Tag: darmflora

Het verband tussen diabetes type 1, coeliakie en voeding

Diebetes is er in twee soorten diabetes type 1 en diabetes type 2. De snel groeiende diabetes type is type 2, deze ontstaat bij verkeerde voeding, veel suiker, bewerkte lege voeding en te weinig beweging. Type 2 is het type dat gerelateerd is aan obesitas, hoge bloeddruk en een hoog cholesterol. Die samen gezien worden als het metabolisch syndroom. Maar ook diabetes type 2 is net als diabetes type 2 een auto-immuunziekte, deze auto immuunziekte ontstaat door een verkeerde leefstijl. Lees er hier meer over. De behandeling van deze klachten en dus ook diabetes 2 hebben veel baat bij een eiwit- en groentenrijke voeding, het paleodieet wordt met succes toegepast bij vele patienten met diabetes type 2.

Diabetes type 1 is een heel ander probleem. Alhoewel je hier ook een dieet met volgen, is het deze diabetes geen gevolg van een verkeerde levensstijl. Bij type 1, is een aanval op de alvleesklier door het auto-immuunsysteem. Hierdoor kan er geen insuline geproduceerd worden. Insuline heb je nodig om koolhydraten en eiwitten te verteren. Mensen met diabetes type 1 moeten dan ook bij elke maaltijd insuline injecteren.

Samen met de arts moeten mensen met Diabetes 1 hun insulinegehalIte op peil houden, maar ook voor hen is het mogelijk om met het paleodieet vooruitgang te boeken.

Diabetes type 1 en koolhydraat arm dieet

Het advies voor Diabetes type 2 is het volgen van een low-carb dieet, ofwel een koolhydraatarm dieet. Voor Diabetes type 1 ligt deze manier van eten niet voor de hand. Ook al eet je heel weinig koolhydraten, je hebt nog steeds insuline nodig omdat je ook insuline nodig hebt om eiwitten af te breken. Een koolhydraatarm dieet zal de aanval van het auto-immuunsysteem op de alvleesklier niet kunnen voorkomen en er zal ook niet meer insuline aan gemaakt kunnen worden.

Een regulier dietiste zal een patient met Type 1 Diabetes een algemeen ‘gezond’ dieet voorschrijven waarbij veel koolhydraten gebruikt worden en weinig vet en supplementeren met genoeg insuline. Maar mensen met Diabetes type 1 zijn constant in gevecht met het tellen van de koolhydraten in verhouding met de insuline.

Het is waar dat je ook bij een koolhydraatarm dieet nog insuline moet toedienen. Maar het is wel uit onderzoeken gebleken dat het je kan helpen. Uit het onderzoek blijkt dat als je koolhydraatarm eet en je dus ook minder insuline hoeft toe te dienen, dit de glycemische controle kan verbeteren. Je dient het dieet dan wel voor langere tijd vol te houden. (1)

Als je minder bloedsuikerspiegel pieken hebt dan hoef je er ook minder rekening mee te houden. Bij een koolhydraat arm dieet is je bloedsuikerspiegel vrij constant en blijft het laag.  Bij een koolhydraat arm dieet als paleo moet je er wel op letten dat je geen tot weinig producten eet als cassave, zoete aardappel of aardappel.

Paleo en Diabetes Type 1 : Andere aspecten

Auto-immuniteit en Gluten

Een van de meest interessante aspecten van Diabetes type 1 is het verband Coeliakie, een glutenallergie. Coeliakie komt tussen de 5 en 10 keer meer voor bij mensen met Diabetes type 1 dan bij mensen zonder diabetes. De meeste Diabetes type 1 met Coeliakie krijgen geen symptomen die bij Coeliakie horen, terwijl de ziekten wel hun lichaam aantast. Osteoporose is bijvoorbeeld een belangrijk voorbeeld.
De behandeling bij Coeliakie is een glutenvrij dieet, dus zou iemand met Diabetes type 1 dan een verbetering zien bij hun diabetes symptomen als zij stoppen met het eten van gluten?

