kunnen verstoren. Vaak is er teveel glutamaat en te weinig GABA.

Wat is Glutamaat?

Glutamaat is de voornaamste prikkelende neurotransmitter. Het stimuleert je hersencellen zodat je kan praten, denken, informatie kan verwerken, nieuwe informatie op kan nemen, je goed op kan letten en informatie opslaan in het  korte en lange termijn geheugen.

Uit onderzoeken blijkt dat hoe meer glutamaat je hebt, hoe intelligenter je bent. Een hoog gehalte aan glutamaatreceptoren wordt in verband gebracht met superieure vaardigheden in leren en geheugen (denk hierbij aan het syndroom van Asperger) Jammer genoeg worden ze ook in verband gebracht met een verhoogd risico op beroertes en aanvallen en vele andere problemen.

Alhoewel glutamaat een van de uitbundigste neurotransmitters is in de hersenen,  is het maar een heel kleine concentratie.  Als dit concentratiegehalte stijgt, worden de neuronen te geprikkeld en kunnen ze niet meer normaal werken. De glutamaat wordt dan een zenuwgif.  Dat betekent dat het glutamaat de hersenen en de zenuwen te veel stimuleert, dit veroorzaakt neurologische ontstekingen en de afbraak van cellen.

Teveel glutamaat

Een teveel aan glutamaat is de voornaamste oorzaak van een grote variëteit aan neurologische stoornissen zoals:

  • autisme
  • ALS
  • Parkinson
  • schizofrenie
  • migraine
  • rusteloze benen
  • Gilles de la Tourette
  • Fibromyalgie
  • MS
  • ziekte van Huntington
  • beroertes
  • atriale fibrillatie
  • slapeloosheid
  • bedplassen
  • hyperactiviteit
  • OCD
  • bipolaire stoornis
  • angststoornis
  • STIMS (herhalende zelfstimulerende gedragingen zoals heen en weer wiegen, niet stil kunnen staan, hand flapperen, speelgoed rond draaien of op rijtjes zetten, echolalie, zinnen herhalen of lichaamsbewegingen herhalen zoals vaak gezien wordt bij autistische mensen).

Te veel glutamaat verhoogt ook eosinofielen (dit is een speciaal type witte bloedcel) dit veroorzaakte ontstekingen, verzwakt de bloedvaten waardoor migraine ontstaat en de bloeddruk onregelmatig wordt. Het verzwakt ook andere gebieden in de hersenen zoals de hypothalamus, de hippocampus en purkinjecellen waardoor spraak en taal aangetast worden. Heb je regelmatig migraine waarbij je merkt dat je moeilijker kunt articuleren of hussel je dan woorden door elkaar? Dan kan jouw migraine veroorzaakt worden door een teveel aan glutamaat.

Een verhoogd glutamaatgehalte triggert de hersenen om natuurlijke opiaten (endorfine/enkefaline) vrij te laten en de hersenen te beschermen tegen schade

Hierdoor krijg je een zweverig gevoel en kan leiden tot een tekort aan natuurlijk opioïden en het put het glutathion gehalte uit, deze is essentieel voor het ontgiftingsproces, ontstekingen te beheersen en de darmgezondheid. Glutathion beschermt ook tegen schade bij neuronen, dus als de glutathion productie uitgeput wordt, worden de hersencellen niet goed beschermt en dit draagt dan weer bij aan meer stervende cellen.

 

Vraag een consult aan

 

Andere effecten van een te hoog glutamaat gehalte:

  • Hoge hoeveelheden glutamaat kunnen ook de onvriendelijke bacteriën in de darmen verhogen en  bijdragen aan maagzuur problemen door een teveel aan maagzuur.
  • Te veel glutamaat kan leiden tot te veel acetylcholine, dit is ook een stimulerende neurotransmitter, door te veel acetylcholine kun je angstig worden en slapeloosheid, rusteloosheid en nervositeit krijgen.
  • Kwik in het lichaam wordt giftiger als er grote hoeveelheden glutamaat aanwezig is. Te veel glutamaat activeert ook kankercellen om meer tumorcellen te produceren en om te overleven. Heb je amalgaam vullingen en een teveel aan glutamaat dan heb je meer last van het kwik dan anderen.

Wat is GABA?

GABA, gamma-amino boterzuur, is de belangrijkste kalmerende neurotransmitter. De belangrijkste rol is de hersenen te kalmeren, alles langzamer te laten verlopen en je te ontspannen.

Een van de manieren waarop het dit doet is door de alfa-golven in de hersenen te verhogen. GABA is ook belangrijk voor spraak en taal. GABA is letterlijk de pauze tussen twee woorden in. Je hersenen gebruiken GABA om prikkels te verwerken. Zonder een goede GABA productie zouden gesprekken bestaan uit een waterval van zinnen, onduidelijke uitspraak en zouden we moeite hebben met het begrijpen van taal. (Als kind was ik een echte broddelaar, als ik ergens heel enthousiast over was  begreep men soms niets van wat ik vertelde, ik praatte heel snel, sprak de woorden half uit  en plaatste woorden ook door elkaar. Nu heb ik het nog als ik migraine heb, halve zinnen en woorden, ik hoor mijzelf dit zeggen maar krijg het toch niet goed mijn mond uit>overload aan glutamaat!))

