DDP IV enzymen en exorfinenbelasting

afbeeldingsbron: https://www.sohf.nl/nieuws/het-nut-van-enzym-suppletie-door-wetenschap-onderbouwd

Heb je last van depressie, angst, stress, overgewicht of diabetes type 1 of 2? En heb je toevallig ook concentratieproblemen, ADHD/ADD? Ben je gek op brood en zuivel? Of eet/drink je veel soja en spinazie?

Laten we dan een kijkje nemen in de darmen. We kijken deze keer niet naar de samenstelling van darmbacterien of een lekke darm, maar naar morfine achtige stoffen die in voeding voorkomt: exorfinen.

Als al eens een lowcarb of paleodieet hebt gevolgd en je bent er in het begin flink chagerijnig van geworden, je partner klaagt dat dit dieet je niet leuker maakt, dan weet je: Je bent aan het afkicken van exorfinen. Deze morfine-achtige stoffen geven je even een goed gevoel. Sommige mensen zijn er aan verslaafd zonder dat ze het weten.  Je hebt bijvoorbeeld een dip: neemt iets met tarwe (koekje, brood, etc) en je voelt je weer even beter.

Exorfinen zitten in gluten, caseine, soja en spinazie en in sommige schimmels. Normaal gesproken worden ze in de darmenafgebroken door het DPP-IV enzym. Maar er zijn mensen waarbij dit enzym onvoldoende werkt.  Als exorfinen niet goed afgebroken worden wordt de endorfine receptoren overmatig geactiveerd, die op hun beurt dopamine stimuleert. Hierdoor voel je je lekker. Je zou denken, niets aan de hand toch?

Maar door een langdurige overmatige stimulatie wordt endorfine, dopamine, insuline en cortisol ongevoelig. Hierdoor kun je diabetes type 1 en 2, overgewicht, stress-stoornissen en bijvoorbeeld depressie en angststoornissen, restless legs ontwikkelen.

Afspraak maken

DDP-IV enzym

Men weet pas sinds 2011 dat het DPP-IV enzym de hoeveelheid endorfine in de hersenen reguleert. Deze ontdekking is een mijlpaal in de geneeskunde, aangezien endorfine (samen met insuline) de belangrijkste dopamine stimulator is in het beloningssysteem van de hersenen. Daarmee neemt het enzym een centrale plaats in het ontstaan van psychische stoornissen.

Smaakversterkers blokkeren het DPP-IV enzym erg snel . Ook vernielen ze de  endorfine-receptoren waardoor de endorfine aanmaak met 70% daalt zodat er minder dopamine vrijkomt.

Het DPP-IV enzym beschermt de endorfine receptoren tegen overbelasting door opioïden, met in het bijzonder de exorfinen uit voeding.

Diabetes en bijnieruitputting

Exorfinen zorgen in de eerste fase voor een forse toename van endorfine, dopamine, insuline en cortisol in de cellen en neuronen. Endorfine en dopamine is fijn maar een teveel aan insuline kan je insulineresistent maken en uiteindelijk zorgen voor diabetes en bij een constante overflow van cortisol voel je je vaak onrustig, gehaast, in paniek of angstig. Tot uiteindelijke de bijnier uitgeput is en geen cortisol meer kan aanmaken en je bijnieruitputting hebt.

Depressie

Volgens diverse onderzoeken hebben mensen met een depressie een verlaagde DPP-IV activiteit. Bij deze mensen stapelen de exorfinen zich op in de hersenen, waar ze de serotonine receptoren blokkeren.
Antidepressiva zijn actief op de serotonine receptoren. Dit zou kunnen verklaren waarom antidepressiva (volgens een meta-studie uitgevoerd door het FDA in 2008) over het algemeen niet beter werken dan een placebo. Antidepressiva blokkeren de werking van dopamine.

ADD/ADHD

De combinatie antidepressiva en methylfenidaat die zo vaak aan mensen met ADD/ADHD wordt gegeven is dan ook contraproductief.
De meeste antidepressiva worden geactiveerd via de endorfine receptoren . Dit verklaart waarom mensen met endorfine probleem niet geholpen kunnen worden door antidepressiva. Uit een meta-studie van het FDA blijkt dat antidepressiva niet beter werken dan een placebo.

Exorfinentest

Wat is het DPP-IV enzym?

Het DPP-IV enzym is een multifunctionele enzymen en heeft meer dan 70 functies. Het is onder meer betrokken bij de afbraak van exorfinen, dit zijn morfineachtige eiwitten uit gluten, caseïne, soja, spinazie en micro-organismen. En het is belangrijk voor het immuunsysteem.

Het DPP-IV enzym bevindt zich in de dunne slijmlaag van de darmen. Daar verhindert het de opname van exorfinen in de bloedbaan en beschermt het de endorfine receptoren. Het endorfinesyteem heeft in de darm een ontstekingsremmende  werking. Het DPP-IV enzym helpt de microvilli mee in stand houden en is daarmee is van de belangrijkste enzymen om lekkende darm te voorkomen en te behandelen.

Onderzoek wijst uit dat bij een tekort aan DPP-IV enzym werking (bv. onder invloed van gluten) de microvilli verkleinen en lekkende darm in de hand werkt. Galactose, een genetische DPP-IV enzym stimulator doet de groei van microvilli toenemen.

Immuunsysteem

De immunologische functie van het DPP-IV enzym wordt afzonderlijk aangeduid met de term CD26 enzym. Een tekort aan  CD26 activiteit is betrokken bij diverse immuun-aandoeningen en kanker. Vitamine A is een van de genetische stimulators van het CD26 enzym.

CD26 activeert de lymfocyten die prolifereren in T-cellenB-cellenNK-cellen. Deze cellen en hun bijproducten (antistoffen) spelen een centrale rol in het adaptieve of verworven immuunsysteem. Dit is het aanpassingsimmuunsysteem tegen ziekteverwerkers zoals pathogenen en eiwitten die antistof-reacties kunnen teweegbrengen (bv. de IgG en de IgE antistoffen door voeding).

Verstoringen in de werking van CD26 zijn betrokken bij diverse (auto) immuunaandoeningen. Voorbeelden zijn allergieën, astma, CVS, kanker, fibromyalgie, reumatoïde arthritis, lupus, depressie en autisme .

CD26 bindt zich op dezelfde receptoren van de lymfocyten waar zich ook exorfinenorganofosfatenstreptokinase en thiomersal binden. Dit laatste is een kwik bevattende stof die aan vaccins wordt toegediend. Volgens Vodjani ligt het vaccineren met thiomersal mee aan de oorzaak van de toename van autisme, ADD en ADHD. Deze co-receptoren worden ook bezet door stoffen die een rol spelen bij kanker, AIDS, reumatoïde artritis, lupus, multiple sclerose en andere (auto) immuunziekten.

Defecten in de werking van het CD26 enzym zou ook betrokken zijn bij de vorming van myelomonocyten. Deze cellen spelen een rol bij het ontstaan van acute en chronische myeloïde leukemie.

Het CD26 enzym heeft een sterke antivirale werking. Zo is bekend dat vrouwen met een sterke CD26 werking geen HIV-1infectie ontwikkelen na geslachtsgemeenschap met een seropositieve man.  Volgens diverse wetenschappers wordt de AIDS-epidemie mogelijk gemaakt door een verminderde functie van het DPP-IV/CD26 enzym.

Een verstoring in de werking van het CD26 enzym is betrokken bij de meeste (auto) immuunziekten . Dit doet de vraag rijzen of wel een goed idee is om medicinale DPP-IV/CD26 remmers in te zetten voor de behandeling van diabetes. Zeker nadat bekend werd dat deze geneesmiddelen de kans op kanker doen toenemen.

Er zijn onderzoeken waarbij de DPP-IV en CD26 enzym functie (in bepaalde omstandigheden) onafhankelijk van elkaar blijken te werken. Dit betekent dat iemand geen immuniteitsproblemen kan ondervinden (CD26), maar wel andere complicaties ten gevolge van een deficiënte DPP-IV enzym werking. De enige bedenking is dat dit onderzoek is gesponsord door fabrikanten van DPP-IV enzym remmers.

 

Allergien

Als het  DPP-IV enzym niet goed werkt zorgt dit voor een toename van de eosinofiele granulocyten. Deze witte bloedcellen zijn betrokken bij de pathogenese van allergische reacties, zoals allergisch astma, rinitis en dermatitis. Toename van de eosinofiele granulocyten veroorzaken een systemische respons. Bij deze respons komen ontstekingsmediatoren   (IL-1, IL-6 en TNF-alpha) in de bloedbaan terecht die een allergische reactie opgang brengen.

Het DPP-IV enzym is een essentieel enzym voor de antigeen presentatie. Het DPP-IV enzym promoot een normale cellulaire immuun-respons en is belangrijk voor de vorming van signaalstoffen die betrokken zijn bij inflammatie en andere immunologische reacties. Uit onderzoek blijkt dat de afbraalk van TNF-alfa (tumor necrosis factor alpha) gebeurt door DPP-IVTNF-alfa is een signaalstof dat ontsteking stimuleert en betrokken is bij auto-immuunziekten en kanker. Een verminderde werking van DPP-IV heeft overproductie van TNF-alfa tot gevolg. Dit wordt in verband gebracht met een aantal immuunziekten, zoals autisme, kanker, darmontstekingen en reumatoïde artritis.

