Tag: biogene aminen

Serotoninesyndroom en (voedsel)verslavingen

Serotonine is voornamelijk bekend als de neurotransmitter waar een tekort aan is bij depressie, maar teveel aan serotonine geeft een reeks klachten die veel ernstiger kunnen zijn. Sterker nog de lijst van klachten is enorm lang! Dit is bekend als het serotonine-syndroom.

De ernst van de klachten is afhankelijk  of je een klein teveel hebt of een groot teveel aan sertonine. Bij een groot opstapeling van serotonine kunnen de klachten zo ernstig zijn dat je in een coma raakt en patienten op de Intensive Care kunnen belanden. Dit is dan meestal het gevolg van een te grote inname van serotonine medicatie in combinatie met bijvoorbeeld drugs, st.janskruid en/of voeding die serotonine verhoogd. Daarom is het altijd belangrijk om mensen te monitoren die anti-depressiva gebruiken.

De symptomen van een serotoninesyndroom:

  • onrustig gevoel
  • slaapstoornissen
  • beven
  • koude rillingen
  • hyperactiviteit
  • agitatie
  • hoge bloeddruk
  • waarnemings- en denkstoornissen
  • geheugenstoornis
  • semi coma
  • transpiratie
  • koorts
  • verwardheid
  • spierspanning of -trekking
  • diarree
  • roodheid
  • coördinatiestoornissen
  • snelle hartslag
  • griepachtig gevoel
  • spierpijnen
  • vermoeidheid
  • eetstoornissen
  • overgewicht
  • agressief gedrag
  • verslavingen
  • depressie
  • angsten
  • carcinoïd syndroom (zie artikel in het blad De natuur uw arts nr. 201 en op
    www.levendvoedsel.nl)
  • bloedvatvernauwing
  • flush ofwel blozen
  • verlegenheid
  • migraine
  • oversekst gedrag
  • spastische darm
  • ontstekingen
  • dwangmatig gedrag
  • schommelende bloedsuikerspiegel
  • stress
  • hoog gevoeligheid
  • gevoelig voor licht
  • spanningen
  • geluiden
  • aanrakingen
  • schrikachtig gedrag
  • fobieën zoals straat- of hoogtevrees
  • oedeem ofwel vasthouden van vocht
  • wisselende stemmingen
  • heftige emoties
  • vaak huilen
  • gevoelens van eenzaamheid
  • heimwee of gemis
  • hormonale stoornissen
  • snelle werking van de schildklier met als gevolg een snelle stofwisseling waardoor magerte kan ontstaan
  • snel en vaak verliefd raken
  • te euforisch gevoel ondanks het zich niet goed voelen
  • moeilijk bij emoties kunnen komen en daardoor deze niet verwerken
  • zonnebrand
  • obsessief gedrag
  • zich elektrisch geladen voelen
  • spierdystrofie
  • hersenbeschadiging door ontsteking aan het hersenslijmvlies
  • beschadiging hartkleppen
  • nierbeschadiging
  • overmatig zweten

Medicatie als  MAO-remmers (Mono-Amino-Oxidase) en SSRI’s (Selective Serotonin Re-uptake Inhibitors) kunnen dus voor een te hoog serotoninegehalte zorgen, maar uit de praktijk blijkt dat mensen met een erfelijk bepaalde overgevoeligheid voor biogene aminen vaak gevoelig zijn voor verslavingen, waaronder ook voedselverslaving. Dit wordt veroorzaakt door een verhoogd histamine- en een verlaagd serotoninegehalte.

Onbewust en onwetend zoeken zij, vaak al beginnend in de puberteit, juist naar die middelen die serotonine aanmaken zoals:

  • medicijnen
  • supplementen
  • suiker
  • complexe koolhydraten
  • serotoninerijke voeding
  • drugs
  • tabak en alcohol

Hiermee wordt het tekort aan serotonine aangevuld.

