DDP IV enzymen en exorfinenbelasting

afbeeldingsbron: https://www.sohf.nl/nieuws/het-nut-van-enzym-suppletie-door-wetenschap-onderbouwd

Heb je last van depressie, angst, stress, overgewicht of diabetes type 1 of 2? En heb je toevallig ook concentratieproblemen, ADHD/ADD? Ben je gek op brood en zuivel? Of eet/drink je veel soja en spinazie?

Laten we dan een kijkje nemen in de darmen. We kijken deze keer niet naar de samenstelling van darmbacterien of een lekke darm, maar naar morfine achtige stoffen die in voeding voorkomt: exorfinen.

Als al eens een lowcarb of paleodieet hebt gevolgd en je bent er in het begin flink chagerijnig van geworden, je partner klaagt dat dit dieet je niet leuker maakt, dan weet je: Je bent aan het afkicken van exorfinen. Deze morfine-achtige stoffen geven je even een goed gevoel. Sommige mensen zijn er aan verslaafd zonder dat ze het weten.  Je hebt bijvoorbeeld een dip: neemt iets met tarwe (koekje, brood, etc) en je voelt je weer even beter.

Exorfinen zitten in gluten, caseine, soja en spinazie en in sommige schimmels. Normaal gesproken worden ze in de darmenafgebroken door het DPP-IV enzym. Maar er zijn mensen waarbij dit enzym onvoldoende werkt.  Als exorfinen niet goed afgebroken worden wordt de endorfine receptoren overmatig geactiveerd, die op hun beurt dopamine stimuleert. Hierdoor voel je je lekker. Je zou denken, niets aan de hand toch?

Maar door een langdurige overmatige stimulatie wordt endorfine, dopamine, insuline en cortisol ongevoelig. Hierdoor kun je diabetes type 1 en 2, overgewicht, stress-stoornissen en bijvoorbeeld depressie en angststoornissen, restless legs ontwikkelen.

Afspraak maken

DDP-IV enzym

Men weet pas sinds 2011 dat het DPP-IV enzym de hoeveelheid endorfine in de hersenen reguleert. Deze ontdekking is een mijlpaal in de geneeskunde, aangezien endorfine (samen met insuline) de belangrijkste dopamine stimulator is in het beloningssysteem van de hersenen. Daarmee neemt het enzym een centrale plaats in het ontstaan van psychische stoornissen.

Smaakversterkers blokkeren het DPP-IV enzym erg snel . Ook vernielen ze de  endorfine-receptoren waardoor de endorfine aanmaak met 70% daalt zodat er minder dopamine vrijkomt.

Het DPP-IV enzym beschermt de endorfine receptoren tegen overbelasting door opioïden, met in het bijzonder de exorfinen uit voeding.

Diabetes en bijnieruitputting

Exorfinen zorgen in de eerste fase voor een forse toename van endorfine, dopamine, insuline en cortisol in de cellen en neuronen. Endorfine en dopamine is fijn maar een teveel aan insuline kan je insulineresistent maken en uiteindelijk zorgen voor diabetes en bij een constante overflow van cortisol voel je je vaak onrustig, gehaast, in paniek of angstig. Tot uiteindelijke de bijnier uitgeput is en geen cortisol meer kan aanmaken en je bijnieruitputting hebt.

Depressie

Volgens diverse onderzoeken hebben mensen met een depressie een verlaagde DPP-IV activiteit. Bij deze mensen stapelen de exorfinen zich op in de hersenen, waar ze de serotonine receptoren blokkeren.
Antidepressiva zijn actief op de serotonine receptoren. Dit zou kunnen verklaren waarom antidepressiva (volgens een meta-studie uitgevoerd door het FDA in 2008) over het algemeen niet beter werken dan een placebo. Antidepressiva blokkeren de werking van dopamine.

ADD/ADHD

De combinatie antidepressiva en methylfenidaat die zo vaak aan mensen met ADD/ADHD wordt gegeven is dan ook contraproductief.
De meeste antidepressiva worden geactiveerd via de endorfine receptoren . Dit verklaart waarom mensen met endorfine probleem niet geholpen kunnen worden door antidepressiva. Uit een meta-studie van het FDA blijkt dat antidepressiva niet beter werken dan een placebo.

