DDP IV enzymen en exorfinenbelasting

afbeeldingsbron: https://www.sohf.nl/nieuws/het-nut-van-enzym-suppletie-door-wetenschap-onderbouwd

Heb je last van depressie, angst, stress, overgewicht of diabetes type 1 of 2? En heb je toevallig ook concentratieproblemen, ADHD/ADD? Ben je gek op brood en zuivel? Of eet/drink je veel soja en spinazie?

Laten we dan een kijkje nemen in de darmen. We kijken deze keer niet naar de samenstelling van darmbacterien of een lekke darm, maar naar morfine achtige stoffen die in voeding voorkomt: exorfinen.

Als al eens een lowcarb of paleodieet hebt gevolgd en je bent er in het begin flink chagerijnig van geworden, je partner klaagt dat dit dieet je niet leuker maakt, dan weet je: Je bent aan het afkicken van exorfinen. Deze morfine-achtige stoffen geven je even een goed gevoel. Sommige mensen zijn er aan verslaafd zonder dat ze het weten.  Je hebt bijvoorbeeld een dip: neemt iets met tarwe (koekje, brood, etc) en je voelt je weer even beter.

Exorfinen zitten in gluten, caseine, soja en spinazie en in sommige schimmels. Normaal gesproken worden ze in de darmenafgebroken door het DPP-IV enzym. Maar er zijn mensen waarbij dit enzym onvoldoende werkt.  Als exorfinen niet goed afgebroken worden wordt de endorfine receptoren overmatig geactiveerd, die op hun beurt dopamine stimuleert. Hierdoor voel je je lekker. Je zou denken, niets aan de hand toch?

Maar door een langdurige overmatige stimulatie wordt endorfine, dopamine, insuline en cortisol ongevoelig. Hierdoor kun je diabetes type 1 en 2, overgewicht, stress-stoornissen en bijvoorbeeld depressie en angststoornissen, restless legs ontwikkelen.

Afspraak maken

DDP-IV enzym

Men weet pas sinds 2011 dat het DPP-IV enzym de hoeveelheid endorfine in de hersenen reguleert. Deze ontdekking is een mijlpaal in de geneeskunde, aangezien endorfine (samen met insuline) de belangrijkste dopamine stimulator is in het beloningssysteem van de hersenen. Daarmee neemt het enzym een centrale plaats in het ontstaan van psychische stoornissen.

Smaakversterkers blokkeren het DPP-IV enzym erg snel . Ook vernielen ze de  endorfine-receptoren waardoor de endorfine aanmaak met 70% daalt zodat er minder dopamine vrijkomt.

Het DPP-IV enzym beschermt de endorfine receptoren tegen overbelasting door opioïden, met in het bijzonder de exorfinen uit voeding.

Diabetes en bijnieruitputting

Exorfinen zorgen in de eerste fase voor een forse toename van endorfine, dopamine, insuline en cortisol in de cellen en neuronen. Endorfine en dopamine is fijn maar een teveel aan insuline kan je insulineresistent maken en uiteindelijk zorgen voor diabetes en bij een constante overflow van cortisol voel je je vaak onrustig, gehaast, in paniek of angstig. Tot uiteindelijke de bijnier uitgeput is en geen cortisol meer kan aanmaken en je bijnieruitputting hebt.

Depressie

Volgens diverse onderzoeken hebben mensen met een depressie een verlaagde DPP-IV activiteit. Bij deze mensen stapelen de exorfinen zich op in de hersenen, waar ze de serotonine receptoren blokkeren.
Antidepressiva zijn actief op de serotonine receptoren. Dit zou kunnen verklaren waarom antidepressiva (volgens een meta-studie uitgevoerd door het FDA in 2008) over het algemeen niet beter werken dan een placebo. Antidepressiva blokkeren de werking van dopamine.

ADD/ADHD

De combinatie antidepressiva en methylfenidaat die zo vaak aan mensen met ADD/ADHD wordt gegeven is dan ook contraproductief.
De meeste antidepressiva worden geactiveerd via de endorfine receptoren . Dit verklaart waarom mensen met endorfine probleem niet geholpen kunnen worden door antidepressiva. Uit een meta-studie van het FDA blijkt dat antidepressiva niet beter werken dan een placebo.