Ken je het gevoel dat je je onrustig voelt en je iets zoet wil eten. Of wat mensen vaak zeggen: ik zou echt niet zonder brood kunnen, of zonder suiker. Je weet niet waarom maar iedere keer als je vol goede moed aan een dieet begint, eindigt je dag toch weer met een koekje of een paar boterhammen, of je neemt toch weer een joint of een biertje. Je vraagt je af? Waarom kan ik het niet volhouden, waarom wordt ik zo chagerijnig als ik een dieet volg? Ook met een lowcarbdieet waarbij je onbeperkt mag eten van bepaalde voedingsmiddelen en je dus geen honger hoeft te hebben, sta je toch weer voor de voorraadkast.

Dit kan twee dingen betekenen:

  • dat je een tekort hebt aan voedingsstoffen en je lichaam blijft vragen naar gezonde voeding omdat je of niet genoeg gezonde producten eet, of omdat je lichaam de voedingsstoffen niet op kan nemen
  • dat je een serotonine-tekort hebt en je een onrust voelt waarvan je weet dat je die kunt stillen met voeding, drugs of alcohol. Heb je eenmaal iets genomen, ook al is het maar een boterham, dan voel je je daarna weer rustig en voldaan.
  • of allebei

Mensen met een tekort aan serotonine zijn extra gevoelig voor graan- en suikerverslaving, maar ook andere verslavingen. Door een verhoogd gebruik van genoemde middelen kan het serotoninesyndroom ontstaan.

  1. Om problemen te voorkomen is het verstandig om het serotonine- en histaminegehalte te laten bepalen en intolerantie voor biogene aminen op te sporen, bijvoorbeeld met behulp van bioresonantie.
  2. Daarna is het van essentieel belang om, met hulp van een voedingstherapeute, het voedingspatroon aan te passen en te kiezen voor een natuurlijke en gezonde leefstijl, zonder al die stimulerende middelen en voeding. Met een zogenaamd eliminatiedieet kan zeer veel bereikt worden.
  3. Verder is het heel belangrijk om een goed evenwicht te creëren tussen verstand en gevoel en emoties goed te verwerken, anders zetten deze zich om in stress in het lichaam. Stress heeft invloed op het vrijmaken van biogene aminen, zoals histamine en serotonine. Hierdoor wordt meer adrenaline geproduceerd, waardoor er stress en een vecht- of vluchtgedrag ontstaat. Stress en een teveel aan adrenaline putten het lichaam uit, met als gevolg chronische vermoeidheid.

Hoe ontstaat een serotonine tekort?

De oorsprong van een tekort aan serotonine ligt vaak al bij een erfelijke aanleg en een intolerantie voor de biogene aminen. Door invloed van individuele leef- en eetgewoonten
kan het serotonine- en histaminegehalte steeds veranderen.

Verkeerde voeding en leefstijl kunnen voor een tekort aan serotonine zorgen. Je hebt voldoende eiwitten nodig om serotonine aan te kunnen maken. Het proces loopt als volgt:

  1. Uit de voeding worden eiwitten gehaald.
  2. Eiwitten worden afgebroken tot aminozuren
  3. 5-HTP wordt uit het aminozuur tryptofaan gemaakt
  4. 5-HTP wordt in de hersenen én in de lever omgezet in serotonine

In dit proces kan het op verschillende stadia fout gaan:

  • In de maag waar de eiwitten met behulp van enzymen worden afgebroken tot aminozuren. Deze enzymen worden aangeleverd door de alvleesklier en de dunne darm.
  • De opname van de aminozuren in het bloed, dit gebeurt door de wand van de dunne darm. Is deze beschadigd dan worden voedingsstoffen niet goed opgenomen.
  • In de omzetting van tryptofaan naar 5-HTP, zowel in de lever als in de hersenen
  • In de omzetting van 5-HTP naar serotonine

Hoe ontstaat het serotoninesyndroom?