Exorfinentest

Wat is het DPP-IV enzym?

Het DPP-IV enzym is een multifunctionele enzymen en heeft meer dan 70 functies. Het is onder meer betrokken bij de afbraak van exorfinen, dit zijn morfineachtige eiwitten uit gluten, caseïne, soja, spinazie en micro-organismen. En het is belangrijk voor het immuunsysteem.

Het DPP-IV enzym bevindt zich in de dunne slijmlaag van de darmen. Daar verhindert het de opname van exorfinen in de bloedbaan en beschermt het de endorfine receptoren. Het endorfinesyteem heeft in de darm een ontstekingsremmende  werking. Het DPP-IV enzym helpt de microvilli mee in stand houden en is daarmee is van de belangrijkste enzymen om lekkende darm te voorkomen en te behandelen.

Onderzoek wijst uit dat bij een tekort aan DPP-IV enzym werking (bv. onder invloed van gluten) de microvilli verkleinen en lekkende darm in de hand werkt. Galactose, een genetische DPP-IV enzym stimulator doet de groei van microvilli toenemen.

Immuunsysteem

De immunologische functie van het DPP-IV enzym wordt afzonderlijk aangeduid met de term CD26 enzym. Een tekort aan  CD26 activiteit is betrokken bij diverse immuun-aandoeningen en kanker. Vitamine A is een van de genetische stimulators van het CD26 enzym.

CD26 activeert de lymfocyten die prolifereren in T-cellenB-cellenNK-cellen. Deze cellen en hun bijproducten (antistoffen) spelen een centrale rol in het adaptieve of verworven immuunsysteem. Dit is het aanpassingsimmuunsysteem tegen ziekteverwerkers zoals pathogenen en eiwitten die antistof-reacties kunnen teweegbrengen (bv. de IgG en de IgE antistoffen door voeding).

Verstoringen in de werking van CD26 zijn betrokken bij diverse (auto) immuunaandoeningen. Voorbeelden zijn allergieën, astma, CVS, kanker, fibromyalgie, reumatoïde arthritis, lupus, depressie en autisme .

CD26 bindt zich op dezelfde receptoren van de lymfocyten waar zich ook exorfinenorganofosfatenstreptokinase en thiomersal binden. Dit laatste is een kwik bevattende stof die aan vaccins wordt toegediend. Volgens Vodjani ligt het vaccineren met thiomersal mee aan de oorzaak van de toename van autisme, ADD en ADHD. Deze co-receptoren worden ook bezet door stoffen die een rol spelen bij kanker, AIDS, reumatoïde artritis, lupus, multiple sclerose en andere (auto) immuunziekten.

Defecten in de werking van het CD26 enzym zou ook betrokken zijn bij de vorming van myelomonocyten. Deze cellen spelen een rol bij het ontstaan van acute en chronische myeloïde leukemie.

Het CD26 enzym heeft een sterke antivirale werking. Zo is bekend dat vrouwen met een sterke CD26 werking geen HIV-1infectie ontwikkelen na geslachtsgemeenschap met een seropositieve man.  Volgens diverse wetenschappers wordt de AIDS-epidemie mogelijk gemaakt door een verminderde functie van het DPP-IV/CD26 enzym.

Een verstoring in de werking van het CD26 enzym is betrokken bij de meeste (auto) immuunziekten . Dit doet de vraag rijzen of wel een goed idee is om medicinale DPP-IV/CD26 remmers in te zetten voor de behandeling van diabetes. Zeker nadat bekend werd dat deze geneesmiddelen de kans op kanker doen toenemen.

Er zijn onderzoeken waarbij de DPP-IV en CD26 enzym functie (in bepaalde omstandigheden) onafhankelijk van elkaar blijken te werken. Dit betekent dat iemand geen immuniteitsproblemen kan ondervinden (CD26), maar wel andere complicaties ten gevolge van een deficiënte DPP-IV enzym werking. De enige bedenking is dat dit onderzoek is gesponsord door fabrikanten van DPP-IV enzym remmers.