Dit onderzoek laat het bewijs zien voor het verband tussen Coeliakie en Diabetes type 1. Er zijn een handjevol onderzoeken en een paar grotere onderzoeken met verschillende resultaten- sommige geven een verbetering in het bloedsuiker beheersing met een glutenvrij dieet en bij andere onderzoeken ziet men het tegenovergestelde. Er is nog te weinig goed onderzoek naar gedaan om tot een goed eindoordeel te kunnen komen. Tot nu toe is het niet duidelijk of een paleodieet bijdraagt aan de gezondheid van mensen met Diabetes type 1.  Wat wel duidelijk is, is dat je veel minder schommelende bloedsuikerspiegels hebt en je minder insuline nodig hebt.

Autoimmuniteit en darmbacterien

Een ander interessant aspect is dat de darmbacterien een  rol spelen bij Diabetes type 1. De darmbacterien geven een antwoord op de prangende vraag bij diabetes type 1: als het niet door dieet en levensstijl ontstaat: waar komt het dan vandaan?

Het antwoord is:

Het is deels genetisch, maar genetici krijgen het plaatje niet rond.  En dan vooral niet de snel groeiend aantal mensen met Diabetes type 1.

De grote invloed van de darmbacterien op Diabetes type 1 zijn onderzocht:

  • De darmflora speelt een belangrijke rol bij het immuunsysteem. Zij zorgen voor de doorlaatbaarheid van de darmwand, deze is betrokken bij de ontwikkeling van verschillende auto-immuunziekten, waaronder Diabetes Type 1.
  • De darmflora kan aangetast worden door verschillende dingen: Antibiotica, zeker als deze vaker is toegepast, maar een te vroege introductie van koeienmelk en granen bij baby’s en dreumesen.
  • Mensen met Diabetes type 1 hebben een duidelijke andere darmflora dan gezonde mensen.

Er is helaas nog geen onderzoek gedaan naar  welke probiotica de darmflora van mensen met Diabetes type 1 kan verbeteren zodat de symptomen verminderen. Het is ook nog niet onderzocht wat dan een “gezond”voedingspatroon er uit ziet vanuit de diabetes visie.  Wat je altijd kunt doen is stappen ondernemen om je darmen gelukkig te maken.

Kortom

Een koolhydraat arm dieet is niet het wondermiddel voor de genezing van Diabetes type 1. Er is hiervoor nog geen medisch advies om Diabetes type 1 met voeding te genezen of te voorkomen. De informatie die ik nu beschrijf kun je met je arts bespreken, of niet. Wat wel zeker is, is dat een koolhydraat arm dieet niet schadelijk is voor Diabetes type 1 zolang de insuline dosis goed afgesteld wordt. En je kunt natuurlijk proberen glutenvrij te eten en een gezond voedingspatroon in te voeren die goed is voor de darmflora. Hopelijk zal er, met de groeiende belangstelling voor de darmbacterien van de laatste jaren, meer  onderzoek worden gedaan waarbij er wellicht specifieke voedingsmiddelen ontdekt worden die kunnen helpen bij Diabetes type 1.

Let op: Heb je naast diabetes 1 nog andere ziekten die met auto-immuunsysteem te maken hebben, zoals astma, reuma, eczeem of histamine-intolerantie, dan is de kans groot dat je met herstellen van je darmen met een koolhydraat arm dieet en de juiste probiotica een stuk opknapt, ook al is je diabetes met grote waarschijnlijkheid wel een blijvende ziekte.

Bron

Geneesmiddelen nadelig voor je darmflora

Je kunt deze blog ook afluisteren. Handig voor blinden en slechtzienden, of als je geen zin hebt om te lezen.

Als je last hebt van darmklachten en je je best doet om je voeding aan te passen, je slikt probiotica, eet geen gluten, geen lactose, etc.  maar je nog steeds klachten hebt, kan het zijn dat de darmflora zich niet kan herstellen doordat je bepaalde medicijnen slikt.

Er zijn veel medicijnen die de darmflora aantasten. Deze medicijnen veroorzaken een reactie in het traject van de stofwisseling van de geneesmiddelen, hierdoor ontstaan superoxideradicalen. Het gaat dan om bepaalde soorten antibiotica (zoals chloramphenicol of nitrofurantoïne) en cytostatica (chemotherapie), maar ook bij het innemen van oestrogenen (de anticonceptiepil), anthrachinone-houdende laxeermiddelen, paracetamol en catecholamines zoals levodopa (voor ziekte van Parkinson).