In een onderzoek van 2007 werd een verband aangetoond tussen het DPP-IV enzym en allergieën. Moeders met tijdens de borstvoeding lage DPP-IV waarden, hadden beduidend meer kans op een kind met dermatitis en allergieën.

Een deficiënte DPP-IV werking zorgt voor een toename van de eosinofiele granulocyten. Deze witte bloedcellen zijn betrokken bij de pathogenese van allergische reacties, zoals allergisch astma, rinitis en dermatitis. Toename van de eosinofiele granulocyten veroorzaken een systemische respons. Bij deze respons komen ontstekingsmediatoren (IL-1, IL-6 en TNF-alpha) in de bloedbaan terecht die een allergische reactie opgang brengen.

Het DPP-IV enzym is een essentieel enzym voor de antigeen presentatie. Het DPP-IV enzympromoot een normale cellulaire immuun-respons en is belangrijk voor de vorming van signaalstoffen die betrokken zijn bij inflammatie en andere immunologische reacties. Uit onderzoek blijkt dat de afbraalk van TNF-alfa (tumor necrosis factor alpha) gebeurt door DPP-IVTNF-alfa is een signaalstof dat inflammatie stimuleert en betrokken is bij auto-immuunziekten en kanker.. Een verminderde werking van DPP-IVheeft overproductie van TNF-alfa tot gevolg. Dit wordt in verband gebracht met een aantal immuunziekten, zoals autisme, kanker, darmontstekingen en reumatoïde artritis.

In een onderzoek van 2007 werd een verband aangetoond tussen het DPP-IV enzym en allergieën. Moeders met tijdens de borstvoeding lage DPP-IV waarden, hadden beduidend meer kans op een kind met dermatitis en allergieën R.

DPP-IV enzym remmende factoren

De werking van het DPP-IV enzym kan worden geremd door verschillende natuurlijke en chemische stoffen. Sommige van deze stoffen zoals kwik (amalgaamvullingen) kunnen de werking van het enzym jarenlang afremmen. Koemelk (en andere niet-humane melk) is niet geschikt voor de mens.

  • Niet-humane melk (bv. koemelk) bevat casomorphin-5, een exorfine uit caseïne. De afbraakproducten van casomorphin-5 blokkeren de werking van het DPP-IV enzym. Indien niet-humane melk geschikt was voor de mens, zou het nooit een enzym remmen dat meer dan 70 functies heeft. (humane melk bevat geen casomorphin-5). Bovendien is casomorphin-5 in de hersenen zowat tien maal sterker dan morfine R. Met andere woorden niet-humane melk heeft een verdovend effect dat haaks staat op het overlevingsinstinct van de oermens (jagers moeten alert zijn).

Een overzicht van de DPP-IV remmende factoren:

  • Calcium suppletie: het nemen van DPP-IV producten mag liefst niet gecombineerd worden met de extra inname van calcium.
  • Organofosfaten (insecticidenherbiciden en pesticiden)
  • Kwikverbindingen: (amalgaam, vaccins en vis)
  • Vaccins tegen baarmoederhals kanker 
  • Ezetimibe: (cholesterolverlager)
  • Statines: (cholesterolverlagers)
  • Chlorambucil (chemotherapie)
  • DPP-IV remmers: (diabetes) DPP-IV remmers verhogen de kans op psychose en andere dopamine verstoringen (bv. verslaving en gewelddadig gedrag)
  • Glucocorticoïden: (voornamelijk cortisol)
  • Superoxide: zie punt dementie en de ziekte van Parkinson
  • Cationische peptidenCaseïneexorfinen; de afbraakproducten van BCM-5 – een caseïneexorfine –  remmen de werking van het DPP-IV enzym. Met andere woorden niet-humane melk-exorfinen schakelen de werking van het DPP-IV enzym uit.
  • Dynorphin: een opioïde die de KOR receptoren van het endorfinesysteem activeert. De KOR receptoren werken als een remmer van de andere twee receptoren van het endorfinesysteem (MOR en DOR). Dynorphin wordt actief door opiaten (bv.exorfinen), het gebruik van dopamine stimulerende geneesmiddelen   (bv.Ritalin®/Rilatine®, dextro-amfetamine, Levodopa®), antipsychotica, chronische stress, roken, alcohol, bijna alle drugs en het consumeren van overwegend vette voeding. Dynorphin is een dopamine-remmer, een DPP-IV enzym remmer en een BDNF remmer. BDNF beschermt de hersenen tegen neurodegeneratie, een problematiek die voorkomt bij geheugenproblemen, de ziekte van Alzheimer en Parkinson .
  • Histamine, een stof die vrijkomt bij allergische reacties. Histamine is een dynorphin-activator een stof met een sterk DPP-IVremmend effect .
  • Dopamine stimulerende medicatie (bv.Ritalin®/Rilatine® R, dextro-amfetamine R, Levodopa® R), activeren dynorphin, dat een DPP-IV remmer is R (zie dynorphin)
  • Cholecystokinine, een neurohormoon dat de galblaas stimuleert tot het afscheiden van gal. Cholecystokinine veroorzaakt een toename van dynorphin R, dat een DPP-IV remmer is(zie dynorphin). Exorfinen veroorzaken een sterke toename van cholecystokinine wat op termijn kan leiden tot het ophopen van galstenen en galblaasinfecties (helaas wordt er veel te snel overgegaan tot het operatief verwijderen van de galblaas). Gluten veroorzaakt een acht keer langzamere lediging van de galblaas door toename van cholecystokinine.
  • Chronische en belastende stress. Stress activeert het CRH hormoon, dat op zijn beurt dynorphin activeert. Dynorphin is een DPP-IV remmer. (zie dynorphin)
  • Chitosan is een natuurlijk voorkomende polysacharide met antibacteriële werking. Het wordt gebruikt in deodorants, waterverzachters, waterfilters en voor het klaren van wijn. Het is tevens een erg omstreden voedingssupplement om te vermageren (omdat het de opname van vet via de darmwand blokkeert), dat helaas mag verkocht worden…. Chitosan is een sterke DPP-IV remmer (80% verminderde activiteit van het DPP-IV gen)
  • Berberine: een vaak toegepast voedingssupplement, komt ook voor in Relora® (productnaam van een voedingssupplement met extracten van Phellodendron amurense)
  • Polyfenolen. Komen van nature voor in planten en groenten. In natuurlijke vorm zijn polyfenolen gezond. Geconcentreerde polyfenolen (extracten) gebruikt in voedingssupplementen zijn giftig omdat ze een sterke DPP-IV remmende werking hebben. Sommige van deze polyfenolen remmen het DPP-IV enzym sterker dan de DPP-IV remmende geneesmiddelen die aan diabetici worden voorgeschreven. De polyfenolen werden in dit onderzoekR ingedeeld in drie categorieën volgens hun DPP-IVremmende werking. Groep 1 (sterkste remmers): resveratrol, luteoline, apigenine, en flavonen. Groep 2 (matige remmers): naringenin, hesperetin, cyanidin-3-glucoside, kaempferol en malvidine. Groep 3 (zwakke remmers): cyanidine, quercetine en koffiezuur. Caseïne remt de werking van polyfenolenR (tot 75% en meer). Dit houdt onder meer in dat mensen die een zuivelvrij dieet volgen voedingssupplementen met polyfenolen best mijden.
  • EDTA : (een zware metalen chelator)
  • Adenosine
  • TNF-alfa en TGF-beta
  • Fosforzuur: (een smaakversterker in bijna alle frisdranken)
  • Forskolin
  • Hyperinsulinemie
  • Fluor en fluoriden
  • Antibiotica 
  • Efedrine (hoestdranken, drugs)
  • Erythrina variegata. (Indische koraalboom)
  • Galega orientalis (bloem: geitenruit)
  • Bacitracin (metaboliet van de Bacillus subtilis bacterie)
  • Mango bladeren en stengels: (Mangifera indica, alleen de bladeren en stengel)
  • Pennisetum glaucum (Gepelde parelgierst is in grote delen van Afrika het oorspronkelijke ingrediënt van couscous. In de Noord-Afrikaanse keuken wordt doorgaans tarwegries gebruikt, in deze versie is couscous eveneens in de westerse keuken bekend. Parelgierst wordt soms gebruikt bij het maken van bier)
  • Rauvolfia serpentina (een van de 50 meest gebruikte kruiden in de Chinese geneeskunde)
  • Druivenpitten: (ook in olie en druivenpitten supplementen zoals proanthenol en resveratrol).
  • Naringine: een flavonoïde, zit in grapefruit en sinaasappelschillen (commercieel sinaasappelsap uit extracten bevat schilrestanten). Naringine blokkeert niet alleen de P450-detox-enzymen (CYP3A4 en CYP1A2) maar ook het DPP-IV enzym R. In België wordt de grapefruit ook wel pompelmoes genoemd.
  • Epicatechine derivaten: antioxidanten concentraten uit groene thee, rode wijn en chocolade. Het nemen van teveel antioxidanten via supplementen is toxisch.
  • Teveel zink: (bv. door hoge doseringen in voedingssupplementen. Chlorella, tarwe en andere granen kunnen een zink-tekort veroorzaken. Magnesium versterkt de binding van de endorfine receptoren in de hersenen van ratten, terwijl zink deze magnesium interventie neutraliseert )
  • Cadmium. (roken)
  • Wei :(bv. in proteïne shakes, kan de kans op prostaatkanker verhogen)
  • Febreze: (een stofverfrisser met zinkchloride): niet inademen en best uit de buurt houden van huisdieren (risico voor overgewicht, stressovergevoeligheid,  kanker, depressie en andere psychische stoornissen bij huisdieren)
  • Syzygium cumini (jambolan, een eetbare vrucht van de mirtefamilie)
  • Extract van Oryza sativa var. glutinosa (kleefrijstR
  • Extract van Piper longum, een pepersoort die veel wordt gebruikt in de ayurvedische geneeskunde R
  • Extract van malrove (Marrubium vulgare), wordt gebruikt als natuurlijke rustgever voor lichaam en geest.
  • Alostine (frequent gebruikt geneesmiddel in Afrika)
  • Scoparia dulcis (Scoparin A)
  • Tecoma stans (bloem: gele Bignonia)
  • Vinca major (plant: grote maagdenpalm)
  • Jambolan

Apta Voedingsadvies werkt met de exorfinen test van Exendo om te bepalen of iemand een overbelasting heeft voor exorfinen en dus een niet goed werkend DPP-IV enzym.