 

Allergien

Als het  DPP-IV enzym niet goed werkt zorgt dit voor een toename van de eosinofiele granulocyten. Deze witte bloedcellen zijn betrokken bij de pathogenese van allergische reacties, zoals allergisch astma, rinitis en dermatitis. Toename van de eosinofiele granulocyten veroorzaken een systemische respons. Bij deze respons komen ontstekingsmediatoren   (IL-1, IL-6 en TNF-alpha) in de bloedbaan terecht die een allergische reactie opgang brengen.

Het DPP-IV enzym is een essentieel enzym voor de antigeen presentatie. Het DPP-IV enzym promoot een normale cellulaire immuun-respons en is belangrijk voor de vorming van signaalstoffen die betrokken zijn bij inflammatie en andere immunologische reacties. Uit onderzoek blijkt dat de afbraalk van TNF-alfa (tumor necrosis factor alpha) gebeurt door DPP-IVTNF-alfa is een signaalstof dat ontsteking stimuleert en betrokken is bij auto-immuunziekten en kanker. Een verminderde werking van DPP-IV heeft overproductie van TNF-alfa tot gevolg. Dit wordt in verband gebracht met een aantal immuunziekten, zoals autisme, kanker, darmontstekingen en reumatoïde artritis.

In een onderzoek van 2007 werd een verband aangetoond tussen het DPP-IV enzym en allergieën. Moeders met tijdens de borstvoeding lage DPP-IV waarden, hadden beduidend meer kans op een kind met dermatitis en allergieën.

Een deficiënte DPP-IV werking zorgt voor een toename van de eosinofiele granulocyten. Deze witte bloedcellen zijn betrokken bij de pathogenese van allergische reacties, zoals allergisch astma, rinitis en dermatitis. Toename van de eosinofiele granulocyten veroorzaken een systemische respons. Bij deze respons komen ontstekingsmediatoren (IL-1, IL-6 en TNF-alpha) in de bloedbaan terecht die een allergische reactie opgang brengen.

Het DPP-IV enzym is een essentieel enzym voor de antigeen presentatie. Het DPP-IV enzympromoot een normale cellulaire immuun-respons en is belangrijk voor de vorming van signaalstoffen die betrokken zijn bij inflammatie en andere immunologische reacties. Uit onderzoek blijkt dat de afbraalk van TNF-alfa (tumor necrosis factor alpha) gebeurt door DPP-IVTNF-alfa is een signaalstof dat inflammatie stimuleert en betrokken is bij auto-immuunziekten en kanker.. Een verminderde werking van DPP-IVheeft overproductie van TNF-alfa tot gevolg. Dit wordt in verband gebracht met een aantal immuunziekten, zoals autisme, kanker, darmontstekingen en reumatoïde artritis.

In een onderzoek van 2007 werd een verband aangetoond tussen het DPP-IV enzym en allergieën. Moeders met tijdens de borstvoeding lage DPP-IV waarden, hadden beduidend meer kans op een kind met dermatitis en allergieën R.

DPP-IV enzym remmende factoren

De werking van het DPP-IV enzym kan worden geremd door verschillende natuurlijke en chemische stoffen. Sommige van deze stoffen zoals kwik (amalgaamvullingen) kunnen de werking van het enzym jarenlang afremmen. Koemelk (en andere niet-humane melk) is niet geschikt voor de mens.

  • Niet-humane melk (bv. koemelk) bevat casomorphin-5, een exorfine uit caseïne. De afbraakproducten van casomorphin-5 blokkeren de werking van het DPP-IV enzym. Indien niet-humane melk geschikt was voor de mens, zou het nooit een enzym remmen dat meer dan 70 functies heeft. (humane melk bevat geen casomorphin-5). Bovendien is casomorphin-5 in de hersenen zowat tien maal sterker dan morfine R. Met andere woorden niet-humane melk heeft een verdovend effect dat haaks staat op het overlevingsinstinct van de oermens (jagers moeten alert zijn).