Slik je de anticonceptiepil of neem je regelmatig een paracetamolletje? Ze lijken zo onschuldig maar ze een oorzaak zijn van het niet herstellen van de darmflora. De medicijnen verzwakken de darmflora waardoor de ziekmakende kiemen vrij spel hebben en zich kunnen vermeerderen. Hierdoor kan je immuunsysteem overbelast raken.

Het beschermende IgA, dat als beschermend schild binnenin het darmslijmvlies fungeert, wordt niet meer voldoende geproduceerd en daardoor wordt het binnendringen van bacteriën en antigenen vergemakkelijkt.

De ziekmakende micro-organismen in de darmen vormen giftige stoffen zoals ammoniak en acetaldehyde, deze tasten de hersenstofwisseling aan waardoor je moe wordt en je lichaam over het algemeen minder presteert. De giftige stoffen belasten de stofwisseling, vooral de lever waardoor er migraine, allergieen, hormonale verstoringen, degeneratieve ziekten(waaronder steeds meer auto-immuunziekten) ontstaan en dat allemaal als gevolg van een verstoorde darmflora.

Door gasvorming, rottingsdysbiose en het symptoomcomplex van Roemheld zijn de verschijnselen die vaak voorkomen bij de verstoorde darmflora. (Bij het symptoomcomplex van Roemheld is er vaak een stoornis in de bloedvoorziening van het hart doordat het middenrib omhoog staat als gevolg van een opgezette maag.

 

Minder afbraak van histamine

Een verstoorde darmfora veroorzaakt door het gebruik van bepaalde medicijnen geeft grotere kans op pseudo allergische reacties door verminderde afbraak van biogene aminen. Dit kan o.a. veroorzaakt worden door slijmvliesschade door vrije radicalen. Maar ook omdat bepaalde enzymen in de darm (zoals MAO en DAO) minder stoffen zoals biogene aminen afbreken. Daarnaast kan de lever door medicinale overbelasting minder (via o.a. methylering) biogene aminen afvoeren.

Biogene aminen zijn stoffen die gemaakt worden uit aminozuren, de bouwstenen van de eiwitten. De bekendste is histamine, dat het lichaam zelf maakt en een belangrijke rol speelt bij allergische reacties. Ze komen voor in nature in producten, waarin eiwitafbraak heeft plaatsgevonden. Vis en vis uit blik zijn hiervan bekende voorbeelden. Sommige mensen hebben een overgevoeligheid voor biogene amines in voedsel, die zich uit in op allergie lijkende reacties.

Belangrijke biogene amines in voedsel zijn histamine, tryptamine, cadaverine, putrescine, spermine en spermidine. Ze zijn betrokken bij allerlei processen in het lichaam, zoals de spijsvertering, de bloedsomloop en de ademhaling. Bij overgevoeligheid voor biogene aminen functioneert het afbraaksysteem in de darmen onvoldoende en ontstaan er klachten.

 

Pseudo- allergische reacties (PAR’s)

Men spreekt van een pseudo-allergie wanneer een stof van buiten het lichaam (bijvoorbeeld een geneesmiddel of voedingsmiddel) zonder tussenkomst van het afweersysteem dezelfde klachten kan veroorzaken als bij een echte allergie. De wijze van contact kan zijn via orale inname, via bloed of door inademen.

De verschijnselen bij een pseudo-allergische reactie lijken op die van echte allergische reactie. De hieronder genoemde verschijnselen kunnen, maar hoeven niet allemaal op te treden. Daarnaast bestaan er gradaties van milde tot ernstige symptomen.

Algemene symptomen: algemene malaise, griepachtige verschijnselen met koorts en lymfeklierzwelling.

Huid: jeukende huiduitslag en galbulten, soms gepaard met uitgebreidere zwellingen, zogenaamde angio-oedeem. Bij een contactallergische reactie ontstaat er gemiddeld 2 tot 3 dagen na contact op de contactplaatsen een eczeemreactie welke zich uit als jeuk, roodheid, schilfering, zwelling, bultjes en blaasjes.

Luchtwegen: rode, tranende, jeukende en opgezette ogen, jeuk in de neus, een loopneus, verstopte neus en veel niezen, benauwdheid, piepende ademhaling, hoesten, druk op de borst.