Het is aan te raden niet op eigen houtje DPP-IV enzymen te nemen in verband met wisselwerking met andere medicatie en voeding. Ook kun je ontwenningsverschijnselen krijgen van de exorfinen overbelasting, wat gemonitord wordt door APTA voedingsadvies.

De kenmerken van ontwenning (bv. geïrriteerdheid, toename stressgevoeligheid, onrust, agitatie enz…) verschillen per persoon:

Psychische ontwenningsverschijnselen: verhoogde prikkel- en stressgevoeligheid, geïrriteerdheid, moeheid, toegenomen behoefte naar suiker
Darmflora adaptatie: bij aanvang van gebruik van een probioticum kan gasvorming, krampen en of diarree optreden. Na verloop van tijd past het lichaam zich aan en verminderen of verdwijnen deze verschijnselen.

Maak een afspraak voor begeleiding of screening.

De informatie in dit artikel komt van Exendo, het http://exendo.be/dpp-iv-enzym-onderzoek-en-referenties/#Functies  Op deze website vind je nog meer informatie en alle links naar wetenschappelijke onderzoeken die betrekking hebben op dit artikel.

Glutamaat en GABA in balans

 Heb je last van concentratieproblemen, ADHD, op autisme gelijkende eigenschappen, geïrriteerd en constante onrust, dan kunnen je neurotransmitters uit balans zijn. Om uit te zoeken welke neurotransmitters dit zijn, kun je bij APTA een schriftelijke test doen. Dit is een vragenlijst waaruit zal blijken welke neurotransmitters overheersen en welke er tekort zijn. In deze blog gaan we het hebben over twee neurotransmitters GABA en glutamaat. GABA wordt ook onderzocht in de schriftelijke test, glutamaat niet, omdat deze twee neurotransmitters elkaar in balans houden. Heb je te weinig GABA, dan heb je een teveel aan glutamaat.  GABA kun je verhogen met voeding en supplementen, maar er zijn wel punten waar je op moet letten, want je moet zowel GABA als glutamaat balanceren. Hoe we dat doen en wat voor een neurotransmitters GABA en glutamaat zijn, kun je hieronder lezen.

GABA en Glutamaat zijn met elkaar verbonden

GABA verhogen kun je niet alleen maar met supplement doen, zoals het eigenlijk ook niet kan met andere neurotransmitters, tenminste niet als je als een pillen-slik-machine door het leven wilt. Bovendien heeft het bij veel mensen het tegenovergestelde effect. Er komen nogal wat zaken kijken bij het verhogen van GABA, op zich is dat niet vreemd omdat het lichaam nu eenmaal een mechanisme is waarbij alles van elkaar afhankelijk is. Zo wordt de productie van GABA beïnvloed door glutamaat. Deze twee neurotransmitters kun je niet los van elkaar zien.

Glutamaat en GABA zijn allebei belangrijke neurotransmitters die een grote invloed hebben op verschillende facetten van onze fysieke, mentale en spirituele gezondheid, waarbij de GABA remmend werkt en de glutamaat prikkelend.

Prikkelende neurotransmitters stimuleren hersencellen en remmende neurotransmitters kunnen deze prikkeling verminderen.

Net als bij alle neurotransmitters kan een teveel of te weinig problemen veroorzaken. Zoals altijd moet alles in balans zijn. Het klinkt saai, balans, balans, balans, maar ja, zo werkt het nu eenmaal. Het klinkt zo eenvoudig, maar helaas zijn er veel factoren die de balans kunnen verstoren. Vaak is er teveel glutamaat en te weinig GABA.

Wat is Glutamaat?

Glutamaat is de voornaamste prikkelende neurotransmitter. Het stimuleert je hersencellen zodat je kan praten, denken, informatie kan verwerken, nieuwe informatie op kan nemen, je goed op kan letten en informatie opslaan in het  korte en lange termijn geheugen.

Uit onderzoeken blijkt dat hoe meer glutamaat je hebt, hoe intelligenter je bent. Een hoog gehalte aan glutamaatreceptoren wordt in verband gebracht met superieure vaardigheden in leren en geheugen (denk hierbij aan het syndroom van Asperger) Jammer genoeg worden ze ook in verband gebracht met een verhoogd risico op beroertes en aanvallen en vele andere problemen.

Alhoewel glutamaat een van de uitbundigste neurotransmitters is in de hersenen,  is het maar een heel kleine concentratie.  Als dit concentratiegehalte stijgt, worden de neuronen te geprikkeld en kunnen ze niet meer normaal werken. De glutamaat wordt dan een zenuwgif.  Dat betekent dat het glutamaat de hersenen en de zenuwen te veel stimuleert, dit veroorzaakt neurologische ontstekingen en de afbraak van cellen.

Teveel glutamaat

Een teveel aan glutamaat is de voornaamste oorzaak van een grote variëteit aan neurologische stoornissen zoals:

  • autisme
  • ALS
  • Parkinson
  • schizofrenie
  • migraine
  • rusteloze benen
  • Gilles de la Tourette
  • Fibromyalgie
  • MS
  • ziekte van Huntington
  • beroertes
  • atriale fibrillatie
  • slapeloosheid
  • bedplassen
  • hyperactiviteit
  • OCD
  • bipolaire stoornis
  • angststoornis
  • STIMS (herhalende zelfstimulerende gedragingen zoals heen en weer wiegen, niet stil kunnen staan, hand flapperen, speelgoed rond draaien of op rijtjes zetten, echolalie, zinnen herhalen of lichaamsbewegingen herhalen zoals vaak gezien wordt bij autistische mensen).

Te veel glutamaat verhoogt ook eosinofielen (dit is een speciaal type witte bloedcel) dit veroorzaakte ontstekingen, verzwakt de bloedvaten waardoor migraine ontstaat en de bloeddruk onregelmatig wordt. Het verzwakt ook andere gebieden in de hersenen zoals de hypothalamus, de hippocampus en purkinjecellen waardoor spraak en taal aangetast worden. Heb je regelmatig migraine waarbij je merkt dat je moeilijker kunt articuleren of hussel je dan woorden door elkaar? Dan kan jouw migraine veroorzaakt worden door een teveel aan glutamaat.

Een verhoogd glutamaat gehalte triggert de hersenen om natuurlijke opiaten (endorfine/enkefaline) vrij te laten en de hersenen te beschermen tegen schade.

Hierdoor krijg je een zweverig gevoel en kan leiden tot een tekort aan natuurlijk opioïden en het put het glutathion gehalte uit, deze is essentieel voor het ontgiftingsproces, ontstekingen te beheersen en de darmgezondheid. Glutathion beschermt ook tegen schade bij neuronen, dus als de glutathion productie uitgeput wordt, worden de hersencellen niet goed beschermt en dit draagt dan weer bij aan meer stervende cellen.

Andere effecten van een te hoog glutamaat gehalte

  • Hoge hoeveelheden glutamaat kunnen ook de onvriendelijke bacteriën in de darmen verhogen en  bijdragen aan maagzuur problemen door een teveel aan maagzuur.
  • Te veel glutamaat kan leiden tot te veel acetylcholine, dit is ook een stimulerende neurotransmitter, door te veel acetylcholine kun je angstig worden en slapeloosheid, rusteloosheid en nervositeit krijgen.
  • Kwik in het lichaam wordt giftiger als er grote hoeveelheden glutamaat aanwezig is. Te veel glutamaat activeert ook kankercellen om meer tumorcellen te produceren en om te overleven. Heb je amalgaam vullingen en een teveel aan glutamaat dan heb je meer last van het kwik dan anderen.

Wat is GABA?

GABA, gamma-amino boterzuur, is de belangrijkste kalmerende neurotransmitter. De belangrijkste rol is de hersenen te kalmeren, alles langzamer te laten verlopen en je te ontspannen.