Een overzicht van de DPP-IV remmende factoren:

  • Calcium suppletie: het nemen van DPP-IV producten mag liefst niet gecombineerd worden met de extra inname van calcium.
  • Organofosfaten (insecticidenherbiciden en pesticiden)
  • Kwikverbindingen: (amalgaam, vaccins en vis)
  • Vaccins tegen baarmoederhals kanker 
  • Ezetimibe: (cholesterolverlager)
  • Statines: (cholesterolverlagers)
  • Chlorambucil (chemotherapie)
  • DPP-IV remmers: (diabetes) DPP-IV remmers verhogen de kans op psychose en andere dopamine verstoringen (bv. verslaving en gewelddadig gedrag)
  • Glucocorticoïden: (voornamelijk cortisol)
  • Superoxide: zie punt dementie en de ziekte van Parkinson
  • Cationische peptidenCaseïneexorfinen; de afbraakproducten van BCM-5 – een caseïneexorfine –  remmen de werking van het DPP-IV enzym. Met andere woorden niet-humane melk-exorfinen schakelen de werking van het DPP-IV enzym uit.
  • Dynorphin: een opioïde die de KOR receptoren van het endorfinesysteem activeert. De KOR receptoren werken als een remmer van de andere twee receptoren van het endorfinesysteem (MOR en DOR). Dynorphin wordt actief door opiaten (bv.exorfinen), het gebruik van dopamine stimulerende geneesmiddelen   (bv.Ritalin®/Rilatine®, dextro-amfetamine, Levodopa®), antipsychotica, chronische stress, roken, alcohol, bijna alle drugs en het consumeren van overwegend vette voeding. Dynorphin is een dopamine-remmer, een DPP-IV enzym remmer en een BDNF remmer. BDNF beschermt de hersenen tegen neurodegeneratie, een problematiek die voorkomt bij geheugenproblemen, de ziekte van Alzheimer en Parkinson .
  • Histamine, een stof die vrijkomt bij allergische reacties. Histamine is een dynorphin-activator een stof met een sterk DPP-IVremmend effect .
  • Dopamine stimulerende medicatie (bv.Ritalin®/Rilatine® R, dextro-amfetamine R, Levodopa® R), activeren dynorphin, dat een DPP-IV remmer is R (zie dynorphin)
  • Cholecystokinine, een neurohormoon dat de galblaas stimuleert tot het afscheiden van gal. Cholecystokinine veroorzaakt een toename van dynorphin R, dat een DPP-IV remmer is(zie dynorphin). Exorfinen veroorzaken een sterke toename van cholecystokinine wat op termijn kan leiden tot het ophopen van galstenen en galblaasinfecties (helaas wordt er veel te snel overgegaan tot het operatief verwijderen van de galblaas). Gluten veroorzaakt een acht keer langzamere lediging van de galblaas door toename van cholecystokinine.
  • Chronische en belastende stress. Stress activeert het CRH hormoon, dat op zijn beurt dynorphin activeert. Dynorphin is een DPP-IV remmer. (zie dynorphin)
  • Chitosan is een natuurlijk voorkomende polysacharide met antibacteriële werking. Het wordt gebruikt in deodorants, waterverzachters, waterfilters en voor het klaren van wijn. Het is tevens een erg omstreden voedingssupplement om te vermageren (omdat het de opname van vet via de darmwand blokkeert), dat helaas mag verkocht worden…. Chitosan is een sterke DPP-IV remmer (80% verminderde activiteit van het DPP-IV gen)
  • Berberine: een vaak toegepast voedingssupplement, komt ook voor in Relora® (productnaam van een voedingssupplement met extracten van Phellodendron amurense)