Mogelijke veroorzakers of uitlokkers
De volgende middelen verhogen het serotoninegehalte:

  • bepaalde antidepressiva waaronder clomipramine ofwel Anafranil
  • tranquillizers zoals Rohypnol en Lexatonil
  • medicijnen zoals tramadol, morfine
  • L-tryptofaan
  • lithium
  • cocaïne
  • sint-janskruid
  • voeding rijk aan biogene aminen waartoe serotonine en histamine behoren
  • biogene aminen-liberators
  • tabak.
  • alcohol remt ook het enzym mono-amino-oxidase (MAO), waardoor een slechte
    detoxificatie van de biogene aminen ontstaat. Hierdoor blijven te veel gifstoffen achter in
    het lichaam.

Conclusie:

Een tekort aan serotonine is niet goed en een teveel ook niet. Balans is zoals altijd het sleutelwoord. Het is moeilijk om precies de oorzaak te achterhalen van een tekort aan serotonine omdat het er in verschillende stadia iets fout kan gaan. Veel mensen hebben een tekort door een verkeerde voeding en leefstijl, serotonine is voor meer dan 90% actief in de het maag-darmkanaal en het bloed en maar 2% in de hersenen. Belangrijk is dus het maag-darmkanaal te herstellen en het bloed te zuiveren. De lever speelt hierbij ook een belangrijk rol.

Een voorbeeld van een voedingspatroon met een tekort aan serotonine:

Hoge suiker consumptie, bewerkte voeding, te weinig groenten, te weinig eiwitten, tekort aan: B1, B3, B6, foliumzuur en magnesium.

Factoren: Stress

Een voorbeeld van een voedingspatroon met een teveel aan serotonine:

Een dieet rijk aan: Sojaproducten, Kip, Amandelen, Pinda’s, Zonnebloempitten, Bananen, Pompoenpitten, Zilvervliesrijst.

Verhouding eiwitten-koolhydraten-groenten uit balans.

Factoren: Oestrogeendominantie

 

Bronnen:

  • Didy www.levendvoedsel.nl
  • Erik Mulder : hyperserotonemie en autisme http:www.pdd-nos.nl/columns/2006col/col_dec_06.html
  • Huibers, Jaap: Voedsel, oorzaak van lichamelijke en psychische ontregeling. Over biogene
    aminen in ons dagelijks voedsel, Ankertjesserie nr. 129 (helaas niet meer verkrijgbaar in de
    boekhandel)
  • Pfeiffer, Carl. C.: Nutrition and mental illness, vertaling: Voeding en psyche (alleen Engelse
    versie verkrijgbaar in de boekhandel)
  • Smith, T.A.: Food Chemistry, 6, 169-200, Amines in food, 1981
  • https://www.henw.org/archief/volledig/id425-serotonine-anders-bekeken.html
  • http://www.orthokennis.nl/nutrienten/5-HTP

Biogene aminen

Biogene aminen zijn stoffen die door de cellen van levende organismen aangemaakt worden. Biogene aminen zijn verbindingen in de voeding die bij mensen o.a. overgevoeligheidsreacties teweeg kunnen brengen, maar ook ons gedrag beïnvloeden. De klachten lijken op voedselallergieën, maar zijn dit niet. Bij biogene aminen speelt het immuunsysteem namelijk geen rol. Het zijn stikstofverbindingen die in de omzetting door micro-organismen in planten, dieren en mensen gevormd worden.

Sommige biogene aminen hebben functies die vergelijkbaar zijn met die van hormonen, anderen spelen een rol bij het functioneren van het zenuwstelsel, de darmmotoriek, het reguleren van de lichaamstemperatuur, het slaap­ritme en de activiteit van de hersenen.

Belangrijke biogene aminen zijn: adrenali­ne, dopamine, fenylethylamine, histamine, noradrena­line, putrescine, serotonine, tryptamine en tyramine.