Je spijsverteringskanaal zit vol met GABA receptoren, de samentrekking van de spieren van de darmen (de peristaltische beweging) is afhankelijk van GABA. Heb je obstipatie doordat je darmen stilliggen, dan is een GABA tekort hier verantwoordelijk voor. Je krijgt buikpijn en je ontlasting wordt niet naar de endeldarm afgevoerd.

GABA zorgt ook voor een gezonde hoeveelheid immuuncellen, IgA (antilichamen die je darmen en slijmvliezen beschermen tegen schadelijke indringers) dat betekent dat ze bijdragen aan een gezonde immuniteit.

Bij onvoldoende GABA krijg je klachten als:

  • nervositeit
  • angst
  • paniekaanvallen
  • agressief gedrag
  • verminderd oogcontact
  • a-sociaal gedrag
  • aandachtstekort
  • problemen met het focussen van het oog (dit zie je bij autistische mensen, als beide ogen naar binnen gericht zijn of waarbij de ogen horizontaal of verticaal heen en weer bewegen)
  • chronische pijnsyndromen
  • het kan ook bijdragen aan brandend maagzuur door dat GABA nodig is om het onderste deel van de slokdarm te reguleren.
  • en nog veel meer…

Een te laag GABA gehalte kan een rol spelen bij:

  • alcoholisme
  • drugsverslaving
  • het verlangen naar suiker en koolhydraten, omdat deze producten tijdelijk en kunstmatig de GABA verhogen, dus onbewust wordt je hierdoor aangetrokken. (mensen die zeggen verslavingsgevoelig te zijn, hebben dus een neurotransmitter en dan voornamelijk GABA probleem).

Uiteindelijk zorgen al deze producten voor een uitputting van de neurotransmitters en hierdoor zal het probleem niet opgelost worden.

 

Meer informatie over de gevolgen van een teveel glutamaat en te weinig GABA

vind je in het E-book “Glutamaat en GABA in balans”.

INHOUD van het e-boek:

Wat is glutamaat en hoe werkt het?
Teveel glutamaat
Gevolgen van een te hoog glutamaatgehalte

Ontstekingen
Glutathion tekort
Darmdysbiose
Autisme
Gilles de la Tourette
Restless legs
Multiple Sclerose
Bijnieruitputting
Maagzuurtekort
Migraine
Taurine
Glutaminezuur en ammoniak
Fibromyalgie
Angst en nervositeit
Schizofrenie
Bipolaire stoornis
Insuline en diabetes
Degeneratieve hersenziekten
De ziekte van Parkinson
De ziekte van Huntington
ALS

Wat is GABA?

GABA en Glutamaat zijn met elkaar verbonden
Hypothalamus
Sympathisch en parasympathisch zenuwstelsel
De balans van GABA en Glutamaat 

GAD enzym 

Er zijn verschillende oorzaken van een verstoorde GAD activiteit:
Te veel Calcium
Glutamaat wordt omschreven als een geweer en het calcium als de kogels
Te weinig Calcium
Zware metalen en glutamaat
Kwik
Candida
Glycine
Glutamaat transporters
Taurine en candida
Andere factoren waardoor er onvoldoende GABA is
Serotonine tekort

Voeding
Vet
Schadelijke stoffen in voeding
Neuro-gifstoffen in de voeding
Meest voorkomende bronnen van excitotoxinen
Andere bronnen van excitotoxinen
Andere voedingsstoffen die excitotoxinen bevatten die schade aan zenuwen toe kunnen brengen zijn

Medicijnen die je GABA receptoren beïnvloeden

Andere factoren die bijdragen aan de onbalans
Pyrolurie
Chronische stress
Vitamine K 

VOEDING
Vrije glutamaat in voeding
Glutaminezuur
L-glutaminezuur
D-glutaminezuur
Glutamaat
UMAMI
Wat doet glutaminezuur?
Andere vormen van vrij glutaminezuur
Gist
Waarom is het giftig?
Voedingsmiddelen met een heel hoog glutamaatgehalte
Vrije glutamaat in voeding

GABA verhogen
Over GABA supplementen
Taurine voor meer GABA
Wanneer beter geen taurine gebruiken?
Epigenetica
Cofactoren aanvullen
L-theanine om GABA te verhogen
Norepinefrine en acetylcholine

In de praktijk: Hoe verhoog je  GABA

Referenties

Bijlage
Lijst van producten met vrije glutamaat (MSG) 53

Koop het e-boek in de webshop.