  • Polyfenolen. Komen van nature voor in planten en groenten. In natuurlijke vorm zijn polyfenolen gezond. Geconcentreerde polyfenolen (extracten) gebruikt in voedingssupplementen zijn giftig omdat ze een sterke DPP-IV remmende werking hebben. Sommige van deze polyfenolen remmen het DPP-IV enzym sterker dan de DPP-IV remmende geneesmiddelen die aan diabetici worden voorgeschreven. De polyfenolen werden in dit onderzoekR ingedeeld in drie categorieën volgens hun DPP-IVremmende werking. Groep 1 (sterkste remmers): resveratrol, luteoline, apigenine, en flavonen. Groep 2 (matige remmers): naringenin, hesperetin, cyanidin-3-glucoside, kaempferol en malvidine. Groep 3 (zwakke remmers): cyanidine, quercetine en koffiezuur. Caseïne remt de werking van polyfenolenR (tot 75% en meer). Dit houdt onder meer in dat mensen die een zuivelvrij dieet volgen voedingssupplementen met polyfenolen best mijden.
  • EDTA : (een zware metalen chelator)
  • Adenosine
  • TNF-alfa en TGF-beta
  • Fosforzuur: (een smaakversterker in bijna alle frisdranken)
  • Forskolin
  • Hyperinsulinemie
  • Fluor en fluoriden
  • Antibiotica 
  • Efedrine (hoestdranken, drugs)
  • Erythrina variegata. (Indische koraalboom)
  • Galega orientalis (bloem: geitenruit)
  • Bacitracin (metaboliet van de Bacillus subtilis bacterie)
  • Mango bladeren en stengels: (Mangifera indica, alleen de bladeren en stengel)
  • Pennisetum glaucum (Gepelde parelgierst is in grote delen van Afrika het oorspronkelijke ingrediënt van couscous. In de Noord-Afrikaanse keuken wordt doorgaans tarwegries gebruikt, in deze versie is couscous eveneens in de westerse keuken bekend. Parelgierst wordt soms gebruikt bij het maken van bier)
  • Rauvolfia serpentina (een van de 50 meest gebruikte kruiden in de Chinese geneeskunde)
  • Druivenpitten: (ook in olie en druivenpitten supplementen zoals proanthenol en resveratrol).
  • Naringine: een flavonoïde, zit in grapefruit en sinaasappelschillen (commercieel sinaasappelsap uit extracten bevat schilrestanten). Naringine blokkeert niet alleen de P450-detox-enzymen (CYP3A4 en CYP1A2) maar ook het DPP-IV enzym R. In België wordt de grapefruit ook wel pompelmoes genoemd.
  • Epicatechine derivaten: antioxidanten concentraten uit groene thee, rode wijn en chocolade. Het nemen van teveel antioxidanten via supplementen is toxisch.
  • Teveel zink: (bv. door hoge doseringen in voedingssupplementen. Chlorella, tarwe en andere granen kunnen een zink-tekort veroorzaken. Magnesium versterkt de binding van de endorfine receptoren in de hersenen van ratten, terwijl zink deze magnesium interventie neutraliseert )
  • Cadmium. (roken)
  • Wei :(bv. in proteïne shakes, kan de kans op prostaatkanker verhogen)
  • Febreze: (een stofverfrisser met zinkchloride): niet inademen en best uit de buurt houden van huisdieren (risico voor overgewicht, stressovergevoeligheid,  kanker, depressie en andere psychische stoornissen bij huisdieren)
  • Syzygium cumini (jambolan, een eetbare vrucht van de mirtefamilie)
  • Extract van Oryza sativa var. glutinosa (kleefrijstR
  • Extract van Piper longum, een pepersoort die veel wordt gebruikt in de ayurvedische geneeskunde R
  • Extract van malrove (Marrubium vulgare), wordt gebruikt als natuurlijke rustgever voor lichaam en geest.
  • Alostine (frequent gebruikt geneesmiddel in Afrika)
  • Scoparia dulcis (Scoparin A)
  • Tecoma stans (bloem: gele Bignonia)
  • Vinca major (plant: grote maagdenpalm)
  • Jambolan