Biogene aminen komen in veel voedingsmiddelen voor en worden gedurende de verwerking, de rijping (gis­ting, fermentatie) en de opslag (bederf) gevormd. Als het voedingsmiddel veel eiwitten bevat, zoals vis, kunnen er grote hoeveelheden biogene aminen worden gevormd.
Biogene aminen in voedingsmiddelen vormen normaal gesproken geen risico voor de mens, omdat het lichaam deze verbindingen zelf kan aanmaken en afbreken en zodoende kan compenseren voor van buitenaf aange­voerde biogene aminen. Bij de opname van grotere hoeveelheden of bij overgevoeligheid is dit mechanisme verstoord waardoor dan klachten kunnen ontstaan.

De klachten die kunnen ontstaan worden in de medische wereld pseudo-allergieën of PAR’s genoemd. Bij de pseudo-allergieën treedt een overgevoeligheidsreactie op voor biogene aminen, bijvoorbeeld voor histamine uit bepaalde voedingsmiddelen. Het lichaam raakt door de opname van deze verbindingen uit balans, waardoor het juist nog meer histamine gaat (vrij)maken. Hierdoor kunnen de klachten optreden zoals migraine, netelroos, astma of vochtophoping.
Histamine-voorraden liggen in het lichaam opgeslagen in de mestcellen. Bij bepaalde mensen met een erfelijke aanleg voor een allergie zijn deze mestcellen veel minder stabiel dan normaal, waardoor ze te snel histamine vrijmaken. Dit kan bijvoorbeeld al gebeuren door koude of warmte.

VRAAG EEN CONSULT AAN

De instabiliteit van de mestcellen wordt door zg. histamine-liberatoren beïnvloed. Deze verbindingen zitten vaak gewoon in onze voeding.
Enzymen zorgen in het lichaam voor de afbraak van biogene aminen. Grote hoeveelheden biogene aminen kunnen deze enzymen echter niet aan, omdat ze vrijwel con­stant door bv. alcohol en nicotine, maar ook de aanwezigheid van biogene aminen zelf en medicijnen in hun werking geremd worden.

Klachten ontstaan wanneer het gehalte aan biogene aminen te hoog wordt. Ook is duidelijk dat drinken en roken de klachten doen toenemen, omdat dit de enzymen remt die de biogene aminen afbreken. Ook bepaalde medicijnen remmen de afbraak van bio­gene aminen doordat zij de werking van de enzymen mono- en diamine-oxadase volledig remmen. Daardoor worden de aminen in het maag-darmkanaal niet afgebroken met als gevolg dat ze in het lichaam terechtkomen. Ook in het lichaam worden ze nauwelijks afgebroken waardoor ze zich ophopen en klachten veroorzaken. De opname uit de voeding hoeft dan maar gering te zijn om klachten te veroorzaken.

Bij sommige mensen komt het voor dat genoemde enzymen door een genetisch defect ontbreken in het maag-darmkanaal of nauwelijks werkzaam zijn. Deze mensen kunnen maar weinig biogene aminen verdra­gen.

Biogene aminen in voeding

  • Adrenaline: druiven en ananas
  • Dopamine: bananen (8 mg/kg), avocado’s (4-5 mg/kg), druiven en ananas (1-2 mg/kg)
  • Fenylethylamine: cacao, chocolade, bepaalde kaas­soorten, worstsoorten, kip, vis, (bittere) amandelen en amandelolie
  • Histamine: alcoholhoudende dranken, bonbons e.d, ananas, aardbeien, kippe-eiwit, granen, tomaten, papaya, varkensvlees, vis, schaaldieren, kreeft, krab, noten, amandelen, pinda’s.
    Kruiden: basilicum, cayennepeper, dragon, eucalyptusolie, galanga (laos), gember, kaneel, foelie, kerrie, koriander, kruidnagelen (speculaas-, koek- en worstkruiden), lavas, majoraan, nootmuskaat, pa­prika, peterselie, sassefras (kauwgom, tandpasta, thee), selderij, knolselderij, tijm, venkel. Hulpstoffenadditieven zoals benzoëzuur:
    Verontreinigingen/contaminanten zoals nitraat.
  • Noradrenaline: bananen (2 mg/kg), druiven, ananas (1-2 mg/kg), sinaasappels en rode pruimen.