Een van de manieren waarop het dit doet is door de alfa-golven in de hersenen te verhogen. GABA is ook belangrijk voor spraak en taal. GABA is letterlijk de pauze tussen twee woorden in. Je hersenen gebruiken GABA om prikkels te verwerken. Zonder een goede GABA productie zouden gesprekken bestaan uit een waterval van zinnen, onduidelijke uitspraak en zouden we moeite hebben met het begrijpen van taal. (Als kind was ik een echte broddelaar, als ik ergens heel enthousiast over was  begreep men soms niets van wat ik vertelde, ik praatte heel snel, sprak de woorden half uit  en plaatste woorden ook door elkaar. Nu heb ik het nog als ik migraine heb, halve zinnen en woorden, ik hoor mijzelf dit zeggen maar krijg het toch niet goed mijn mond uit>overload aan glutamaat!))

Je spijsverteringskanaal zit vol met GABA receptoren, de samentrekking van de spieren van de darmen (de peristaltische beweging) is afhankelijk van GABA. Heb je obstipatie doordat je darmen stilliggen, dan is een GABA tekort hier verantwoordelijk voor. Je krijgt buikpijn en je ontlasting wordt niet naar de endeldarm afgevoerd.

GABA zorgt ook voor een gezonde hoeveelheid immuuncellen, IgA (antilichamen die je darmen en slijmvliezen beschermen tegen schadelijke indringers) dat betekent dat ze bijdragen aan een gezonde immuniteit.

Bij onvoldoende GABA krijg je klachten als:

  • nervositeit
  • angst
  • paniekaanvallen
  • agressief gedrag
  • verminderd oogcontact
  • a-sociaal gedrag
  • aandachtstekort
  • problemen met het focussen van het oog (dit zie je bij autistische mensen, als beide ogen naar binnen gericht zijn of waarbij de ogen horizontaal of verticaal heen en weer bewegen)
  • chronische pijnsyndromen
  • het kan ook bijdragen aan brandend maagzuur door dat GABA nodig is om het onderste deel van de slokdarm te reguleren.
  • en nog veel meer…

Een te laag GABA gehalte kan een rol spelen bij:

  • alcoholisme
  • drugsverslaving
  • het verlangen naar suiker en koolhydraten, omdat deze producten tijdelijk en kunstmatig de GABA verhogen, dus onbewust wordt je hierdoor aangetrokken. (mensen die zeggen verslavingsgevoelig te zijn, hebben dus een neurotransmitter en dan voornamelijk GABA probleem).

Uiteindelijk zorgen al deze producten voor een uitputting van de neurotransmitters en hierdoor zal het probleem niet opgelost worden.

Hypothalamus

Gamma-aminoboterzuur (GABA) zit bijna in elk deel van de hersenen, maar de hypothalamus bevat een heel hoog gehalte aan GABA receptoren.  

Een goed functionerende hypothalamus is essentieel voor vele functies:

  • slaapregulatie
  • lichaamstemperatuur
  • trek in eten
  • dorst
  • sexuele opwinding
  • verlangen
  • de activiteit van de hypofyse, de HPA-as(hypothalamus-hypofyse-bijnier as die de stressrespons reguleert) en het autonome zenuwstelsel.

De voornamelijke rol van hypothalamus is om de homeostase in het hele lichaam te onderhouden en als er niet genoeg GABA is zal dit niet gebeuren.

 

Sympathisch en parasympathisch zenuwstelsel

Net als alle neurotransmitters spelen GABA en glutamaat een essentiële rol in het reguleren van het autonome zenuwstelsel (stress respons systeem) en onderhoud het de balans tussen het sympathische en parasympathische zenuwstelsel. Te veel prikkelende neurotransmitters en we zitten in een sympathisch zenuw systeem modus en kunnen niet terugkeren in de parasympathische modus.

Dus, een tekort aan GABA kan een grote rol spelen in stoornissen van het autonome zenuwstelsel zoals:

  • bijnieruitputting
  • slapeloosheid
  • gevoelig zijn voor chemische stoffen
  • paniekaanvallen etc.

Het is cruciaal om te zorgen dat er voldoende GABA in je systeem is om deze condities te herstellen.

Je kunt glutamaat zien als het gaspedaal en GABA als de remmen van je systeem

De balans van GABA en Glutamaat

Als je te weinig GABA hebt is de glutamaat te hoog en vise versa. Dus als je GABA wilt verhogen, is het niet zaak het GABA zelf te verhogen, je moet je ook concentreren op het verlagen van glutamaat. Het doel is de balans tussen deze twee. Je kunt glutamaat zien als het gaspedaal en GABA als de remmen van je systeem. Ze zijn allebei even belangrijk.

Glutamaat (ook wel glutaminezuur genoemd) is eigenlijk de voorloper van GABA en een teveel aan glutamaat zou automatisch omgezet moeten worden in GABA. Dit is hoe de balans wordt onderhouden. Maar soms kan het lichaam de glutamaat niet goed omzetten in GABA door verschillende oorzaken en de glutamaat stapelt zich op tot een excessief hoge gehalte.

GAD enzym

Het omzetten van glutamaat naar GABA gebeurt met behulp van een enzym. Het enzym Glutaminezuur Decarboxylase (GAD) Je raad het al, door verschillende factoren wordt het enzym gedwarsboomd om zijn werk te doen.  

Men denkt dat problemen met het GAD enzym het onderliggende probleem is van een teveel aan glutamaat.

Er zijn verschillende oorzaken van een verstoorde GAD activiteit:

  • Het rubella virus (rode hond), wat in de BMR vaccinatie (14 maanden en herhaling op 9 jarige leeftijd) zit, kan de activiteit van GAD met 50% verlagen. Dit is een van de redenen dat kinderen tekenen van autisme vertonen direct na de vaccinatie, zoals bijvoorbeeld verminderde spraak en hersenfunctie.
  • Chronische virale infecties verstoren de werking van het GAD enzym en sommige bacteriën als de streptococcus floreren in een glutamaat omgeving. Veel kinderen met pandas en autisme hebben een infectie met streptokokken.
  • Het GAD enzyme wordt gegenereerd door de alvleesklier, dus problemen met de alvleesklier kunnen de productie van het GAD enzym verminderen. Mensen met Diabetes Type 1 produceren antilichamen tegen het GAD enzym, hierdoor kan de responstijd of de mogelijkheid om te converteren slechter worden.
  • Ook lood verstoort de activiteit van GAD. Lood remt ook een ander enzym af die betrokken is bij de heemsynthese route, dit zorgt voor een opstapeling van een intermediair die met GABA concurreert.
  • Sommige stoffen zoals allylglycine (een derivaat van glycine) hebben een sterke verminderende werking op GAD.
  • Om glutamaat om te zetten in GABA door middel van GAD heb je ook vitamine B6 nodig. Dus als je niet genoeg vitamine B6 hebt, zal er ook geen conversie plaats vinden. Veel mensen hebben een tekort aan vitamine B6.
  • Methylatie speelt ook, op verschillende manieren, een rol in de balans tussen GABA en glutamaat. Bijvoorbeeld, als er een verslechtering is in een methylatie pad, kan folaat niet gebruikt worden en kan het afgebroken worden tot glutamaat. Daarbij komt dat als je niet goed methyleert, je ook bacteriën of virussen niet kan onderdrukken of je kunt niet genoeg T-cellen maken die hen bestrijden. Dat betekent dat ze rond blijven hangen om het GAD enzym tegen te werken.
En nu wordt het ingewikkeld!

De methylatie kan slechter worden door een tekort aan voedingsstoffen, gifstoffen, genetische mutatie of Candida overgroei. Methylatie wordt ook sterk beïnvloed door de Krebs cyclus en vice versa, dus het probleem in deze cyclus kan ook de methylatie belemmeren en consequent de GABA productie. De Krebs cyclus kan verslechteren door Candida overgroei, maar ook door bacteriële overgroei. Als de methylatie is verslechterd, is het des te belangrijker om het glutamaat gehalte onder controle te houden.

De synthese van GABA is overigens ook afhankelijk van de Krebs cyclus, dus het is in meerdere opzichten essentieel dat dit systeem goed werkt. De Krebs cyclus kan op verschillende manieren verslechteren zoals een tekort aan vitaminen B of de aanwezigheid van zware metalen en gifstoffen van bacteriën of Candida.

Bovendien trekken glutamaat receptoren, naast glutamaat ook andere prikkelende stoffen in de cel waaronder de volgende:

  • Aspartaat (can also be converted into glutamate)
  • Aspartaam
  • Asparaginezuur
  • Glutamaat
  • Glutaminezuur
  • Glutamine
  • Mononatriumglutamaat (MSG)
  • Cysteine (Maar niet n-acetyl-cysteine, het bevat wel zwavel en te veel zwavel kan ook averechts werken, dus n-acetyl-cysteine zou met voorzichtigheid gebruikt moeten worden..)
  • Homocysteine

Elke van deze stoffen kan zich binden aan glutamaatreceptoren, hierdoor kan er een overmatige stimulatie ontstaan en dit draagt bij aan de onbalans van GABA en glutamaat.

Hoe meer glutamaat receptoren je hebt, hoe meer prikkelende stoffen er in de cellen getrokken kunnen worden.