Apta Voedingsadvies werkt met de exorfinen test van Exendo om te bepalen of iemand een overbelasting heeft voor exorfinen en dus een niet goed werkend DPP-IV enzym.

Het is aan te raden niet op eigen houtje DPP-IV enzymen te nemen in verband met wisselwerking met andere medicatie en voeding. Ook kun je ontwenningsverschijnselen krijgen van de exorfinen overbelasting, wat gemonitord wordt door APTA voedingsadvies.

De kenmerken van ontwenning (bv. geïrriteerdheid, toename stressgevoeligheid, onrust, agitatie enz…) verschillen per persoon:

Psychische ontwenningsverschijnselen: verhoogde prikkel- en stressgevoeligheid, geïrriteerdheid, moeheid, toegenomen behoefte naar suiker
Darmflora adaptatie: bij aanvang van gebruik van een probioticum kan gasvorming, krampen en of diarree optreden. Na verloop van tijd past het lichaam zich aan en verminderen of verdwijnen deze verschijnselen.

Maak een afspraak voor begeleiding of screening.

De informatie in dit artikel komt van Exendo, het http://exendo.be/dpp-iv-enzym-onderzoek-en-referenties/#Functies  Op deze website vind je nog meer informatie en alle links naar wetenschappelijke onderzoeken die betrekking hebben op dit artikel.

Angst, histamine en ontstekingen

 

Steeds meer mensen om mij heen hebben angstklachten, ik heb er zelf ook last van. Onverklaarbare angst om niets. Rationeel denk je, deze situatie is veilig, maar je lichaam geeft andere signalen. In de periode dat ik nog niet wist dat ik histamine intolerantie was, voor 2014, waren mijn angsten veel sterker dan nu. Ik kreeg toen angstaanvallen in de rij bij de supermarkt, in het openbaar vervoer, in een theater. Dan gaan mijn gedachten naar de angst. De aanvallen begonnen na de bevalling van mijn dochter, nu 18 jaar terug, 1999. Ik had toen al jaren migraine en last van mijn buik. De verklaring die ik nu kan geven is dat tijdens de zwangerschap de histamine lager was door de verhoogde DAO in mijn lichaam en dat na de bevalling de DAO ernstig in een dip zat en dat na de bevalling mijn oestrogeengehalte steeg en het progesterongehalte daalde. Ik had geen idee dat bepaalde voeding de oorzaak kon zijn.

Ik wist dat ik geen suiker moest eten, maar was nog niet gemotiveerd genoeg (lees: ik had de kennis niet om me te motiveren) om het echt te laten staan. Ik at toen veel chocola. Ik kreeg er ook geen directe klachten van, wat ik nu overigens wel heb.

Pas toen ik in 2014 in een burn out kwam en me ging verdiepen in andere factoren naast mijn darmproblemen, ontdekte ik histamine intolerantie.

Sinds die tijd eet ik veel minder histamine. Maar toen wist ik nog niet dat histamine ook gelinkt is aan angst. Wel vond ik het achteraf gezien frappant dat mijn angsten veel minder zijn geworden sinds ik minder histamine ben gaan eten. Ik wist wel dat mijn angsten minder waren, maar niet waar dat nou aan lag. De burnout uitte zich bij mij voornamelijk in huilen, moe en boos zijn. Ik was niet depressief, ik was eigenlijk best blij in die periode, ondanks dat ik heel de dag huilde.

 

Angst en histamine?

Zoals je ziet heb ik het woord ontsteking nog niet in de zin opgenomen.  Want eerst moet je weten dat histamine een neurotransmitter is. Neurotransmitters; zoals o.a. serotonine, dopamine, GABA en dus ook histamine, hebben een grote invloed op hoe je je voelt en hoe je handelt. Je hersenen worden aangestuurd door neurotransmitters.

In een onderzoek wat gepubliceerd is in het magazine Brain, Behavior and Immunity werd er voor het eerst het verband gelegd tussen angststoornissen en een disbalans tussen de eiwitstoffen in de cellen in het immuunsysteem:  interferon (IFN-y), interleukine (IL-10) en de tumor necrose factor (TNF-a) die vrijgelaten worden door mestcellen.

Er werden verhoogde niveaus van deze stoffen aangetroffen bij de onderzochte mensen met angststoornissen. De onderzoekers denken dat  het enzym wat tryptofaan afbreekt aangetast is waardoor patiënten met een angststoornis minder serotonine hebben.

Psychische stoornissen en ontstekingen

Histamine is ook een stof die zorgt voor ontstekingsreactie, heb je teveel histamine in je lichaam en dan is je lichaam in een constante staat van ontsteking, hierdoor krijg je rode vlekken, uitslag, jeuk,hartkloppingen, angsten, tunnelvisie, een depressief gevoel.