Wil je weten of ik je kan helpen? Bel dan op maandagochtend tussen 10 en 11 uur voor een gratis kennismakingsgesprek: 0613426644 of mail naar info@voedingsadviesrotterdam.nl

Vond je dit artikel nuttig? Deel het dan gerust.

Ik besteed veel tijd aan het schrijven van blogartikelen, dit doe ik graag, ik wil dat je goed geinformeerd wordt, ik zou niets liever doen dan voor jou schrijven. Ik verdien hier niets aan, helaas moet ik dan ook steeds meer tijd besteden aan andere (betaald) werk en daardoor kan ik minder schrijven. Wil je mij ondersteunen? Dan kan dat al vanaf eenmalig €1,00 of meer. Gewoon als teken van waardering, of omdat je meer wilt lezen van mijn hand. Jouw donatie besteed ik uiteraard aan tijd om goeie blogs te schrijven. Alvast, heel erg bedankt!

, Lisa

Naam*

E-mailadres*

Bedrag €*



 

Abshire VM1, Hankins KD, Roehr KE, DiMicco JA. Injection of L-allylglycine into the posterior hypothalamus in rats causes decreases in local GABA which correlate with increases in heart rate. Neuropharmacology. 1988 Nov;27(11):1171-7.

  1. Amoreaux WJ, Marsillo A, El Idrissi A. Pharmacological characterization of GABA receptors in taurine-fed mice. J Biomed Sci. 2010;17 Suppl 1:S14

El Idrissi A, L?Amoreaux WJ. Selective resistance of taurine-fed mice to isoniazide-potentiated seizures: in vivo functional test for the activity of glutamic acid decarboxylase. Neuroscience.2008 Oct 15;156(3):693-9.

Richard W Olsen and Timothy M DeLorey. GABA Synthesis, Uptake and Release – Basic Neurochemistry. 1999

http://www.ncbi.nlm.nih.gov/books/NBK27979/

Todd D. Prickett and Yardena Samuels. Molecular Pathways: Dysregulated Glutamatergic Signaling Pathways in Cancer. Clinial Cancer Research August 15, 2012 18; 4240

Dr. Amy Yasko, Autism: Pathways to Recovery. Neurological Research Institute, LLC 2004, 2007, 2009

Dr. Rick Sponaugle. Anxiety Disorder Causes

http://sponauglewellness.com/wellness-programs/anxiety/anxiety-panic-disorder-causes/

Dr. Datis Kharazzian. The Gut Brain Axis. http://digestionsessions.com/dr-datis-kharrazian/

Richard W Olsen and Timothy M DeLorey. GABA Synthesis, Uptake and Release http://www.ncbi.nlm.nih.gov/books/NBK27979/

Möykkynen, Uusi-Oukari M, Heikkilä J, et.al. Magnesium potentiation of the function of native and recombinant GABA(A) receptors. Neuroreport. 2001 Jul 20;12(10):2175-9.

Contrusciere, Paradisi S, Matteucci A, Malchiodi-Albedi F. Neurotox Res. 2010 May;17(4):392-8. doi: 10.1007/s12640-009-9115-0. Epub 2009 Sep 15. Branched-chain amino acids induce neurotoxicity in rat cortical cultures.http://www.ncbi.nlm.nih.gov/pubmed/19763733

 

 

 

Serotoninesyndroom en (voedsel)verslavingen

Serotonine is voornamelijk bekend als de neurotransmitter waar een tekort aan is bij depressie, maar teveel aan serotonine geeft een reeks klachten die veel ernstiger kunnen zijn. Sterker nog de lijst van klachten is enorm lang! Dit is bekend als het serotonine-syndroom.

De ernst van de klachten is afhankelijk  of je een klein teveel hebt of een groot teveel aan sertonine. Bij een groot opstapeling van serotonine kunnen de klachten zo ernstig zijn dat je in een coma raakt en patienten op de Intensive Care kunnen belanden. Dit is dan meestal het gevolg van een te grote inname van serotonine medicatie in combinatie met bijvoorbeeld drugs, st.janskruid en/of voeding die serotonine verhoogd. Daarom is het altijd belangrijk om mensen te monitoren die anti-depressiva gebruiken.

De symptomen van een serotoninesyndroom:

  • onrustig gevoel
  • slaapstoornissen
  • beven
  • koude rillingen
  • hyperactiviteit
  • agitatie
  • hoge bloeddruk
  • waarnemings- en denkstoornissen
  • geheugenstoornis
  • semi coma
  • transpiratie
  • koorts
  • verwardheid
  • spierspanning of -trekking
  • diarree
  • roodheid
  • coördinatiestoornissen
  • snelle hartslag
  • griepachtig gevoel
  • spierpijnen
  • vermoeidheid
  • eetstoornissen
  • overgewicht
  • agressief gedrag
  • verslavingen
  • depressie
  • angsten
  • carcinoïd syndroom (zie artikel in het blad De natuur uw arts nr. 201 en op
    www.levendvoedsel.nl)
  • bloedvatvernauwing
  • flush ofwel blozen
  • verlegenheid
  • migraine
  • oversekst gedrag
  • spastische darm
  • ontstekingen
  • dwangmatig gedrag
  • schommelende bloedsuikerspiegel
  • stress
  • hoog gevoeligheid
  • gevoelig voor licht
  • spanningen
  • geluiden
  • aanrakingen
  • schrikachtig gedrag
  • fobieën zoals straat- of hoogtevrees
  • oedeem ofwel vasthouden van vocht
  • wisselende stemmingen
  • heftige emoties
  • vaak huilen
  • gevoelens van eenzaamheid
  • heimwee of gemis
  • hormonale stoornissen
  • snelle werking van de schildklier met als gevolg een snelle stofwisseling waardoor magerte kan ontstaan
  • snel en vaak verliefd raken
  • te euforisch gevoel ondanks het zich niet goed voelen
  • moeilijk bij emoties kunnen komen en daardoor deze niet verwerken
  • zonnebrand
  • obsessief gedrag
  • zich elektrisch geladen voelen
  • spierdystrofie
  • hersenbeschadiging door ontsteking aan het hersenslijmvlies
  • beschadiging hartkleppen
  • nierbeschadiging
  • overmatig zweten

Medicatie als  MAO-remmers (Mono-Amino-Oxidase) en SSRI’s (Selective Serotonin Re-uptake Inhibitors) kunnen dus voor een te hoog serotoninegehalte zorgen, maar uit de praktijk blijkt dat mensen met een erfelijk bepaalde overgevoeligheid voor biogene aminen vaak gevoelig zijn voor verslavingen, waaronder ook voedselverslaving. Dit wordt veroorzaakt door een verhoogd histamine- en een verlaagd serotoninegehalte.

Onbewust en onwetend zoeken zij, vaak al beginnend in de puberteit, juist naar die middelen die serotonine aanmaken zoals:

  • medicijnen
  • supplementen
  • suiker
  • complexe koolhydraten
  • serotoninerijke voeding
  • drugs
  • tabak en alcohol

Hiermee wordt het tekort aan serotonine aangevuld.

Ken je het gevoel dat je je onrustig voelt en je iets zoet wil eten. Of wat mensen vaak zeggen: ik zou echt niet zonder brood kunnen, of zonder suiker. Je weet niet waarom maar iedere keer als je vol goede moed aan een dieet begint, eindigt je dag toch weer met een koekje of een paar boterhammen, of je neemt toch weer een joint of een biertje. Je vraagt je af? Waarom kan ik het niet volhouden, waarom wordt ik zo chagerijnig als ik een dieet volg? Ook met een lowcarbdieet waarbij je onbeperkt mag eten van bepaalde voedingsmiddelen en je dus geen honger hoeft te hebben, sta je toch weer voor de voorraadkast.

Dit kan twee dingen betekenen:

  • dat je een tekort hebt aan voedingsstoffen en je lichaam blijft vragen naar gezonde voeding omdat je of niet genoeg gezonde producten eet, of omdat je lichaam de voedingsstoffen niet op kan nemen
  • dat je een serotonine-tekort hebt en je een onrust voelt waarvan je weet dat je die kunt stillen met voeding, drugs of alcohol. Heb je eenmaal iets genomen, ook al is het maar een boterham, dan voel je je daarna weer rustig en voldaan.
  • of allebei

Mensen met een tekort aan serotonine zijn extra gevoelig voor graan- en suikerverslaving, maar ook andere verslavingen. Door een verhoogd gebruik van genoemde middelen kan het serotoninesyndroom ontstaan.

  1. Om problemen te voorkomen is het verstandig om het serotonine- en histaminegehalte te laten bepalen en intolerantie voor biogene aminen op te sporen, bijvoorbeeld met behulp van bioresonantie.
  2. Daarna is het van essentieel belang om, met hulp van een voedingstherapeute, het voedingspatroon aan te passen en te kiezen voor een natuurlijke en gezonde leefstijl, zonder al die stimulerende middelen en voeding. Met een zogenaamd eliminatiedieet kan zeer veel bereikt worden.
  3. Verder is het heel belangrijk om een goed evenwicht te creëren tussen verstand en gevoel en emoties goed te verwerken, anders zetten deze zich om in stress in het lichaam. Stress heeft invloed op het vrijmaken van biogene aminen, zoals histamine en serotonine. Hierdoor wordt meer adrenaline geproduceerd, waardoor er stress en een vecht- of vluchtgedrag ontstaat. Stress en een teveel aan adrenaline putten het lichaam uit, met als gevolg chronische vermoeidheid.

Hoe ontstaat een serotonine tekort?

De oorsprong van een tekort aan serotonine ligt vaak al bij een erfelijke aanleg en een intolerantie voor de biogene aminen. Door invloed van individuele leef- en eetgewoonten
kan het serotonine- en histaminegehalte steeds veranderen.