Exorfinentest

Wat is het DPP-IV enzym?

Het DPP-IV enzym is een multifunctionele enzymen en heeft meer dan 70 functies. Het is onder meer betrokken bij de afbraak van exorfinen, dit zijn morfineachtige eiwitten uit gluten, caseïne, soja, spinazie en micro-organismen. En het is belangrijk voor het immuunsysteem.

Het DPP-IV enzym bevindt zich in de dunne slijmlaag van de darmen. Daar verhindert het de opname van exorfinen in de bloedbaan en beschermt het de endorfine receptoren. Het endorfinesyteem heeft in de darm een ontstekingsremmende  werking. Het DPP-IV enzym helpt de microvilli mee in stand houden en is daarmee is van de belangrijkste enzymen om lekkende darm te voorkomen en te behandelen.

Onderzoek wijst uit dat bij een tekort aan DPP-IV enzym werking (bv. onder invloed van gluten) de microvilli verkleinen en lekkende darm in de hand werkt. Galactose, een genetische DPP-IV enzym stimulator doet de groei van microvilli toenemen.

Immuunsysteem

De immunologische functie van het DPP-IV enzym wordt afzonderlijk aangeduid met de term CD26 enzym. Een tekort aan  CD26 activiteit is betrokken bij diverse immuun-aandoeningen en kanker. Vitamine A is een van de genetische stimulators van het CD26 enzym.

CD26 activeert de lymfocyten die prolifereren in T-cellenB-cellenNK-cellen. Deze cellen en hun bijproducten (antistoffen) spelen een centrale rol in het adaptieve of verworven immuunsysteem. Dit is het aanpassingsimmuunsysteem tegen ziekteverwerkers zoals pathogenen en eiwitten die antistof-reacties kunnen teweegbrengen (bv. de IgG en de IgE antistoffen door voeding).

Verstoringen in de werking van CD26 zijn betrokken bij diverse (auto) immuunaandoeningen. Voorbeelden zijn allergieën, astma, CVS, kanker, fibromyalgie, reumatoïde arthritis, lupus, depressie en autisme .

CD26 bindt zich op dezelfde receptoren van de lymfocyten waar zich ook exorfinenorganofosfatenstreptokinase en thiomersal binden. Dit laatste is een kwik bevattende stof die aan vaccins wordt toegediend. Volgens Vodjani ligt het vaccineren met thiomersal mee aan de oorzaak van de toename van autisme, ADD en ADHD. Deze co-receptoren worden ook bezet door stoffen die een rol spelen bij kanker, AIDS, reumatoïde artritis, lupus, multiple sclerose en andere (auto) immuunziekten.

Defecten in de werking van het CD26 enzym zou ook betrokken zijn bij de vorming van myelomonocyten. Deze cellen spelen een rol bij het ontstaan van acute en chronische myeloïde leukemie.

Het CD26 enzym heeft een sterke antivirale werking. Zo is bekend dat vrouwen met een sterke CD26 werking geen HIV-1infectie ontwikkelen na geslachtsgemeenschap met een seropositieve man.  Volgens diverse wetenschappers wordt de AIDS-epidemie mogelijk gemaakt door een verminderde functie van het DPP-IV/CD26 enzym.

Een verstoring in de werking van het CD26 enzym is betrokken bij de meeste (auto) immuunziekten . Dit doet de vraag rijzen of wel een goed idee is om medicinale DPP-IV/CD26 remmers in te zetten voor de behandeling van diabetes. Zeker nadat bekend werd dat deze geneesmiddelen de kans op kanker doen toenemen.

Er zijn onderzoeken waarbij de DPP-IV en CD26 enzym functie (in bepaalde omstandigheden) onafhankelijk van elkaar blijken te werken. Dit betekent dat iemand geen immuniteitsproblemen kan ondervinden (CD26), maar wel andere complicaties ten gevolge van een deficiënte DPP-IV enzym werking. De enige bedenking is dat dit onderzoek is gesponsord door fabrikanten van DPP-IV enzym remmers.