  • Putrescine: komkommer, courgette en augurk.

  • Serotonine: Ananas, walnoten en bananen.

  • Tryptamine:(oude) kaas en vleeswaren.

  • Tyramine komt vooral voor in oude kaas, vleeswaren, vis en groente.

Denk je dat je last hebt van biogene aminen? Neem dan eens een kijkje op de zuster website Histamine-Intolerantie.nl voor meer informatie of boek een consult.

 

SCHRIJF JE IN VOOR DE NIEUWSBRIEF

Bron

Geneesmiddelen nadelig voor je darmflora

Je kunt deze blog ook afluisteren. Handig voor blinden en slechtzienden, of als je geen zin hebt om te lezen.

Als je last hebt van darmklachten en je je best doet om je voeding aan te passen, je slikt probiotica, eet geen gluten, geen lactose, etc.  maar je nog steeds klachten hebt, kan het zijn dat de darmflora zich niet kan herstellen doordat je bepaalde medicijnen slikt.

Er zijn veel medicijnen die de darmflora aantasten. Deze medicijnen veroorzaken een reactie in het traject van de stofwisseling van de geneesmiddelen, hierdoor ontstaan superoxideradicalen. Het gaat dan om bepaalde soorten antibiotica (zoals chloramphenicol of nitrofurantoïne) en cytostatica (chemotherapie), maar ook bij het innemen van oestrogenen (de anticonceptiepil), anthrachinone-houdende laxeermiddelen, paracetamol en catecholamines zoals levodopa (voor ziekte van Parkinson).

Slik je de anticonceptiepil of neem je regelmatig een paracetamolletje? Ze lijken zo onschuldig maar ze een oorzaak zijn van het niet herstellen van de darmflora. De medicijnen verzwakken de darmflora waardoor de ziekmakende kiemen vrij spel hebben en zich kunnen vermeerderen. Hierdoor kan je immuunsysteem overbelast raken.

Het beschermende IgA, dat als beschermend schild binnenin het darmslijmvlies fungeert, wordt niet meer voldoende geproduceerd en daardoor wordt het binnendringen van bacteriën en antigenen vergemakkelijkt.

De ziekmakende micro-organismen in de darmen vormen giftige stoffen zoals ammoniak en acetaldehyde, deze tasten de hersenstofwisseling aan waardoor je moe wordt en je lichaam over het algemeen minder presteert. De giftige stoffen belasten de stofwisseling, vooral de lever waardoor er migraine, allergieen, hormonale verstoringen, degeneratieve ziekten(waaronder steeds meer auto-immuunziekten) ontstaan en dat allemaal als gevolg van een verstoorde darmflora.

Door gasvorming, rottingsdysbiose en het symptoomcomplex van Roemheld zijn de verschijnselen die vaak voorkomen bij de verstoorde darmflora. (Bij het symptoomcomplex van Roemheld is er vaak een stoornis in de bloedvoorziening van het hart doordat het middenrib omhoog staat als gevolg van een opgezette maag.

 

Minder afbraak van histamine

Een verstoorde darmfora veroorzaakt door het gebruik van bepaalde medicijnen geeft grotere kans op pseudo allergische reacties door verminderde afbraak van biogene aminen. Dit kan o.a. veroorzaakt worden door slijmvliesschade door vrije radicalen. Maar ook omdat bepaalde enzymen in de darm (zoals MAO en DAO) minder stoffen zoals biogene aminen afbreken. Daarnaast kan de lever door medicinale overbelasting minder (via o.a. methylering) biogene aminen afvoeren.

Biogene aminen zijn stoffen die gemaakt worden uit aminozuren, de bouwstenen van de eiwitten. De bekendste is histamine, dat het lichaam zelf maakt en een belangrijke rol speelt bij allergische reacties. Ze komen voor in nature in producten, waarin eiwitafbraak heeft plaatsgevonden. Vis en vis uit blik zijn hiervan bekende voorbeelden. Sommige mensen hebben een overgevoeligheid voor biogene amines in voedsel, die zich uit in op allergie lijkende reacties.