Verkeerde voeding en leefstijl kunnen voor een tekort aan serotonine zorgen. Je hebt voldoende eiwitten nodig om serotonine aan te kunnen maken. Het proces loopt als volgt:

  1. Uit de voeding worden eiwitten gehaald.
  2. Eiwitten worden afgebroken tot aminozuren
  3. 5-HTP wordt uit het aminozuur tryptofaan gemaakt
  4. 5-HTP wordt in de hersenen én in de lever omgezet in serotonine

In dit proces kan het op verschillende stadia fout gaan:

  • In de maag waar de eiwitten met behulp van enzymen worden afgebroken tot aminozuren. Deze enzymen worden aangeleverd door de alvleesklier en de dunne darm.
  • De opname van de aminozuren in het bloed, dit gebeurt door de wand van de dunne darm. Is deze beschadigd dan worden voedingsstoffen niet goed opgenomen.
  • In de omzetting van tryptofaan naar 5-HTP, zowel in de lever als in de hersenen
  • In de omzetting van 5-HTP naar serotonine

Hoe ontstaat het serotoninesyndroom?

Mogelijke veroorzakers of uitlokkers
De volgende middelen verhogen het serotoninegehalte:

  • bepaalde antidepressiva waaronder clomipramine ofwel Anafranil
  • tranquillizers zoals Rohypnol en Lexatonil
  • medicijnen zoals tramadol, morfine
  • L-tryptofaan
  • lithium
  • cocaïne
  • sint-janskruid
  • voeding rijk aan biogene aminen waartoe serotonine en histamine behoren
  • biogene aminen-liberators
  • tabak.
  • alcohol remt ook het enzym mono-amino-oxidase (MAO), waardoor een slechte
    detoxificatie van de biogene aminen ontstaat. Hierdoor blijven te veel gifstoffen achter in
    het lichaam.

Conclusie:

Een tekort aan serotonine is niet goed en een teveel ook niet. Balans is zoals altijd het sleutelwoord. Het is moeilijk om precies de oorzaak te achterhalen van een tekort aan serotonine omdat het er in verschillende stadia iets fout kan gaan. Veel mensen hebben een tekort door een verkeerde voeding en leefstijl, serotonine is voor meer dan 90% actief in de het maag-darmkanaal en het bloed en maar 2% in de hersenen. Belangrijk is dus het maag-darmkanaal te herstellen en het bloed te zuiveren. De lever speelt hierbij ook een belangrijk rol.

Een voorbeeld van een voedingspatroon met een tekort aan serotonine:

Hoge suiker consumptie, bewerkte voeding, te weinig groenten, te weinig eiwitten, tekort aan: B1, B3, B6, foliumzuur en magnesium.

Factoren: Stress

Een voorbeeld van een voedingspatroon met een teveel aan serotonine:

Een dieet rijk aan: Sojaproducten, Kip, Amandelen, Pinda’s, Zonnebloempitten, Bananen, Pompoenpitten, Zilvervliesrijst.

Verhouding eiwitten-koolhydraten-groenten uit balans.

Factoren: Oestrogeendominantie

 

Bronnen:

  • Didy www.levendvoedsel.nl
  • Erik Mulder : hyperserotonemie en autisme http:www.pdd-nos.nl/columns/2006col/col_dec_06.html
  • Huibers, Jaap: Voedsel, oorzaak van lichamelijke en psychische ontregeling. Over biogene
    aminen in ons dagelijks voedsel, Ankertjesserie nr. 129 (helaas niet meer verkrijgbaar in de
    boekhandel)
  • Pfeiffer, Carl. C.: Nutrition and mental illness, vertaling: Voeding en psyche (alleen Engelse
    versie verkrijgbaar in de boekhandel)
  • Smith, T.A.: Food Chemistry, 6, 169-200, Amines in food, 1981
  • https://www.henw.org/archief/volledig/id425-serotonine-anders-bekeken.html
  • http://www.orthokennis.nl/nutrienten/5-HTP

Biogene aminen

Biogene aminen zijn stoffen die door de cellen van levende organismen aangemaakt worden. Biogene aminen zijn verbindingen in de voeding die bij mensen o.a. overgevoeligheidsreacties teweeg kunnen brengen, maar ook ons gedrag beïnvloeden. De klachten lijken op voedselallergieën, maar zijn dit niet. Bij biogene aminen speelt het immuunsysteem namelijk geen rol. Het zijn stikstofverbindingen die in de omzetting door micro-organismen in planten, dieren en mensen gevormd worden.

Sommige biogene aminen hebben functies die vergelijkbaar zijn met die van hormonen, anderen spelen een rol bij het functioneren van het zenuwstelsel, de darmmotoriek, het reguleren van de lichaamstemperatuur, het slaap­ritme en de activiteit van de hersenen.

Belangrijke biogene aminen zijn: adrenali­ne, dopamine, fenylethylamine, histamine, noradrena­line, putrescine, serotonine, tryptamine en tyramine.