 

Allergien

Als het  DPP-IV enzym niet goed werkt zorgt dit voor een toename van de eosinofiele granulocyten. Deze witte bloedcellen zijn betrokken bij de pathogenese van allergische reacties, zoals allergisch astma, rinitis en dermatitis. Toename van de eosinofiele granulocyten veroorzaken een systemische respons. Bij deze respons komen ontstekingsmediatoren   (IL-1, IL-6 en TNF-alpha) in de bloedbaan terecht die een allergische reactie opgang brengen.

Het DPP-IV enzym is een essentieel enzym voor de antigeen presentatie. Het DPP-IV enzym promoot een normale cellulaire immuun-respons en is belangrijk voor de vorming van signaalstoffen die betrokken zijn bij inflammatie en andere immunologische reacties. Uit onderzoek blijkt dat de afbraalk van TNF-alfa (tumor necrosis factor alpha) gebeurt door DPP-IVTNF-alfa is een signaalstof dat ontsteking stimuleert en betrokken is bij auto-immuunziekten en kanker. Een verminderde werking van DPP-IV heeft overproductie van TNF-alfa tot gevolg. Dit wordt in verband gebracht met een aantal immuunziekten, zoals autisme, kanker, darmontstekingen en reumatoïde artritis.

In een onderzoek van 2007 werd een verband aangetoond tussen het DPP-IV enzym en allergieën. Moeders met tijdens de borstvoeding lage DPP-IV waarden, hadden beduidend meer kans op een kind met dermatitis en allergieën.

Een deficiënte DPP-IV werking zorgt voor een toename van de eosinofiele granulocyten. Deze witte bloedcellen zijn betrokken bij de pathogenese van allergische reacties, zoals allergisch astma, rinitis en dermatitis. Toename van de eosinofiele granulocyten veroorzaken een systemische respons. Bij deze respons komen ontstekingsmediatoren (IL-1, IL-6 en TNF-alpha) in de bloedbaan terecht die een allergische reactie opgang brengen.

Het DPP-IV enzym is een essentieel enzym voor de antigeen presentatie. Het DPP-IV enzympromoot een normale cellulaire immuun-respons en is belangrijk voor de vorming van signaalstoffen die betrokken zijn bij inflammatie en andere immunologische reacties. Uit onderzoek blijkt dat de afbraalk van TNF-alfa (tumor necrosis factor alpha) gebeurt door DPP-IVTNF-alfa is een signaalstof dat inflammatie stimuleert en betrokken is bij auto-immuunziekten en kanker.. Een verminderde werking van DPP-IVheeft overproductie van TNF-alfa tot gevolg. Dit wordt in verband gebracht met een aantal immuunziekten, zoals autisme, kanker, darmontstekingen en reumatoïde artritis.

In een onderzoek van 2007 werd een verband aangetoond tussen het DPP-IV enzym en allergieën. Moeders met tijdens de borstvoeding lage DPP-IV waarden, hadden beduidend meer kans op een kind met dermatitis en allergieën R.

DPP-IV enzym remmende factoren

De werking van het DPP-IV enzym kan worden geremd door verschillende natuurlijke en chemische stoffen. Sommige van deze stoffen zoals kwik (amalgaamvullingen) kunnen de werking van het enzym jarenlang afremmen. Koemelk (en andere niet-humane melk) is niet geschikt voor de mens.

  • Niet-humane melk (bv. koemelk) bevat casomorphin-5, een exorfine uit caseïne. De afbraakproducten van casomorphin-5 blokkeren de werking van het DPP-IV enzym. Indien niet-humane melk geschikt was voor de mens, zou het nooit een enzym remmen dat meer dan 70 functies heeft. (humane melk bevat geen casomorphin-5). Bovendien is casomorphin-5 in de hersenen zowat tien maal sterker dan morfine R. Met andere woorden niet-humane melk heeft een verdovend effect dat haaks staat op het overlevingsinstinct van de oermens (jagers moeten alert zijn).