Te veel Calcium

Om het nog gecompliceerder te maken, kan glutamaat zich binden aan zes andere receptoren in de hersenen, zoals de NMDA receptor, die helpt bij het leveren van calcium in de cellen en deze receptor speelt een vitale rol bij de geheugenfunctie en de synaptische plasticiteit.

Glutamaat en calcium veroorzaken samen een ontsteking van de neuronen die de vrijlating van ontstekingsmediatoren triggert.

Dus, als er een teveel aan calcium in je lichaam zit, om welke reden dan ook, dan zal dit bijdragen aan de onbalans van GABA en glutamaat. Het wordt een vicieuze cirkel die uiteindelijk zorgt voor neurale ontsteking en celdood.

Glutamaat wordt omschreven als een geweer en het calcium als de kogels

“Glutamaat wordt omschreven als een geweer en het calcium als de kogels”, zegt Dr. Mark Neveu, een voormalig president van de National Foundation of Alternative Medicine. Let wel, bij de activatie van de NMDA receptor zijn ook glycine, D-serine of D-alanine betrokken, wat betekent dat een van deze ook kan leiden tot meer instroom van calcium.

Magnesium en zink helpen bij de regulatie van het calciumgehalte. Maar als je meer dan 40 mg zink per dag neemt kan dit ook voor de vrijmaking van glutamaat van zorgen door de niet-NMDA receptor, let dus op met het gebruik van zink.

Als het calciumgehalte erg hoog is, kunnen andere kruiden of nutriënten gebruikt worden om het te verlagen, zoals:

  • Lithium orotaat
  • Boswellia of alsem (fytotherapie)
  • Lithium, net zoals jodium en boron, kunnen helpen om glutamaat te verlagen.
  • Als het calciumgehalte te hoog is kan het nodig zijn de inname van voeding met calcium te verminderen.
  • Magnesium kan GABA receptoren binden en activeren.

LET OP: Vitamine D verhoogt het calciumgehalte en een verhoogd calciumgehalte kan zoals eerder gezegd, leiden tot een verhoogd glutamaatgehalte, dus voorzichtigheid  is geboden bij vitamine D supplementatie.

Te weinig Calcium

Als je iemand hebt waar de GABA en glutamaat verhouding uit balans is en waarbij het calciumgehalte te laag is, adviseert Dr.Amy Yasko om brandnetel of kamille te gebruiken om het calciumgehalte te verhogen, dit werkt beter dan een calcium supplement. Vitamine K&D kunnen ook belangrijk zijn. Als er een calcium supplement wordt gebruikt, dan moet deze samen met magnesium worden gegeven, allebei in de citraatvorm, deze helpen om de activiteiten van de excitotoxine te reguleren.

Glycine

Glycine kan zowel remmend als prikkelend werken en bij mensen die tegen een teveel aan glutamaat aanhangen wordt het meestal prikkelend en dan moet worden vermeden.  

Red.; De remmende werking in de hersenen en ruggemerg is het meest bekend van glycine, maar de prikkelende werking bij mensen met teveel glutamaat wordt niet vermeldt. Dierlijke producten bevatten glycine, vooral botten. Je kunt dan beter geen bouillon getrokken van botten gebruiken en geen producten met gelatine. Je kunt ook plantaardig eten. Maar let op: Er zijn ook plantaardige producten met glycine: zeewier, spirulina (gedroogd), zaden, zonnebloempittenmeel (gedeeltelijk ontvet), sesammeel, Soja-eiwit isolaat (kalium type).

Glutathion bevat  glutamaat, dus als deze te hoog gedoseerd wordt in supplementatie kan dit bijdragen aan een teveel aan glutamaat.

Hogere gehaltes van iedere remmende neurotransmitter helpen om de hoge gehaltes van iedere prikkelende neurotransmitter te verlagen

Taurine voor meer GABA

Het aminozuur taurine verhoogt het GAD enzym en daarmee ook het GABA gehalte. Taurine is ook een remmende neurotransmitter en kan zich direct binden op de GABA receptoren, en kan dus helpen om de natuurlijke balans te reguleren. Hogere gehaltes van iedere remmende neurotransmitter helpen om de hoge gehaltes van iedere prikkelende neurotransmitter te verlagen. Je vind taurine in grote hoeveelheden in de hersenen en in hartweefsel, dit geeft aan hoe belangrijk het in deze gebieden is. Dierlijke eiwitten zoals vis en zeevruchten bevatten veel taurine, dus het is goed om deze toe te voegen aan je dieet. 

Wanneer beter geen taurine gebruiken?

Als je een tekort aan taurine hebt, bijvoorbeeld bij mensen die vegetarisch eten, kun je deze supplementeren, het beschermt je tegen het afsterven van neuronen. Maar er zijn een paar genetische polymorfismen (de CBS en SUOX genmutaties) waarbij taurine supplementatie een negatief resultaat kan geven. Dit komt doordat deze mutaties zorgen voor een teveel aan zwavel in het lichaam en taurine heeft een zwavel basis. Als iemand deze genmutatie geeft moet alle supplementen met veel zwavel vermeden worden en er ook geen zwavelhoudende voeding worden gegeten. Deze mutatie kunnen ook de ontgifting van ammonia verminderen. B6 en SAMe verhoogd de activiteit van deze genmutaties, dus je kunt dan ook deze stoffen niet supplementeren.

Doordat GABA omgezet kan worden in glutamine, wat dan omgezet wordt in glutamaat, kan taurine supplementatie bij sommige mensen zorgen voor een verhoging van het glutamaatgehalte. Dit komt dan niet door de taurine zelf maar door de GABA die weer glutamaat wordt.

We gaan nu meer de diepte in..het wordt steeds gecompliceerder, maar ook interessanter!

Hoe candida het GABA niveau beinvloed

Candida is een gist wat alanine produceert en deze gaat de strijd aan met taurine bij heropname in de nieren, dit zorgt ervoor dat er taurine verloren gaat in de nieren en het in de urine uit wordt gescheiden en in plaats van de opname van taurine wordt er dan beta-alanine opgenomen. Hierdoor kan er een tekort aan taurine komen waardoor er minder GABA activiteit is.

Taurine kan met magnsesium magnesiumtauraat vormen en als zowel taurine als magnesium uitgescheiden worden kan er een magnesium tekort ontstaan, hierdoor komt er een teveel aan calcium en ja, dus zoals we eerder gezien hebben, een teveel aan glutamaat.

Andere factoren waardoor er onvoldoende GABA is:

Serotonine

Serotonine is net als GABA een remmende neurotransmitter en je hebt het nodig om GABA goed te laten werken. Als je een serotonine tekort hebt dan kan, zelfs als je voldoende GABA hebt, de GABA niet goed remmend werken.

Vet

Om voldoende remmende neurotransmitters te maken  heb je een dieet met voldoende voedingsstoffen nodig. Dierlijke eiwitten en vetten spelen hier een heel belangrijke rol in de onbalans tussen glutamaat en GABA. Zonder voldoende vet kan er geen goede transmissie van welke neurotransmitter dan ook plaats vinden. En mensen die denken gezond te eten, eten vaak veel te weinig vet.

Schadelijke stoffen in voeding

Voeding met suiker, hele granen, alle voeding met veel zetmeel, caffeine, chocolade, kunstmatige zoetstoffen, kleur- en smaakstoffen, E-nummers en kunnen een tekort aan GABA veroorzaken of de transmissie verstoren.

Bij sommige mensen kunnen granen (inclusief volkoren granen) een vergiftigend effect op de hersenen waardoor een overmatige veel glutamaat in de hersenen komt. Een ketogeen dieet blijkt bij te dragen aan de GABA productie en is bijzonder helend bij de behandeling voor veel ziektebeelden waarbij men een teveel glutamaat heeft zoals beroertes en epilepsie. Daarom is een koolhydraatarm Paleo dieet een ideale manier om de balans tussen GABA en glutamaat te onderhouden. Wat leuk is om te weten is dat sommige vis, zoals makreel van nature een hoog GABA gehalte heeft.

Schadelijke stoffen in het milieu

Gifstoffen uit het omgeving zoals pesticiden en herbiciden, luchtvervuiling, zware metalen en chemicalien in de producten die je dagelijks gebruikt: Schoonmaakmiddelen, cosmetica, parfum, luchtverfrissers, persoonlijke verzorgingsproducten als shampoo, douchegel, zeep, wasmiddel en wasverzachter kunnen allemaal de werking en de productie van alle neurotransmitters verstoren of de aanmaak verminderen.

Zorg er dus voor dat je zo min mogelijk in aanraking komt met gifstoffen.  Zowel in je eten als in je omgeving. Eet biologisch en gebruik zoveel mogelijk natuurlijke producten. Betreft persoonlijke verzorging zou je alleen moeten gebruiken die je ook zou kunnen eten. Je huid neemt net als je mond stoffen op. Dit gebeurt binnen 26 seconden. Ook schadelijke stoffen kunnen dus op deze manier in je lichaam komen.

Supplementeren met GABA?

Heeft het zin om met GABA supplementen te werken? Bij sommige mensen wel, maar ook bij veel mensen niet. Veel mensen ervaren een stimulerend effect door deze supplementen, terwijl je juist het tegenovergestelde wilt bereiken. Dit komt doordat de GABA dan weer omgezet wordt in glutamine die op zijn beurt weer omgezet wordt naar glutamaat.