Mestcellen zijn een deel van het systeem van witte bloedcellen. Het systeem wat ons lichaam beschermt tegen aanvallen van buitenaf. In mestcellen liggen verschillende stoffen opgeslagen: histamine, prostaglandine, interleukine en ontstekingsstoffen. De mestcellen breken open zodra deze stoffen nodig zijn bij de spijsvertering, het helen van wonden en veel andere dingen in het lichaam. Normaal liggen de stoffen goed opgeslagen, maar door stress en voeding kunnen de mestcellen getriggerd worden om histamine en andere ontstekingsstoffen in de bloedbaan vrij te laten. Histamine is daarnaast ook nog eens in de hersenen aanwezig omdat het een neurotransmitter is.  

Door stress en voeding komen er dus meer histamine en andere ontstekingsstoffen in de bloedbaan.  Naast een angststoornis kunnen ook andere psychische stoornissen ontstaan door histamine intolerantie, zoals depressie, ADHD, autisme en schizofrenie. Er moet nog veel onderzoek worden gedaan maar als je googled op de woorden van een van de stoornissen in combinatie met histamine kom je al snel bij een lijst met reeds uitgevoerde onderzoeken.

Oestrogeendominantie

Oestrogeen kan ook een oorzaak zijn, voornamelijk bij vrouwen, maar ook mannen kunnen te veel oestrogeen in hun lichaam hebben.  Op het moment dat  je teveel histamine binnenkrijgt wat je niet kunt verwerken, kun je ook een stijging van oestrogeen krijgen.

Oestrogeen gaat door de bloed-hersenbarrière. In de hersenen zijn er histamine receptoren en histamine-genererende cellen. Op het moment dat je een plotselinge stijging van oestrogeen hebt, kan oestrogeen door de bloed-hersenbarrière heen in de hersenen komen en hier kan het histamine vrijlating in de hersenen stimuleren.

Een van de functies van histamine in de hersenen is hersenopwinding. Histamine is een prikkelende neurotransmitter. Het is ook de sleutel in geheugen en leren. Veel mensen met histamine intolerantie hebben het mistig gevoel in hun hoofd. Op het moment dat men de histamine inname verlaagt, gaat ook het mistige gevoel weg.

De opwinding in de hersenen kan zorgen voor een paniek-aanval en kan op deze manier een angststoornis ontwikkelen.

Adrenaline

Ook adrenaline kan paniekaanvallen veroorzaken. Dit hormoon komt vrij als er teveel histamine is. Dus een te hoog histaminegehalte kan ervoor zorgen dat er adrenaline pieken zijn. Dit gebeurt in je hele lichaam en heeft niets te doen met je hersenen.

 

Wat gebeurt en in je lichaam bij een paniekaanval?

Allereerst is het belangrijk om het verschil te weten tussen sympatisch en parasympatisch zenuwstelsel. Deze twee zijn tegenovergesteld van elkaar, de een zorgt voor activiteit, de ander voor rust.

Het sympatische zenuwstelsel beinvloedt de organen zodat het lichaam energie kan genereren. Dit zenuwstelsel is overdag actief en in stress-situaties.

Het parasympatische zenuwstelsel is een autonoom zenuwstelsel en zorgt voor rust en herstel. Dit zenuwstelsel is dan ook voornamelijk ‘s nachts erg actief, maar ook als je mediteert en ontspant.

Bij een angst- of paniekaanval is het sympathisch zenuwstelsel actief en zorgt voor de lichamelijke klachten omdat de hersenen een stresssignaal hebben gekregen. Als je sympathisch zenuwstelsel eenmaal is geactiveerd, gaan er allerlei bellen rinkelen in, de adrenaline en cortisolniveau’s stijgen, je hersenactiviteit verhoogt waardoor er meer beta-golven komen. Op zich zijn beta-golven prima, zeker overdag, maar een teveel is niet fijn.

Als je eenmaal een keer een duidelijke prikkel hebt gehad die je angst veroorzaakte, kun je in de toekomst iedere keer als je met de prikkel in aanraking komt een angstaanval krijgen.

Wat kun je er aan doen?