Een overzicht van de DPP-IV remmende factoren:

  • Calcium suppletie: het nemen van DPP-IV producten mag liefst niet gecombineerd worden met de extra inname van calcium.
  • Organofosfaten (insecticidenherbiciden en pesticiden)
  • Kwikverbindingen: (amalgaam, vaccins en vis)
  • Vaccins tegen baarmoederhals kanker 
  • Ezetimibe: (cholesterolverlager)
  • Statines: (cholesterolverlagers)
  • Chlorambucil (chemotherapie)
  • DPP-IV remmers: (diabetes) DPP-IV remmers verhogen de kans op psychose en andere dopamine verstoringen (bv. verslaving en gewelddadig gedrag)
  • Glucocorticoïden: (voornamelijk cortisol)
  • Superoxide: zie punt dementie en de ziekte van Parkinson
  • Cationische peptidenCaseïneexorfinen; de afbraakproducten van BCM-5 – een caseïneexorfine –  remmen de werking van het DPP-IV enzym. Met andere woorden niet-humane melk-exorfinen schakelen de werking van het DPP-IV enzym uit.
  • Dynorphin: een opioïde die de KOR receptoren van het endorfinesysteem activeert. De KOR receptoren werken als een remmer van de andere twee receptoren van het endorfinesysteem (MOR en DOR). Dynorphin wordt actief door opiaten (bv.exorfinen), het gebruik van dopamine stimulerende geneesmiddelen   (bv.Ritalin®/Rilatine®, dextro-amfetamine, Levodopa®), antipsychotica, chronische stress, roken, alcohol, bijna alle drugs en het consumeren van overwegend vette voeding. Dynorphin is een dopamine-remmer, een DPP-IV enzym remmer en een BDNF remmer. BDNF beschermt de hersenen tegen neurodegeneratie, een problematiek die voorkomt bij geheugenproblemen, de ziekte van Alzheimer en Parkinson .
  • Histamine, een stof die vrijkomt bij allergische reacties. Histamine is een dynorphin-activator een stof met een sterk DPP-IVremmend effect .
  • Dopamine stimulerende medicatie (bv.Ritalin®/Rilatine® R, dextro-amfetamine R, Levodopa® R), activeren dynorphin, dat een DPP-IV remmer is R (zie dynorphin)
  • Cholecystokinine, een neurohormoon dat de galblaas stimuleert tot het afscheiden van gal. Cholecystokinine veroorzaakt een toename van dynorphin R, dat een DPP-IV remmer is(zie dynorphin). Exorfinen veroorzaken een sterke toename van cholecystokinine wat op termijn kan leiden tot het ophopen van galstenen en galblaasinfecties (helaas wordt er veel te snel overgegaan tot het operatief verwijderen van de galblaas). Gluten veroorzaakt een acht keer langzamere lediging van de galblaas door toename van cholecystokinine.
  • Chronische en belastende stress. Stress activeert het CRH hormoon, dat op zijn beurt dynorphin activeert. Dynorphin is een DPP-IV remmer. (zie dynorphin)
  • Chitosan is een natuurlijk voorkomende polysacharide met antibacteriële werking. Het wordt gebruikt in deodorants, waterverzachters, waterfilters en voor het klaren van wijn. Het is tevens een erg omstreden voedingssupplement om te vermageren (omdat het de opname van vet via de darmwand blokkeert), dat helaas mag verkocht worden…. Chitosan is een sterke DPP-IV remmer (80% verminderde activiteit van het DPP-IV gen)
  • Berberine: een vaak toegepast voedingssupplement, komt ook voor in Relora® (productnaam van een voedingssupplement met extracten van Phellodendron amurense)