Dus supplementeren met GABA kan zorgen voor een verhoogt glutamaat.

Volgens Dr. Datis Kharrazian, een hersenexpert, heb je een lekkende darm als je enig effect hebt van een GABA supplement, dit kan dus zowel positief als negatief zijn. GABA is een grote molecuul die in principe niet door je bloed-hersenbarriere zou kunnen. Als het dat wel kan, dan is de bloed-hersenbarriere verzwakt door een lekkende darm.

De gifstoffen die door Candida gecreeerd worden stimuleren golven van glutamaat productie. Honderden andere gifstoffen kunnen zo’n zelfde golf als glutamaat activiteit produceren, inclusief schimmelgifstoffen, bacteriele gifstoffen, Lyme en andere biologische stoffen. Dr. Ricj Sponaugle, hersenexpert, stelt dat zelfs gifstoffen die door de bacterien in je mond worden vrijgelaten bij ontstoken tandvlees en tandvleesaandoeningen de glutamaat kan activiteit verhogen en dit kan tot een breed scala aan symptomen leiden,waaronder angst.

Dus dit is belangrijk om te onthouden: veel van de klachten van een Candida overgroei kunnen worden veroorzaakt door een teveel aan glutamaat. Wil je Candida aanpakken, dan dien je ook te kijken naar de glutamaat in de voeding en milieu.

Insuline

Glutamaat en insuline hebben een intieme relatie. Aan de ene kant zal glutamaat de vrijlating van insuline triggeren, wat betekent dat insuline dan het suikergehalte zal verlagen, maar suiker is nodig om glutamaat te reguleren in de synapsen. Dus als er een lage bloedsuiker is dan wordt de glutamaat verhoogd. Dit betekent dat hypoglycemie of een laag bloedsuiker kan zorgen voor zowel een hoge glutamaat gehalte als ook een verminderd vermogen om deze opstapeling te verminderen.

Daarom is het belangrijk om geen voeding te eten die insuline laat pieken. Zorg dat je bloedsuikergehalte stabiel. Dit is een essentieel element bij het in balans houden van GABA en glutamaat. Tegelijkertijd is de balans van je glutamaat een essentieel aspect om de insulinegehalte gezond te houden. Dit is belangrijk als je probeert af te vallen, je insuline resistentie hebt, bij diabetes Type 2, je dwangmatig overeet, obesitas en bij veel andere insuline gerelateerde condities. Nogmaals, dit geeft aan hoe het Paleodieet in deze gevallen  het meest helend is.

Sommige mensen hebben een genetische mutatie (VDR/Fok gen) waardoor het bloedsuikergehalte niet voldoende gereguleerd kan worden. Dr. Amy Yasko zegt dat er verschillende supplementen voor de alvleesklier zijn om bij deze gevallen te ondersteunen.

Medicijnen die je GABA receptoren beinvloeden

Er zijn veel medicijnen die gericht zijn op je GABA receptoren zoals bijvoorbeeld Ativan, Xanax, Klonopin, Valium, and Neurontin (Gabapentin). Deze medicijnen zien er qua chemische structuur hetzelfde uit als gamma-aminoboterzuur en ze passen dus zo in je GABA receptoren en kunnen deze kunstmatig stimuleren, maar ze verhogen niet de productie. Deze medicijnen pakken dus niet het onderliggende probleem aan: Dat er niet genoeg GABA wordt geproduceerd. Want er moet al enige GABA aanwezig zijn waar de medicijnen zich aan de receptoren van de GABA kunnen hechten. Als er heel weinig GABA is, hebben de medicijnen dus ook geen effect.

Daarbij komt dat iedere keer als er een kunstmatige stof wordt gebruikt om een neurotransmitter te stimuleren reageren de hersenen hierop door de productie van de neurotransmitter te verminderen. Want het denkt dan dat er voldoende neurotransmitters zijn. Dit zorgt dan weer voor een nog groter tekort. Dus ieder medicijn wat gericht is op GABA receptoren of die GABA of glutamaat manipuleert, zal de mogelijkheid om de balans te herstellen verminderen.

Sommige mensen hebben door een genetische aanleg  meer glutamaat receptoren  en hoe meer glutamaatreceptoren je hebt, hoe meer je op zult nemen. In dit geval zal je waarschijnlijk iemand zijn die altijd neigt naar een teveel aan glutamaat activiteit en zul je je leven lang je glutamaat inname moeten monitoren en onderhouden om overstimulatie te vermijden. Als er een teveel aan glutamaat in je systeem zit door en genetisch mutatie of methylatie probleem of andere oorzaak, dan zullen er ook meer glutamaat receptoren worden gegenereerd.

Het geldt voor alle neurotransmitters dat voldoende slaap essentieel voor een normaal functioneren, want slaaptekort zorgt ervoor dat neuronen de gevoeligheid voor neurotransmitters verliezen waardoor de communicatie slechter wordt.

 

Neuro-gifstoffen in de voeding

Een van de grootste bijdragers aan de onbalans in GABA en glutamaat is de aanwezig van excitotoxinen in het dieet. (Excitotoxinen zijn gifstoffen die werken op de neuronen in de hersenen.) Veel voeding, maar ook voedingssupplementen bevatten excitotoxinen (glutamaat, glutamisch zuur, glutamine, aspartaat/asparaginezuur en cysteine) of ze bevatten stoffen die het lichaam aanzetten om deze te produceren. Deze stoffen en voedingsmiddelen moeten vermeden worden door iedereen die probeert om de GABA en glutamaat in balance te krijgen en iedereen die neigt een teveel aan glutamaat te hebben.

Dr. Amy Yasko legt uit dat “excitotoxinen in voeding de neuronen onrustig maken tot op het punt waar ze ontstoken raken en beginnen te ontvlammen waardoor ze uitgeput raken en afsterven.” Dit geeft een breed scala aan neurologische symptomen die je ziet bij autisme, OCD, angst stoornissen, slapeloosheid, hyperactiviteit, nervositeit, agressief gedrag, rusteloze benen syndroom, Gilles de la Tourette, migraine, beroerte en meer. Excitotoxinen verhogen andere prikkelende neurotransmitters zoals norepinephrine, die deze symptomen verbindt.

Dr. amy Yasko vertelt ook aan ouders met kinderen die autisme hebben dat de eerste stap die ze kunnen zetten als ze haar herstel programma beginnen is om alle excitotoxische stoffen te verwijderen die glutamaat kunnen verhogen. Deze ene stap kan dramatische verbeteringen brengen bij kinderen met STIMS. Dit geeft aan hoe groot de impact van excitotoxinen op de hersenfunctie is.

.

Meest voorkomende bron van excitotoxinen

  • Mononatrium glutamaat (MSG). Hou er rekening mee dat MSG in heel producten voorkomt en ook producten waarin je het helemaal niet verwacht. Het zit in bijna al het bewerkte voeding, fastfood restaurants, het kan als bindmiddel in medicatie zitten, in supplementen, in infuusvloeistoffen, vaccins en in groeiverbeteraar op groenten en fruit (Auxigro)
  • Aspartaam (Nutrasweet)
  • Glutamaat en aspartaat komen van nature voor in tarwegluten, gehydroliseerde gist en melkcaseine ( wat betekent dat elk zuivel product wat caseine bevat voor sterke klachten kan zorgen, maar vooral kaas, omdat dit een geconcentreerde vorm van caseine is.)

Andere voedingsmiddelen die een bron zijn excitotoxinen:

  • gehydroliseerd eiwit, hydroliseerd havermeel of alles wat gehydrolyseerd is
  • natriums caseinaat
  • calcium caseinaat
  • dinatriumcaseïnezuur
  • geautolyseerde gist, gistextract of alles wat geautolyseerd is
  • gelatine, glutaminezuur
  • carageenan of plantaardige gom, guargom
  • bouillon, kombu extract
  • alles met mout, maltodextrine,
  • veel kant en klare kruidenmixen
  • soja extract, soja-eiwit of soja eiwit concentraat, wei eiwit, wei eiwit concentraat of isolaat

De woorden natuurlijke smaak of natuurlijke smaakstoffen betekenen meestal: bevat MSG of een andere excitotoxine, want ze worden gebruikt om je smaakpapillen te stimuleren en op een kunstmatige manier de smaak te versterken.

Andere voedingsstoffen die excititoxinen bevatten die schade aan zenuwen toe kunnen brengen zijn:

  • alles wat gefermenteerd is
  • versterkte eiwitten of ultra gepasteuriseerde eiwitten of vitaminen verrijkte eiwitten
  • maisstroop
  • bodybuilder eiwit formules of proteine formules, ook de plantaardige
  • karamelsmaakstof of kleuring
  • melkpoeder (ook babymelkpoeder)
  • ei vervangers
  • maizena en sommige merken tortillachips naturel
  • citroenzuur als deze gemaakt is van mais
  • sommige merken vleeswaren
  • de meeste conserven
  • pectine
  • groenten op zuur
  • al het bewerkte voedsel
  • vlees in de supermarkt wordt vaak geinjecteerd met stoffen die neurotoxisch zijn
  • tahoe of ander gefermenteerde sojaproducten

Ieder voedingssupplement dat glutamine bevat.Glutamine wordt vaak aanbevolen om de darm te helen en GABA te verhogen, maar het zal in eerste instantie glutamaat verhogen en als je glutamaat niet om kan zetten naar GABA door een van de vele redenen die hierboven zijn genoemd, dan krijg je alleen maar een overschot aan glutamaat. Iedereen die een probleem heeft met teveel glutamaat zou supplementatie met glutamine moeten vermijden. Glutamine en glutamaat worden weer omgezet in elkaar.