Biogene aminen komen in veel voedingsmiddelen voor en worden gedurende de verwerking, de rijping (gis­ting, fermentatie) en de opslag (bederf) gevormd. Als het voedingsmiddel veel eiwitten bevat, zoals vis, kunnen er grote hoeveelheden biogene aminen worden gevormd.
Biogene aminen in voedingsmiddelen vormen normaal gesproken geen risico voor de mens, omdat het lichaam deze verbindingen zelf kan aanmaken en afbreken en zodoende kan compenseren voor van buitenaf aange­voerde biogene aminen. Bij de opname van grotere hoeveelheden of bij overgevoeligheid is dit mechanisme verstoord waardoor dan klachten kunnen ontstaan.

De klachten die kunnen ontstaan worden in de medische wereld pseudo-allergieën of PAR’s genoemd. Bij de pseudo-allergieën treedt een overgevoeligheidsreactie op voor biogene aminen, bijvoorbeeld voor histamine uit bepaalde voedingsmiddelen. Het lichaam raakt door de opname van deze verbindingen uit balans, waardoor het juist nog meer histamine gaat (vrij)maken. Hierdoor kunnen de klachten optreden zoals migraine, netelroos, astma of vochtophoping.
Histamine-voorraden liggen in het lichaam opgeslagen in de mestcellen. Bij bepaalde mensen met een erfelijke aanleg voor een allergie zijn deze mestcellen veel minder stabiel dan normaal, waardoor ze te snel histamine vrijmaken. Dit kan bijvoorbeeld al gebeuren door koude of warmte.

VRAAG EEN CONSULT AAN

De instabiliteit van de mestcellen wordt door zg. histamine-liberatoren beïnvloed. Deze verbindingen zitten vaak gewoon in onze voeding.
Enzymen zorgen in het lichaam voor de afbraak van biogene aminen. Grote hoeveelheden biogene aminen kunnen deze enzymen echter niet aan, omdat ze vrijwel con­stant door bv. alcohol en nicotine, maar ook de aanwezigheid van biogene aminen zelf en medicijnen in hun werking geremd worden.

Klachten ontstaan wanneer het gehalte aan biogene aminen te hoog wordt. Ook is duidelijk dat drinken en roken de klachten doen toenemen, omdat dit de enzymen remt die de biogene aminen afbreken. Ook bepaalde medicijnen remmen de afbraak van bio­gene aminen doordat zij de werking van de enzymen mono- en diamine-oxadase volledig remmen. Daardoor worden de aminen in het maag-darmkanaal niet afgebroken met als gevolg dat ze in het lichaam terechtkomen. Ook in het lichaam worden ze nauwelijks afgebroken waardoor ze zich ophopen en klachten veroorzaken. De opname uit de voeding hoeft dan maar gering te zijn om klachten te veroorzaken.

Bij sommige mensen komt het voor dat genoemde enzymen door een genetisch defect ontbreken in het maag-darmkanaal of nauwelijks werkzaam zijn. Deze mensen kunnen maar weinig biogene aminen verdra­gen.

Biogene aminen in voeding

  • Adrenaline: druiven en ananas
  • Dopamine: bananen (8 mg/kg), avocado’s (4-5 mg/kg), druiven en ananas (1-2 mg/kg)
  • Fenylethylamine: cacao, chocolade, bepaalde kaas­soorten, worstsoorten, kip, vis, (bittere) amandelen en amandelolie
  • Histamine: alcoholhoudende dranken, bonbons e.d, ananas, aardbeien, kippe-eiwit, granen, tomaten, papaya, varkensvlees, vis, schaaldieren, kreeft, krab, noten, amandelen, pinda’s.
    Kruiden: basilicum, cayennepeper, dragon, eucalyptusolie, galanga (laos), gember, kaneel, foelie, kerrie, koriander, kruidnagelen (speculaas-, koek- en worstkruiden), lavas, majoraan, nootmuskaat, pa­prika, peterselie, sassefras (kauwgom, tandpasta, thee), selderij, knolselderij, tijm, venkel. Hulpstoffenadditieven zoals benzoëzuur:
    Verontreinigingen/contaminanten zoals nitraat.
  • Noradrenaline: bananen (2 mg/kg), druiven, ananas (1-2 mg/kg), sinaasappels en rode pruimen.

  • Putrescine: komkommer, courgette en augurk.

  • Serotonine: Ananas, walnoten en bananen.

  • Tryptamine:(oude) kaas en vleeswaren.

  • Tyramine komt vooral voor in oude kaas, vleeswaren, vis en groente.

Denk je dat je last hebt van biogene aminen? Neem dan eens een kijkje op de zuster website Histamine-Intolerantie.nl voor meer informatie of boek een consult.

 

SCHRIJF JE IN VOOR DE NIEUWSBRIEF

Bron

Nachtschaden, goed of slecht?