  • Polyfenolen. Komen van nature voor in planten en groenten. In natuurlijke vorm zijn polyfenolen gezond. Geconcentreerde polyfenolen (extracten) gebruikt in voedingssupplementen zijn giftig omdat ze een sterke DPP-IV remmende werking hebben. Sommige van deze polyfenolen remmen het DPP-IV enzym sterker dan de DPP-IV remmende geneesmiddelen die aan diabetici worden voorgeschreven. De polyfenolen werden in dit onderzoekR ingedeeld in drie categorieën volgens hun DPP-IVremmende werking. Groep 1 (sterkste remmers): resveratrol, luteoline, apigenine, en flavonen. Groep 2 (matige remmers): naringenin, hesperetin, cyanidin-3-glucoside, kaempferol en malvidine. Groep 3 (zwakke remmers): cyanidine, quercetine en koffiezuur. Caseïne remt de werking van polyfenolenR (tot 75% en meer). Dit houdt onder meer in dat mensen die een zuivelvrij dieet volgen voedingssupplementen met polyfenolen best mijden.
  • EDTA : (een zware metalen chelator)
  • Adenosine
  • TNF-alfa en TGF-beta
  • Fosforzuur: (een smaakversterker in bijna alle frisdranken)
  • Forskolin
  • Hyperinsulinemie
  • Fluor en fluoriden
  • Antibiotica 
  • Efedrine (hoestdranken, drugs)
  • Erythrina variegata. (Indische koraalboom)
  • Galega orientalis (bloem: geitenruit)
  • Bacitracin (metaboliet van de Bacillus subtilis bacterie)
  • Mango bladeren en stengels: (Mangifera indica, alleen de bladeren en stengel)
  • Pennisetum glaucum (Gepelde parelgierst is in grote delen van Afrika het oorspronkelijke ingrediënt van couscous. In de Noord-Afrikaanse keuken wordt doorgaans tarwegries gebruikt, in deze versie is couscous eveneens in de westerse keuken bekend. Parelgierst wordt soms gebruikt bij het maken van bier)
  • Rauvolfia serpentina (een van de 50 meest gebruikte kruiden in de Chinese geneeskunde)
  • Druivenpitten: (ook in olie en druivenpitten supplementen zoals proanthenol en resveratrol).
  • Naringine: een flavonoïde, zit in grapefruit en sinaasappelschillen (commercieel sinaasappelsap uit extracten bevat schilrestanten). Naringine blokkeert niet alleen de P450-detox-enzymen (CYP3A4 en CYP1A2) maar ook het DPP-IV enzym R. In België wordt de grapefruit ook wel pompelmoes genoemd.
  • Epicatechine derivaten: antioxidanten concentraten uit groene thee, rode wijn en chocolade. Het nemen van teveel antioxidanten via supplementen is toxisch.
  • Teveel zink: (bv. door hoge doseringen in voedingssupplementen. Chlorella, tarwe en andere granen kunnen een zink-tekort veroorzaken. Magnesium versterkt de binding van de endorfine receptoren in de hersenen van ratten, terwijl zink deze magnesium interventie neutraliseert )
  • Cadmium. (roken)
  • Wei :(bv. in proteïne shakes, kan de kans op prostaatkanker verhogen)
  • Febreze: (een stofverfrisser met zinkchloride): niet inademen en best uit de buurt houden van huisdieren (risico voor overgewicht, stressovergevoeligheid,  kanker, depressie en andere psychische stoornissen bij huisdieren)
  • Syzygium cumini (jambolan, een eetbare vrucht van de mirtefamilie)
  • Extract van Oryza sativa var. glutinosa (kleefrijstR
  • Extract van Piper longum, een pepersoort die veel wordt gebruikt in de ayurvedische geneeskunde R
  • Extract van malrove (Marrubium vulgare), wordt gebruikt als natuurlijke rustgever voor lichaam en geest.
  • Alostine (frequent gebruikt geneesmiddel in Afrika)
  • Scoparia dulcis (Scoparin A)
  • Tecoma stans (bloem: gele Bignonia)
  • Vinca major (plant: grote maagdenpalm)
  • Jambolan