Het kan een kwestie zijn van de sterkte. Bijvoorbeeld ik kan af en toe boter of yoghurt eten zonder glutamaat problemen te krijgen, maar als ik wei eiwitten consumeer heb ik meteen teveel glutamaat. Dit komt doordat het glutamaatgehalte in wei eiwitten veel geconcentreerder is dan in boter of yoghurt. Alles wat een geconcentreerde hoeveelheid glutamaat bevat geeft veel sneller problemen dan iets dan minder sterk is.

Bottenbouillon, wat aanbevolen wordt voor het helen van de darmen bevat veel glutamaat, vooral kippenbotten. Ik krijg bijvoorbeeld direct migraine als ik een slokje bottenbouillon neem die lang heeft getrokken.  Naast glutamaat bevat de bouillon ook veel histamine, de combinatie van veel histamine en veel glutamaat kan distraseus zijn.

Slowcooking, vlees heel langzaam garen verhoogd ook het glutamaat gehalte.Sommige mensen kunnen wel vlees verdragen maar geen vlees  met bot. Kipfilet gaat dus wel, maar een kippenpoot niet. Dus je kunt experimenteren of vlees met bot bij jou meer klachten geeft dan vlees zonder bot. 

Voedingsmiddelen met hoog gehalte glutamaat

Voedingsmiddelen die een heel hoog gehalte glutamaat hebben zijn:

  • Parmezaanse kaas
  • Roquefort
  • tomatensap
  • grapefruitsap
  • erwten

Middelhoog in glutamaat:

  • walnoten
  • paddenstoelen
  • broccoli
  • tomaten

Lager gehalte

  • kip
  • aardappels

 Als je alle producten met een hoog glutamaatgehalte weglaat hoef je misschien niet de gezonde producten als broccoli, walnoten en kip te laten staan. Als je glutamaatgehalte echt heel hoog is dan geven deze voedingsmiddelen ook een probleem.

Proteinepoeders en aminozuur forumules zijn rijk aan glutamaat. Als je aminozuren als leucine, isoleucine en valine in grote hoeveelheden neemt kunnen ze excitotoxisch werken.

Andere factoren die bijdragen aan de onbalans 

Pyroluria is een genetisch verstoring die zorgt voor een abnormale synthese van hemoglobine. Het is een vrij onbekende aandoeningen grote kans dat je huisarts er nog nooit van heeft gehoord. in de orthomoleculaire geneeskunde is het een erkende aandoening. Door deze aandoening kun je een tekort aan B6 en zink krijgen, allebei heel belangrijk voor de productie van GABA en het reguleren van glutamaat. Als je pyrularia hebt, kan dit direct bijdragen aan de onbalans van GABA en glutamaat.

Chronische stress heeft heel veel invloed op een tekort aan GABA en andere remmende neurotransmitters.  GABA en serotonine moduleren het stress respons systeem, mits er voldoende aanwezig is. Ze helpen het lichaam en geest in een parasympathische staat te houden totdat de stress over is. Maar als de stress nooit overgaat, heb je constant GABA en serotinine nodig en krijg je hier een tekort aan. Wil je GABA verhogen, zorg dan dat je stress verminderd.

Kindermishandeling of trauma verlaagt ook GABA receptoren, waardoor er minder GABA werkzaam is. Mensen die misbruik overleven hebben vaak ook minder serotonine en dopamine.

Vitamine K

Vitamine K is ook erg belangrijk omdat het zorgt voor een gezonde calcium stofwisseling, het reageert met glutamaat en calcium om de calcium bij de botten en tanden af te leveren, het voorkomt een opstapeling van calcium. Een opstapeling zorgt voor celdood.Vitamine K is een vet-oplosbare vitamine, alleen wordt het niet zoals andere vetoplosbare vitaminen in het lichaam opgeslagen en dus moet je zorgen dat je het dagelijks binnenkrijgt via voeding. Vitamine K wordt ook geproduceerd als de goede darmbacterien groene bladgroenten verteren, maar als er een dysbiose is en je geen groene bladgroenten kunt verdragen, zal je ook niet voldoende vitamine K kunnen produceren waardoor je een tekort kunt krijgen.

De alvleesklier gebruikt veel vitamine K om suiker te reguleren. De alvleesklier is heel kwetsbaar voor de opstapeling van glutamaat en andere excitotoxinen, hierdoor zal de regulatie van suiker verminderen. Zoals ik al eerder zei kan een teveel of te weinig insuline of glucose bijdragen aan een teveel aan glutamaat. Daarom is de balans tussen GABA en glutamaat zo belangrijk voor je gezondheid van de alvleesklier.

L-theanine is een stof om GABA te verhogen. Het is onderdeel van het populaire LTO3 als alternatief voor Ritalin bij kinderen met ADHD.

L-theanine is een glutamaat analoog, dat betekent dat als je in de categorie valt van mensen die problemen hebben met het converteren van glutamaat naar GABA dit kan leiden tot een teveel aan glutamaat in plaats van meer GABA. De stof wordt uit groene thee of uit paddestoelen gehaald, het kan sporen van caffeine of schimmels bevatten die voor problemen kunnen zorgen. Voor sommige mensen werkt L-theanine, voor anderen niet.

Als je een teveel aan glutamaat hebt moet je heel voorzichtig zijn met supplementen.

Bedenk dat je de glutamaat en GABA in balans wilt brengen, niet om glutamaat in zijn geheel te vermijden, want je hebt het ook nodig.

Het is erg ingewikkeld om met neurotransmitters te werken en kan het beste gedaan worden onder begeleiding van een therapeut. Met bovenstaande informatie kom je al een heel eind, maar het kan ook verwarrend werken. En de ontwikkeling en kennis over neurotransmitters blijft groeien dus ook de informatie in deze blog kan nog aangepast worden.

 

Bronnen:

Abshire VM1, Hankins KD, Roehr KE, DiMicco JA. Injection of L-allylglycine into the posterior hypothalamus in rats causes decreases in local GABA which correlate with increases in heart rate. Neuropharmacology. 1988 Nov;27(11):1171-7.

  1. Amoreaux WJ, Marsillo A, El Idrissi A. Pharmacological characterization of GABA receptors in taurine-fed mice. J Biomed Sci. 2010;17 Suppl 1:S14

El Idrissi A, L?Amoreaux WJ. Selective resistance of taurine-fed mice to isoniazide-potentiated seizures: in vivo functional test for the activity of glutamic acid decarboxylase. Neuroscience.2008 Oct 15;156(3):693-9.

Richard W Olsen and Timothy M DeLorey. GABA Synthesis, Uptake and Release – Basic Neurochemistry. 1999

http://www.ncbi.nlm.nih.gov/books/NBK27979/

Todd D. Prickett and Yardena Samuels. Molecular Pathways: Dysregulated Glutamatergic Signaling Pathways in Cancer. Clinial Cancer Research August 15, 2012 18; 4240

Dr. Amy Yasko, Autism: Pathways to Recovery. Neurological Research Institute, LLC 2004, 2007, 2009

Dr. Rick Sponaugle. Anxiety Disorder Causes

http://sponauglewellness.com/wellness-programs/anxiety/anxiety-panic-disorder-causes/

Dr. Datis Kharazzian. The Gut Brain Axis. http://digestionsessions.com/dr-datis-kharrazian/

Richard W Olsen and Timothy M DeLorey. GABA Synthesis, Uptake and Release http://www.ncbi.nlm.nih.gov/books/NBK27979/

Möykkynen, Uusi-Oukari M, Heikkilä J, et.al. Magnesium potentiation of the function of native and recombinant GABA(A) receptors. Neuroreport. 2001 Jul 20;12(10):2175-9.

Contrusciere, Paradisi S, Matteucci A, Malchiodi-Albedi F. Neurotox Res. 2010 May;17(4):392-8. doi: 10.1007/s12640-009-9115-0. Epub 2009 Sep 15. Branched-chain amino acids induce neurotoxicity in rat cortical cultures.http://www.ncbi.nlm.nih.gov/pubmed/19763733

 

 

 

Biogene aminen

Biogene aminen zijn stoffen die door de cellen van levende organismen aangemaakt worden. Biogene aminen zijn verbindingen in de voeding die bij mensen o.a. overgevoeligheidsreacties teweeg kunnen brengen, maar ook ons gedrag beïnvloeden. De klachten lijken op voedselallergieën, maar zijn dit niet. Bij biogene aminen speelt het immuunsysteem namelijk geen rol. Het zijn stikstofverbindingen die in de omzetting door micro-organismen in planten, dieren en mensen gevormd worden.

Sommige hebben functies die vergelijkbaar zijn met die van hormonen, andere spelen een rol bij het functioneren van het zenuwstelsel, de darmmotoriek, het reguleren van de lichaamstemperatuur, het slaap­ritme en de activiteit van de hersenen.
Belangrijke biogene aminen zijn: adrenali­ne, dopamine, fenylethylamine, histamine, noradrena­line, putrescine, serotonine, tryptamine en tyramine.