Hart- en bloedvaten: duizeligheid, neiging tot flauwvallen, bloeddrukdaling of bloeddrukverhoging

Mond, maag en darmen: jeuk aan lippen, mond- en keelholte, soms gepaard gaande met zwelling, opgezette keel, gevoel van benauwdheid en soms jeuk in de oren. Soms ook buikpijn, diarree, urticaria over het gehele lichaam, buikkrampen, misselijkheid, braken.

Mestcellen

Sommige stoffen van buiten het lichaam, een geneesmiddel of voedingsmiddel, kunnen een directe invloed hebben op de “mestcel”. Mestcellen bevatten stoffen (onder de microscoop te zien als “korrels”) die na vrijlating uit de cel aanleiding geven tot allergische klachten, zoals galbulten, niezen, kortademigheid etc.). Eén van deze stoffen is histamine. Bij een echte allergie wordt komt dit proces van vrijlating (medische term “degranulatie”) pas tot stand na binding van allergeen specifieke IgE antistoffen aan de mestcel. Bij een pseudo-allergie gebeurt deze vrijlating dus direct.

Omdat een pseudoallergische reactie niet van een echte allergische reactie is te onderscheiden wordt vaak wel een standaard allergologisch onderzoek uitgevoerd. Men kan alleen van een pseudo-allergie spreken wanneer de allergietesten geen echte allergie hebben aangetoond.

Darmonderzoek

Bij medicatie gebruik moet men dus extra bedacht zijn op een nadelige beïnvloeding op de darmflora. Dit kan buikklachten en voedingsreacties geven. In Duitsland, België en nu ook steeds meer in Nederland doet men specifieke ontlastingonderzoeken om meer inzicht te krijgen wat de gevolgen van medicatie kunnen zijn op het darm ecomilieu en de darmimmuniteit. Met gerichte darmtherapie en voedingsinterventies kan men proberen de schade te beperken of herstellen die veel medicatie aanricht in het hele maag-darmkanaal. Je kunt bij mij een  ontlastingonderzoeken laten doen in gespecialiseerde laboratoria en waarna we een aangepast voedingsplan opstellen om de darm te herstellen.

Bron

Is autisme het gevolg van een tekort aan één darmbacterie?

De afwezigheid van één specifiek soort van darmbacteriën veroorzaakt sociale tekorten bij onderzochte muizen, dit publiceerden onderzoekers van de Baylor College of Medicine in het tijdschrift Cell. Door deze soorten bacteriën terug te plaatsen in de muizen herstelde het afwijkend gedrag wat doet denken aan de symptomen van autisme spectrum stoornissen (ASS) bij de mens. De onderzoekers zijn nu op zoek naar de effecten van probiotica op neurologische aandoeningen.

Senior auteur Dr Mauro Costa-Mattioli, universitair hoofddocent van de neurowetenschappen aan de Baylor: “Of het effectief bij de mens zou zijn, weten we nog niet, maar het is een uiterst spannend om de werking van de hersenen te beinvloeden met de werking  van de darm.”

 

Obesitas als risico voor neurologische aandoeningen

De inspiratie voor het onderzoek is afkomstig uit epidemiologische studies die aangetoond hebben dat obesitas bij zwangere vrouwen het risico op het ontwikkelen van neurologische aandoeningen bij hun kinderen, waaronder ASS zou kunnen toenemen. Bovendien hebben sommige mensen met ASS ook terugkerende gastro-intestinale problemen. Het onderzoek laat zien hoe een dieet de darm microbioom kan beïnvloeden en hoe darmbacterien  de hersenen kan veranderen. Costa-Mattioli en zijn co-auteurs vermoeden dat er een verbinding kan zijn.

 

Hoe is het onderzoek uitgevoerd?

Om te beginnen, voedden de onderzoekers ongeveer 60 vrouwelijke muizen een vetrijk dieet dat de ruwe equivalent van steevast en meerdere malen per dag eten van fastfood was. Ze fokten met de muizen en wachtten tot zij jongen kregen. De nakomelingen bleven drie weken bij hun moeder en werden vervolgens werden gespeend op een normaal dieet. Na een maand toonde dit nageslacht gedrag waarbij ze minder tijd contact hadden met andere muizen en geen interacties initiëerden.