Bij nachtschaden denken de meeste mensen aan paprika, tomaat, aardappel en aubergine. Sommige mensen denken ook aan courgette, omdat deze veel met de andere genoemde groenten gegeten wordt. maar courgette is familie van de komkommer en geen nachtschade.

Maar wist je dat er meer nachtschade groenten en ook fruit zijn?

Nachtschaden (Solanceae) kun je herkennen aan de bloemvorm en aan de manier waarop de zaden in de bloemen zitten.

zwarte-nachtschade

Er zijn wel meer dan 2000 soorten nachtschaden! Het grootste gedeelte van deze planten zijn giftig. Zelfs tabak is een nachtschade. Het is niet zo giftig als de andere giftige soorten maar het is wel aangetoond dat het hart en bloedsomloop problemen veroorzaakt. Je wilt het groen van aardappelen ook niet opeten of roken, waarom dan wel tabaksbladeren roken?  

Naast groenten zijn er ook bessen in de nachtschadefamilie: gojibessen en kruisbessen, deze vind je ook in supplementen.

Dit zijn de meest bekende eetbare nachtschades:Paprika, Chili peper, Tomaat, Wonderbes, Bosbes, Litchitomaat, Aardappelen, Tomatillos, Kruisbessen, Gojibessen.

Wel of niet goed?

Wat voor de één goed is is voor de ander niet zo goed. Laten we eerst van start gaan met goede berichten over nachtschades. Zo lees je dan dat vrouw met overgewicht en obesitas veel baat hebben bij het eten van tomaten en ontstekingen verminderen en in een ander artikel staat dat je er direct maag of darmkramp van kan krijgen en er juist ontstekingen ontstaan.  Deze verschillende berichten ontstaan doordat er verschillende onderzoeken worden gedaan op verschillende grondstoffen. Zo is lycopeen ontstekingsremmend en in tomaten zit veel lycopeen.

Zo schijnen nachtschaden ook goed te zijn bij het verlagen van het risico op de ziekte van Parkinson, hier werd gekeken naar de nicotine in nachtschades, vooral chilipepers bevatten veel nicotine, hierdoor verminderde bij mensen die niet rookten of niet langer dan 10 jaar rookten het risico met 19%. Capsaicine, een andere stof in chilipepers heeft een ontstekingsremmende werking.

Voor zover de goede kant van nachtschades

Dan nu de andere stoffen die niet gunstig zijn. Tomatine, solanine, chacocine en toch ook weer nicotine zijn schadelijke neurotoxines (gifstoffen) die ook wel glycoalkaloïden (GA) worden genoemd. Deze stoffen kunnen een verlammende werking op het zenuwstelsel of een dempend effect op de hersenboodschappers (neurotransmitters) hebben.

De meest voorkomende klachten zijn acute ontstekingen, darmproblemen, vermoeidheid, uitputting, misselijkheid en PMS, maar ook darmontstekingen, fybromyalgie en gewrichtsklachten zoals artritis. Allergische klachten zoals (plotselinge) huiduitslag, jeuk, zwelling en eczeem worden ook vaak gezien bij het eten van de nachtschade familie.

Schil je aardappel

Ja, ik weet het, aardappels met schil zijn lekkerder en de voedingsstoffen worden beter bewaard. Maar wat ook beter bewaard wordt zijn de glycoalkaloïden, de neurotoxinen, deze verhogen zelfs nog als aardappels worden gefrituurd. Dus wil je perse aardappels eten, dan toch liever geschild, zeker als je klachten hebt.

De vraag blijft: Zijn nachtschaden nu goed of slecht?

Dat ligt eraan. Als je heel gevarieerd eet, dus niet iedere dag aardappels en tomaten, kun je best nachtschades eten. Zoals met alles geldt: met mate en varieer zo veel mogelijk. Heb je echter een van de bovengenoemde klachten, probeer dan de nachtschades zoveel mogelijk te vermijden.

Nachtschade intolerantie

En dan heb je ook nog de intolerantie voor nachtschades. Deze komt vaker voor bij mensen die ook andere voedingsintoleranties hebben.  Heb je klachten als boven beschreven, probeer dan eens een maand lang geen nachtschades te eten en kijk hoe je lichaam reageert. Merk je dan je darmen rustiger worden? Als je een maand stopt met het eten van nachtschades weet je ook wel klachten het veroorzaakt en kun je beslissen of je ze uit je dieet schrapt of niet.

Nachtschaden Paleo?

Nachtschaden groeien van origine niet in ons koude kikkerlandje. Wil je eten zoals de oermens in Nederland, dan zijn nachtschaden niet paleo. Maar woon je bijvoorbeeld in zuid-Amerika, dan weer wel. Met andere woorden: Bekijk zelf of je ze wel of niet eet. Jij weet of je gezondheidsklachten hebt. Twijfel je hierover en wil je je eetgewoonten aanpassen dan kun je natuurlijk altijd een afspraak maken, ik kijk dan met jou naar jouw gezondheidsgeschiedenis, je huidige gezondheid en klachten en naar wat voor jou goede voeding is.