Apta Voedingsadvies werkt met de exorfinen test van Exendo om te bepalen of iemand een overbelasting heeft voor exorfinen en dus een niet goed werkend DPP-IV enzym.

Het is aan te raden niet op eigen houtje DPP-IV enzymen te nemen in verband met wisselwerking met andere medicatie en voeding. Ook kun je ontwenningsverschijnselen krijgen van de exorfinen overbelasting, wat gemonitord wordt door APTA voedingsadvies.

De kenmerken van ontwenning (bv. geïrriteerdheid, toename stressgevoeligheid, onrust, agitatie enz…) verschillen per persoon:

Psychische ontwenningsverschijnselen: verhoogde prikkel- en stressgevoeligheid, geïrriteerdheid, moeheid, toegenomen behoefte naar suiker
Darmflora adaptatie: bij aanvang van gebruik van een probioticum kan gasvorming, krampen en of diarree optreden. Na verloop van tijd past het lichaam zich aan en verminderen of verdwijnen deze verschijnselen.

Maak een afspraak voor begeleiding of screening.

De informatie in dit artikel komt van Exendo, het http://exendo.be/dpp-iv-enzym-onderzoek-en-referenties/#Functies  Op deze website vind je nog meer informatie en alle links naar wetenschappelijke onderzoeken die betrekking hebben op dit artikel.

Is Diabetes type 2 een autoimmuunziekte?

Is Diabetes type 2 een autoimmuunziekte?

Bij diabetes type 1, worden de eilandjes van Langerhans vernietigd worden door een  auto-immuunziekte. Bij diabetes type 2 is er een heel ander proces gaande, maar ook dit is een auto-immuunreactie van het lichaam.

Vetten aan de buitenkant van cellen zorgen ervoor dat insuline zijn werk niet meer goed kan doen. Dat zorgt ervoor dat het lichaam minder gevoelig wordt voor insuline: het begin van diabetes type 2. De onderzoekers hebben ontdekt hoe ze deze vetten (glycolipiden) kunnen verminderen. Shawn Winer en zijn onderzoeksteam gebruikten hiervoor immuun-onderdrukkende medicijnen. Ook keerde ook de insulineresistentie om gedurende meerdere maanden, dit gaf aan dat het immuunsysteem betrokken is bij diabetes type 2.

De vermindering van deze vetten leidde tot een verbetering van de insulinegevoeligheid in de lever, spier en vetweefsel. In het vetweefsel en in de lever nam ook de ontsteking af. En juist die ontstekingen spelen een grote rol bij het ontstaan van diabetes type 2. De onderzoekers hebben verder onderzocht hoe deze ontsteking precies werd tegengaan nadat ze de glycolipiden remden.

De onderzoeken zagen dat het buikvet bij patienten met Diabetes 2 ontstoken was. Ze veronderstelden dat wanneer vetcellen stierven, ze een auto-immuunreactie opriepen.

Normaal werkt immuniteit zo dat een aantal witte bloedcellen (lymfocyten) een eiwit herkennen als vreemd (antigen). Ze “eten”de eiwitten op en plakken de verteerde stukjes op hun celmembranen zodat ze door de andere cellen “herkend” worden. Het type lymfocyten die dit doen worden B-cellen genoemd, omdat ze volgroeien in het beenmerg.

T-lymfocyten (T omdat ze volgroeien in de thymus klier) komen in verschillende soorten. T-cellen zijn de eerste helpers, ze hechten zich aan de B-cel en helpen het om zichzelf te reproduceren, waarna ze oplosbare anti-lichamen produceren die zich aan antigenen “hechten”.

De antilichamen zweven rond in het bloed en hechten zich aan iedere soort antigen die ze leuk vinden. De antilichamen zijn een signaal voor andere type T-cellen, de cytotoxische cellen(de cel-vernietigers), ze doden de cel met het antilichaam erop.

Het hele immuniteit is een te complex verhaal om hier uit te leggen. Dit is een vereenvoudigde uitleg:

In een gezond lichaam markeren antilichamen alleen cellen die geinfecteerd zijn door virussen of tumorcellen, de gemarkeerde cellen worden dan vernietigd. Net zoals in een bos, waar sommige bomen een rood kruis krijgen om te worden gekapt. Alleen virussen en tumorcellen worden dan vernietigd. In een minder gezond lichaam, denkt het immuunsysteem dat bekende eiwitten antigenen zijn en vervolgens val het immuunsysteem de niet schadelijke eiwitten aan. Zo worden er dus normale gezonde cellen vernietigd. Dit is wat een auto-immuunziekte noemen.

Diabetes type 1, waar de betacellen van de alvleesklier worden vernietigd, is een auto-immuun ziekte. Een ander voorbeeld is Hashimoto’s waarbij de schildklier aangevallen wordt door het immuunsysteem.

Mensen die orgaan transplantatie moeten ondergaan krijgen medicijnen om hun immuunsysteem te onderdrukken zodat het nieuwe orgaan niet aangevallen wordt. Deze medicijnen heten immunosuppressiva.