Biogene aminen komen in veel voedingsmiddelen voor en worden gedurende de verwerking, de rijping (gis­ting, fermentatie) en de opslag (bederf) gevormd. Als het voedingsmiddel veel eiwitten bevat, zoals vis, kunnen er grote hoeveelheden biogene aminen worden gevormd.
Biogene aminen in voedingsmiddelen vormen normaal gesproken geen risico voor de mens, omdat het lichaam deze verbindingen zelf kan aanmaken en afbreken en zodoende kan compenseren voor van buitenaf aange­voerde biogene aminen. Bij de opname van grotere hoeveelheden of bij overgevoeligheid is dit mechanisme verstoord waardoor dan klachten kunnen ontstaan.

De klachten die kunnen ontstaan worden in de medische wereld pseudo-allergieën of PAR’s genoemd. Bij de pseudo-allergieën treedt een overgevoeligheidsreactie op voor biogene aminen, bijvoorbeeld voor histamine uit bepaalde voedingsmiddelen. Het lichaam raakt door de opname van deze verbindingen uit balans, waardoor het juist nog meer histamine gaat (vrij)maken. Hierdoor kunnen de klachten optreden zoals migraine, netelroos, astma of vochtophoping.
Histamine-voorraden liggen in het lichaam opgeslagen in de mestcellen. Bij bepaalde mensen met een erfelijke aanleg voor een allergie zijn deze mestcellen veel minder stabiel dan normaal, waardoor ze te snel histamine vrijmaken. Dit kan bijvoorbeeld al gebeuren door koude of warmte.

De instabiliteit van de mestcellen wordt door zg. histamine-liberatoren beïnvloed. Deze verbindingen zitten vaak gewoon in onze voeding.
Enzymen zorgen in het lichaam voor de afbraak van biogene aminen. Grote hoeveelheden biogene aminen kunnen deze enzymen echter niet aan, omdat ze vrijwel con­stant door bv. alcohol en nicotine, maar ook de aanwezigheid van biogene aminen zelf en medicijnen in hun werking geremd worden.

Klachten ontstaan wanneer het gehalte aan biogene aminen te hoog wordt. Ook is duidelijk dat drinken en roken de klachten doen toenemen, omdat dit de enzymen remt die de biogene aminen afbreken. Ook bepaalde medicijnen remmen de afbraak van bio­gene aminen doordat zij de werking van de enzymen mono- en diamine-oxadase volledig remmen. Daardoor worden de aminen in het maag-darmkanaal niet afgebroken met als gevolg dat ze in het lichaam terechtkomen. Ook in het lichaam worden ze nauwelijks afgebroken waardoor ze zich ophopen en klachten veroorzaken. De opname uit de voeding hoeft dan maar gering te zijn om klachten te veroorzaken.

Bij sommige mensen komt het voor dat genoemde enzymen door een genetisch defect ontbreken in het maag-darmkanaal of nauwelijks werkzaam zijn. Deze mensen kunnen maar weinig biogene aminen verdra­gen.

Biogene aminen in voeding:

  • Adrenaline: druiven en ananas
  • Dopamine: bananen (8 mg/kg), avocado’s (4-5 mg/kg), druiven en ananas (1-2 mg/kg)
  • Fenylethylamine: cacao, chocolade, bepaalde kaas­soorten, worstsoorten, kip, vis, (bittere) amandelen en amandelolie
  • Histamine: alcoholhoudende dranken, bonbons e.d, ananas, aardbeien, kippe-eiwit, granen, tomaten, papaya, varkensvlees, vis, schaaldieren, kreeft, krab, noten, amandelen, pinda’s.
    Kruiden: basilicum, cayennepeper, dragon, eucalyptusolie, galanga (laos), gember, kaneel, foelie, kerrie, koriander, kruidnagelen (speculaas-, koek- en worstkruiden), lavas, majoraan, nootmuskaat, pa­prika, peterselie, sassefras (kauwgom, tandpasta, thee), selderij, knolselderij, tijm, venkel. Hulpstoffenadditieven zoals benzoëzuur:
    Verontreinigingen/contaminanten zoals nitraat.
  • Noradrenaline: bananen (2 mg/kg), druiven, ananas (1-2 mg/kg), sinaasappels en rode pruimen.

  • Putrescine: komkommer, courgette en augurk.

  • Serotonine: Ananas, walnoten en bananen.

  • Tryptamine:(oude) kaas en vleeswaren.

  • Tyramine komt vooral voor in oude kaas, vleeswaren, vis en groente.

Bron

Angstig door serotonine

 

In Nederland hebben meer dan 1 miljoen mensen last van een angststoornis. Dat is dus 1 op 17 mensen. Dat is veel, heel veel vind ik zelf. Vooral mensen met een sociale fobie schamen zich vaak en voelen zich minder en niet op hun gemak in publieke situaties. Een onderzoek van de Uppsala Universiteit uit 2015 keek naar de oorzaak van de angststoornissen. Tot nu toe waren onderzoekers het er over eens dat een tekort aan de neurotransmitter serotonine de oorzaak was van de stoornis, maar uit het laatste onderzoek bleek dat  juist een te veel aan serotonine zorgt voor angstig gevoel.

”Ons onderzoek geeft een beter inzicht hoe serotonine bijdraagt aan angst.”. zei Dr Tomas Furkmark, een psychologie docent van de Zweedse Uppsala Universiteit in een email aan de Medical Daily, waarbij hij de benadrukte hoe belangrijk het is om de etiologie van angststoornissen te begrijpen.

Bij een recent kleinschalig onderzoek naar sociale angst bleek dat driekwart van de patiënten de symptomen voor hun 18e ontwikkelden. Vergeleken met de mensen waarbij de symptomen die later in hun ontstonden, had de eerste groep hogere scores bij de angst en depressie tests en lagere scores op de globale werking test. Bij de patiënten met angststoornissen op jonge leeftijd was de depressie zwaarder en waren de symptomen moeilijker te behandelen.

Gewoonlijk behandelen psychiaters sociale fobie met SSRI medicatie, een soort medicijn die de hoeveel serotonine in de hersenen veranderd.

Furmark en Dr. Mats Fredrikson,een andere docent psychologie van Uppsala University,stelde de onderliggende hypothese ter discussie bij patiënten die behandeld werden met SSRI’s. Welke moleculaire rol speelt serotonine nu precies bij sociale fobie?

Overgevoelig voor angst

Om de moleculaire rol van serotonine te achterhalen werden er PET scans gemaakt van de hersenen om het serotoninegehalte in de hersenen van vrijwilligers met een sociale fobie te meten. Daarna traceerden zij de chemische signalen die tussen de cellen in de hersenen werden getransporteerd. De communicatie in de hersenen werkt als volgt: Zenuwcellen laten serotonine vrij in de ruimte tussen de zenuwcellen. De serotonine hecht zich aan de receptor van de cellen. Daarna wordt de serotonine vrijgelaten van de receptor en gaat het terug naar de originele cel.

De onderzoekers ontdekten dat patiënten met een sociale fobie teveel serotonine produceerden in de amygdala. Dit gedeelte van de hersenen, wat diep in onze schedel ligt, is de basis van onze primitieve emoties, inclusief angst. Hoe meer serotonine er in de amygdala wordt geproduceerd, hoe angstiger mensen zich voelen in sociale situaties.

De nieuwe bevindingen zijn niet geheel anders dan de eerdere onderzoeken, hier bleek al dat mensen met een sociale fobie een hogere activiteit in de amygdala hebben, bij angstige mensen is het angstcentrum in de hersenen overgevoelig. Nieuw onderzoek vervolledigt het eerdere werk met de suggestie dat een teveel aan serotonine de onderliggende oorzaak van angst kan zijn of in ieder geval een deel van de oorzaak is.

Serotonine verlaagd niet het angstgevoel, zoals eerder werd aangenomen, maar verhoogt het. Meer onderzoek in de onderliggende chemische processen naar angst kunnen wetenschappers helpen om te investeren in  de bekende behandelingen en mogelijke nieuwe manieren van behandeling te ontwikkelingen voor mensen met een ernstige vorm van angststoornis die slopend voor de patiënt kan zijn.

“Mogelijk moeten we nadenken over hoe we angst kunnen verminderen met  medicijnen als serotonine heropnameremmers (SSRI’s) of zij daadwerkelijk helpen bij angststoornissen.”zei Furmark.

Bron: Frick A, Åhs F, Engman J, et al. Serotonin Synthesis and Reuptake in Social Anxiety Disorder: A Positron Emission Tomography Study. JAMA Psychiatry. 2015. http://www.medicaldaily.com/social-phobia-linked-high-levels-serotonin-time-rethink-ssris-and-other-anxiety-drugs-338608

Note van Lisa: Angst verminderen met SSRI’s werkt symptoomonderdrukkend. De balans herstellen in de darmen waardoor het evenwicht in de verschillende neurotransmitters hersteld wordt, lijkt zinvoller. Dopamine en Serotonine zouden met elkaar in balans moeten zijn voor een gezonde psyche zonder angst of depressie.