Bronnen:

www.natuurdietisten.nl

http://www.ncbi.nlm.nih.gov/pubmed/23661325

Angstig door serotonine

 

In Nederland hebben meer dan 1 miljoen mensen last van een angststoornis. Dat is dus 1 op 17 mensen. Dat is veel, heel veel vind ik zelf. Vooral mensen met een sociale fobie schamen zich vaak en voelen zich minder en niet op hun gemak in publieke situaties. Een onderzoek van de Uppsala Universiteit uit 2015 keek naar de oorzaak van de angststoornissen. Tot nu toe waren onderzoekers het er over eens dat een tekort aan de neurotransmitter serotonine de oorzaak was van de stoornis, maar uit het laatste onderzoek bleek dat  juist een te veel aan serotonine zorgt voor angstig gevoel.

”Ons onderzoek geeft een beter inzicht hoe serotonine bijdraagt aan angst.”. zei Dr Tomas Furkmark, een psychologie docent van de Zweedse Uppsala Universiteit in een email aan de Medical Daily, waarbij hij de benadrukte hoe belangrijk het is om de etiologie van angststoornissen te begrijpen.

Bij een recent kleinschalig onderzoek naar sociale angst bleek dat driekwart van de patiënten de symptomen voor hun 18e ontwikkelden. Vergeleken met de mensen waarbij de symptomen die later in hun ontstonden, had de eerste groep hogere scores bij de angst en depressie tests en lagere scores op de globale werking test. Bij de patiënten met angststoornissen op jonge leeftijd was de depressie zwaarder en waren de symptomen moeilijker te behandelen.

Gewoonlijk behandelen psychiaters sociale fobie met SSRI medicatie, een soort medicijn die de hoeveel serotonine in de hersenen veranderd.

Furmark en Dr. Mats Fredrikson,een andere docent psychologie van Uppsala University,stelde de onderliggende hypothese ter discussie bij patiënten die behandeld werden met SSRI’s. Welke moleculaire rol speelt serotonine nu precies bij sociale fobie?

Overgevoelig voor angst

Om de moleculaire rol van serotonine te achterhalen werden er PET scans gemaakt van de hersenen om het serotoninegehalte in de hersenen van vrijwilligers met een sociale fobie te meten. Daarna traceerden zij de chemische signalen die tussen de cellen in de hersenen werden getransporteerd. De communicatie in de hersenen werkt als volgt: Zenuwcellen laten serotonine vrij in de ruimte tussen de zenuwcellen. De serotonine hecht zich aan de receptor van de cellen. Daarna wordt de serotonine vrijgelaten van de receptor en gaat het terug naar de originele cel.

De onderzoekers ontdekten dat patiënten met een sociale fobie teveel serotonine produceerden in de amygdala. Dit gedeelte van de hersenen, wat diep in onze schedel ligt, is de basis van onze primitieve emoties, inclusief angst. Hoe meer serotonine er in de amygdala wordt geproduceerd, hoe angstiger mensen zich voelen in sociale situaties.

De nieuwe bevindingen zijn niet geheel anders dan de eerdere onderzoeken, hier bleek al dat mensen met een sociale fobie een hogere activiteit in de amygdala hebben, bij angstige mensen is het angstcentrum in de hersenen overgevoelig. Nieuw onderzoek vervolledigt het eerdere werk met de suggestie dat een teveel aan serotonine de onderliggende oorzaak van angst kan zijn of in ieder geval een deel van de oorzaak is.

Serotonine verlaagd niet het angstgevoel, zoals eerder werd aangenomen, maar verhoogt het. Meer onderzoek in de onderliggende chemische processen naar angst kunnen wetenschappers helpen om te investeren in  de bekende behandelingen en mogelijke nieuwe manieren van behandeling te ontwikkelingen voor mensen met een ernstige vorm van angststoornis die slopend voor de patiënt kan zijn.

“Mogelijk moeten we nadenken over hoe we angst kunnen verminderen met  medicijnen als serotonine heropnameremmers (SSRI’s) of zij daadwerkelijk helpen bij angststoornissen.”zei Furmark.

Bron: Frick A, Åhs F, Engman J, et al. Serotonin Synthesis and Reuptake in Social Anxiety Disorder: A Positron Emission Tomography Study. JAMA Psychiatry. 2015. http://www.medicaldaily.com/social-phobia-linked-high-levels-serotonin-time-rethink-ssris-and-other-anxiety-drugs-338608

Note van Lisa: Angst verminderen met SSRI’s werkt symptoomonderdrukkend. De balans herstellen in de darmen waardoor het evenwicht in de verschillende neurotransmitters hersteld wordt, lijkt zinvoller. Dopamine en Serotonine zouden met elkaar in balans moeten zijn voor een gezonde psyche zonder angst of depressie.