In het eerste onderzoek zagen de onderzoekers dat muizen voor maanden lang een verandering hadden in hun T-cellen en de insulineresistentie verminderde.

In 2011 deden zij een tweede onderzoek bij gemuteerde muizen die geen B-cellen aan konden maken.  Deze muizen konden dus geen antilichamen aanmaken. Ze gaven hen een dieet wat diabetes veroorzaakt, maar de muizen kregen diabetes. Ze namen toen antilichamen uit het bloed van diabetische muizen en injecteerde de muizen die geen antilichamen hadden: toen kregen ook deze muizen diabetes.

Deze onderzoeken impliceren dat diabetes een auto-immuun ziekte is. Maar goed wij zijn mensen en de onderzoeken zijn uitgevoerd bij muizen.

Lees hier verder over het dieet wat je kunt volgen voor diabetes type-2.

Het verband tussen diabetes type 1, coeliakie en voeding

Diebetes is er in twee soorten diabetes type 1 en diabetes type 2. De snel groeiende diabetes type is type 2, deze ontstaat bij verkeerde voeding, veel suiker, bewerkte lege voeding en te weinig beweging. Type 2 is het type dat gerelateerd is aan obesitas, hoge bloeddruk en een hoog cholesterol. Die samen gezien worden als het metabolisch syndroom. Maar ook diabetes type 2 is net als diabetes type 2 een auto-immuunziekte, deze auto immuunziekte ontstaat door een verkeerde leefstijl. Lees er hier meer over. De behandeling van deze klachten en dus ook diabetes 2 hebben veel baat bij een eiwit- en groentenrijke voeding, het paleodieet wordt met succes toegepast bij vele patienten met diabetes type 2.

Diabetes type 1 is een heel ander probleem. Alhoewel je hier ook een dieet met volgen, is het deze diabetes geen gevolg van een verkeerde levensstijl. Bij type 1, is een aanval op de alvleesklier door het auto-immuunsysteem. Hierdoor kan er geen insuline geproduceerd worden. Insuline heb je nodig om koolhydraten en eiwitten te verteren. Mensen met diabetes type 1 moeten dan ook bij elke maaltijd insuline injecteren.

Samen met de arts moeten mensen met Diabetes 1 hun insulinegehalIte op peil houden, maar ook voor hen is het mogelijk om met het paleodieet vooruitgang te boeken.

Diabetes type 1 en koolhydraat arm dieet

Het advies voor Diabetes type 2 is het volgen van een low-carb dieet, ofwel een koolhydraatarm dieet. Voor Diabetes type 1 ligt deze manier van eten niet voor de hand. Ook al eet je heel weinig koolhydraten, je hebt nog steeds insuline nodig omdat je ook insuline nodig hebt om eiwitten af te breken. Een koolhydraatarm dieet zal de aanval van het auto-immuunsysteem op de alvleesklier niet kunnen voorkomen en er zal ook niet meer insuline aan gemaakt kunnen worden.

Een regulier dietiste zal een patient met Type 1 Diabetes een algemeen ‘gezond’ dieet voorschrijven waarbij veel koolhydraten gebruikt worden en weinig vet en supplementeren met genoeg insuline. Maar mensen met Diabetes type 1 zijn constant in gevecht met het tellen van de koolhydraten in verhouding met de insuline.

Het is waar dat je ook bij een koolhydraatarm dieet nog insuline moet toedienen. Maar het is wel uit onderzoeken gebleken dat het je kan helpen. Uit het onderzoek blijkt dat als je koolhydraatarm eet en je dus ook minder insuline hoeft toe te dienen, dit de glycemische controle kan verbeteren. Je dient het dieet dan wel voor langere tijd vol te houden. (1)

Als je minder bloedsuikerspiegel pieken hebt dan hoef je er ook minder rekening mee te houden. Bij een koolhydraat arm dieet is je bloedsuikerspiegel vrij constant en blijft het laag.  Bij een koolhydraat arm dieet als paleo moet je er wel op letten dat je geen tot weinig producten eet als cassave, zoete aardappel of aardappel.