“Eerst wilden we zien of er een verschil was in de microbiomen tussen de nakomelingen van de moedermuizen die op een normaal dieet waren versus die van de moeders gevoed op een vetrijk dieet. Dus, gebruikten we “16S ribosomaal RNA gen sequencing” om de bacteriële samenstelling te bepalen van hun darm. We vonden een duidelijk verschil in de microbioom van de twee moeder dieetgroepen “, zegt eerste auteur Shelly Buffington, een postdoctorale medemens in Costa-Mattioli’s lab. “De sequencing data was zo consequent dat door te kijken naar de microbioom van een muis we kunnen voorspellen of zijn gedrag zou worden aangetast.”

Buffington testte vervolgens of de specifieke verschillen in de microbiome de oorzakelijke factoren waren die ten grondslag liggen aan de sociale beperkingen van kinderen van moeders gevoed met een vetrijk dieet. Omdat muizen elkaars ontlasting eten, zetten ze de dieren bij elkaar, zodat ze microbiota zich zou verspreiden bij hun lotgenoten. Wanneer sociaal verminderde drie weken oude muizen moeders op een vetrijk dieet werden gecombineerd met normale muizen, werd een volledig herstel van de darm microbioom en een gelijktijdige verbetering in het gedrag waargenomen binnen vier weken. De onderzoekers concludeerden dat een of meer heilzame bacteriesoorten belangrijk kan zijn voor normaal sociaal gedrag. Fecal-transplantatie experimenten in muizen zonder microbiota (kiemvrije muizen) gaven een  causal bewijs dat een onevenwichtige microbiële ecologie in de muizen van moeders op een vetrijk dieet verantwoordelijk is voor hun sociale tekorten.

De bacterie die sociaal gedrag beinvloed

De onderzoekers wilden vervolgens weten welk specifieke bacterië soorten zorgen voor het sociale gedrag. Het bleek dat de Lactobacillus reuteri, die meer dan negen maal in de microbiome muizen moeders voorkwam, bij het vetrijke dieet was verminderd.

“We kweekten een stam van L. reuteri, oorspronkelijk geïsoleerd uit menselijke moedermelk, en introduceerde hem in het water van de nakomelingen van het vetrijkedieet moeders. We zagen dat de behandeling met deze enkele bacteriële stam het mogelijk was om hun sociale gedrag te redden”, zegt Buffington . Andere autisme-gerelateerd gedrag, zoals angst, herstelde niet door de reconstitutie van de bacteriën. Interessant is dat de auteurs ondervonden dat L. reuteri ook de productie bevorderde  van de “hechting hormoon ‘oxytocine’, die zoals bekend een belangrijke rol in speelt bij sociaal gedrag is geassocieerd wordt bij mensen met autisme.

De onderzoekers keken ook of de beloning circuits bij het sociaal slechtzienden muizen disfunctioneel was. “Wij zagen dat, in reactie op een sociale interactie, er een gebrek was aan synaptische versterking in een belangrijke beloningsgebied van de hersenen die kunnen worden gezien bij de normale controle muizen”, zegt Costa-Mattioli. “Toen we de bacteriën terugzetten in de darmen van de nakomelingen van de moeders van het vetrijke dieet, konden we ook de veranderingen in de synaptische functie herstellen in het beloningscircuit.”

De onderzoekers menen dat hun werk, dat een menselijke bacteriële soort gebruikt om het oxytocine-peil te bevorderen en sociale gedragsgebreken bij deficiënte muizen te verbeteren, kan worden onderzocht als een probioticum interventie voor de behandeling van neurologische stoornissen bij mensen. “Dit is waar de wetenschap ons onverwacht leidt. We zouden kunnen zien of we deze benadering vrij snel kunnen ontwikkelen, niet alleen voor de behandeling van mensne met ASS, maar ook voor andere neurologische aandoeningen; hoe dan ook, dit is mijn onderbuikgevoel”, zegt Costa-Mattioli.

Bron: http://www.neuroscientistnews.com/research-news/single-species-gut-bacteria-can-reverse-autism-related-social-behavior-mice

Baylor College of Medicine Original repoting door: Graciela Gutierrez