Belangrijke biogene amines in voedsel zijn histamine, tryptamine, cadaverine, putrescine, spermine en spermidine. Ze zijn betrokken bij allerlei processen in het lichaam, zoals de spijsvertering, de bloedsomloop en de ademhaling. Bij overgevoeligheid voor biogene aminen functioneert het afbraaksysteem in de darmen onvoldoende en ontstaan er klachten.

 

Pseudo- allergische reacties (PAR’s)

Men spreekt van een pseudo-allergie wanneer een stof van buiten het lichaam (bijvoorbeeld een geneesmiddel of voedingsmiddel) zonder tussenkomst van het afweersysteem dezelfde klachten kan veroorzaken als bij een echte allergie. De wijze van contact kan zijn via orale inname, via bloed of door inademen.

De verschijnselen bij een pseudo-allergische reactie lijken op die van echte allergische reactie. De hieronder genoemde verschijnselen kunnen, maar hoeven niet allemaal op te treden. Daarnaast bestaan er gradaties van milde tot ernstige symptomen.

Algemene symptomen: algemene malaise, griepachtige verschijnselen met koorts en lymfeklierzwelling.

Huid: jeukende huiduitslag en galbulten, soms gepaard met uitgebreidere zwellingen, zogenaamde angio-oedeem. Bij een contactallergische reactie ontstaat er gemiddeld 2 tot 3 dagen na contact op de contactplaatsen een eczeemreactie welke zich uit als jeuk, roodheid, schilfering, zwelling, bultjes en blaasjes.

Luchtwegen: rode, tranende, jeukende en opgezette ogen, jeuk in de neus, een loopneus, verstopte neus en veel niezen, benauwdheid, piepende ademhaling, hoesten, druk op de borst.

Hart- en bloedvaten: duizeligheid, neiging tot flauwvallen, bloeddrukdaling of bloeddrukverhoging

Mond, maag en darmen: jeuk aan lippen, mond- en keelholte, soms gepaard gaande met zwelling, opgezette keel, gevoel van benauwdheid en soms jeuk in de oren. Soms ook buikpijn, diarree, urticaria over het gehele lichaam, buikkrampen, misselijkheid, braken.

Mestcellen

Sommige stoffen van buiten het lichaam, een geneesmiddel of voedingsmiddel, kunnen een directe invloed hebben op de “mestcel”. Mestcellen bevatten stoffen (onder de microscoop te zien als “korrels”) die na vrijlating uit de cel aanleiding geven tot allergische klachten, zoals galbulten, niezen, kortademigheid etc.). Eén van deze stoffen is histamine. Bij een echte allergie wordt komt dit proces van vrijlating (medische term “degranulatie”) pas tot stand na binding van allergeen specifieke IgE antistoffen aan de mestcel. Bij een pseudo-allergie gebeurt deze vrijlating dus direct.

Omdat een pseudoallergische reactie niet van een echte allergische reactie is te onderscheiden wordt vaak wel een standaard allergologisch onderzoek uitgevoerd. Men kan alleen van een pseudo-allergie spreken wanneer de allergietesten geen echte allergie hebben aangetoond.

Darmonderzoek

Bij medicatie gebruik moet men dus extra bedacht zijn op een nadelige beïnvloeding op de darmflora. Dit kan buikklachten en voedingsreacties geven. In Duitsland, België en nu ook steeds meer in Nederland doet men specifieke ontlastingonderzoeken om meer inzicht te krijgen wat de gevolgen van medicatie kunnen zijn op het darm ecomilieu en de darmimmuniteit. Met gerichte darmtherapie en voedingsinterventies kan men proberen de schade te beperken of herstellen die veel medicatie aanricht in het hele maag-darmkanaal. Je kunt bij mij een  ontlastingonderzoeken laten doen in gespecialiseerde laboratoria en waarna we een aangepast voedingsplan opstellen om de darm te herstellen.

Bron