Paleo en Diabetes Type 1 : Andere aspecten

Auto-immuniteit en Gluten

Een van de meest interessante aspecten van Diabetes type 1 is het verband Coeliakie, een glutenallergie. Coeliakie komt tussen de 5 en 10 keer meer voor bij mensen met Diabetes type 1 dan bij mensen zonder diabetes. De meeste Diabetes type 1 met Coeliakie krijgen geen symptomen die bij Coeliakie horen, terwijl de ziekten wel hun lichaam aantast. Osteoporose is bijvoorbeeld een belangrijk voorbeeld.
De behandeling bij Coeliakie is een glutenvrij dieet, dus zou iemand met Diabetes type 1 dan een verbetering zien bij hun diabetes symptomen als zij stoppen met het eten van gluten?

Dit onderzoek laat het bewijs zien voor het verband tussen Coeliakie en Diabetes type 1. Er zijn een handjevol onderzoeken en een paar grotere onderzoeken met verschillende resultaten- sommige geven een verbetering in het bloedsuiker beheersing met een glutenvrij dieet en bij andere onderzoeken ziet men het tegenovergestelde. Er is nog te weinig goed onderzoek naar gedaan om tot een goed eindoordeel te kunnen komen. Tot nu toe is het niet duidelijk of een paleodieet bijdraagt aan de gezondheid van mensen met Diabetes type 1.  Wat wel duidelijk is, is dat je veel minder schommelende bloedsuikerspiegels hebt en je minder insuline nodig hebt.

Autoimmuniteit en darmbacterien

Een ander interessant aspect is dat de darmbacterien een  rol spelen bij Diabetes type 1. De darmbacterien geven een antwoord op de prangende vraag bij diabetes type 1: als het niet door dieet en levensstijl ontstaat: waar komt het dan vandaan?

Het antwoord is:

Het is deels genetisch, maar genetici krijgen het plaatje niet rond.  En dan vooral niet de snel groeiend aantal mensen met Diabetes type 1.

De grote invloed van de darmbacterien op Diabetes type 1 zijn onderzocht:

  • De darmflora speelt een belangrijke rol bij het immuunsysteem. Zij zorgen voor de doorlaatbaarheid van de darmwand, deze is betrokken bij de ontwikkeling van verschillende auto-immuunziekten, waaronder Diabetes Type 1.
  • De darmflora kan aangetast worden door verschillende dingen: Antibiotica, zeker als deze vaker is toegepast, maar een te vroege introductie van koeienmelk en granen bij baby’s en dreumesen.
  • Mensen met Diabetes type 1 hebben een duidelijke andere darmflora dan gezonde mensen.

Er is helaas nog geen onderzoek gedaan naar  welke probiotica de darmflora van mensen met Diabetes type 1 kan verbeteren zodat de symptomen verminderen. Het is ook nog niet onderzocht wat dan een “gezond”voedingspatroon er uit ziet vanuit de diabetes visie.  Wat je altijd kunt doen is stappen ondernemen om je darmen gelukkig te maken.

Kortom

Een koolhydraat arm dieet is niet het wondermiddel voor de genezing van Diabetes type 1. Er is hiervoor nog geen medisch advies om Diabetes type 1 met voeding te genezen of te voorkomen. De informatie die ik nu beschrijf kun je met je arts bespreken, of niet. Wat wel zeker is, is dat een koolhydraat arm dieet niet schadelijk is voor Diabetes type 1 zolang de insuline dosis goed afgesteld wordt. En je kunt natuurlijk proberen glutenvrij te eten en een gezond voedingspatroon in te voeren die goed is voor de darmflora. Hopelijk zal er, met de groeiende belangstelling voor de darmbacterien van de laatste jaren, meer  onderzoek worden gedaan waarbij er wellicht specifieke voedingsmiddelen ontdekt worden die kunnen helpen bij Diabetes type 1.

Let op: Heb je naast diabetes 1 nog andere ziekten die met auto-immuunsysteem te maken hebben, zoals astma, reuma, eczeem of histamine-intolerantie, dan is de kans groot dat je met herstellen van je darmen met een koolhydraat arm dieet en de juiste probiotica een stuk opknapt, ook al is je diabetes met grote waarschijnlijkheid wel een blijvende ziekte.

Bron