Als eerste is het bij histamineintolerantie zaak om zo min mogelijk histamine binnen te krijgen. Let dus op je voeding. Het zal echt een groot verschil maken.

Daarnaast is het belangrijk om het parasympathisch zenuwstelsel zoveel mogelijk te stimuleren. Het probleem is namelijk dat als het sympatisch zenuwstelsel eenmaal geactiveerd is, het heel moeilijk is om terug te keren naar het parasympatisch zenuwstelsel.

Meditatie, yoga en vooral ademhalingsoefeningen zijn hier heel goed voor. Als je een aanval krijgt focus je dan op aangeleerde ademhalingstechnieken en probeer de rust in je lichaam terug te krijgen.

Heb je extreme angstaanvallen waardoor je niet goed meer kunt functioneren, wees dan niet bang om naar een gespecialiseerde therapeut te gaan en/of medicatie te nemen. En onderzoek de oorzaak van je verhoogde histamine.

Afspraak maken

https://healinghistamine.com/interview-dr-georgia-ede-on-histamine-anxiety-and-depression/

Physical Symptoms Of Anxiety And Stress

 

Histamine intolerantie en de bijnieren

 

Als je lichaam teveel histamine heeft kan dit veel kapot maken. In de hersenen kan het bijvoorbeeld het aantal neurotransmitters verlagen.  Als de neurotransmitters in je hersenen niet in balans zijn, (> histamine is ook een neurotransmitter), kun je je mistig, moe en angstig voelen. Veel mensen met psychiatrische problemen hebben een te hoog histamine. En wat er nog bijkomt is dat histamine ook betrokken is bij je slaapcyclus.  Is je histamine te hoog dan is de kans groot dat je vaak wakker ligt. En dit maakt de symptomen in de hersenen alleen maar erger.

Kijk je naar de hart- en vaatstelsel dan zie je histamine ook vaatverwijdend werkt, het hart zal dan harder en sneller moeten pompen om het bloed op dezelfde snelheid rond te kunnen laten stromen. (Bij mijn laatste fietstest voor mijn hart was de verpleegkundig erg onder de indruk van mijn krachtige hartslag. Al wist ik nou niet direct of dat goed of slecht was gezien de histamine situatie, maar ja, daar wist zij niets vanaf) Doordat het hart zo hard moet werken kun je hartkloppingen, tachycardie (waarbij je hart op hol slaat) en een lage bloeddruk. De hartkloppingen kunnen nog eens versterkt worden door angst en kunnen voor paniekaanvallen zorgen.  

Een teveel aan histamine kan ook zorgen voor een verhoogde maagzuur uitscheiding en kan zorgen voor maagzweren maar ook voor een prikkelbare darm (IBS)  doordat er teveel maagzuur naar de dunne darm wordt doorgelaten.

Histamine speelt een actieve rol in allergische reacties, als je een teveel aan histamine in je lichaam hebt kun je dat vergelijken met een chronische ontsteking of een allergische reactie. Je kunt dan jeuk, een loopneus, rode ogen, uitslagen krijgen en zelfs angio-oedeem kan hierdoor veroorzaakt worden. De klachten bij een histamine reactie worden grotendeels gemoduleerd door de bijnieren.

 

Histamine en de bijnieren

Verhoogd histamine is niet goed voor de bijnieren. Histamine is een ontstekingsmolecuul. Cortisol, wat door de bijnieren aangemaakt en uitgescheiden wordt, is een ontstekingsremmende stof. Deze twee stoffen moeten dus constant met elkaar het gevecht aan gaan. Iedere keer als de histamine onnodig stijgt, worden de bijnieren belast doordat ze steeds maar weer cortisol aan moeten maken. Op een gegeven moment zijn de bijnieren moe van al het produceren en spreek je van bijnier-uitputting. Er wordt dan te weinig cortisol aangemaakt en je bent moe, heel moe, je weet niet meer wat te doen. Een burnout staat om de hoek..

Als je lichaam in een staat van ontsteking is met allerlei vage klachten maar je kunt je vinger er niet op leggen, zul je in eerste instantie niet doorhebben dat je vermoeidheid door histamine komt. Door ontstekingen hebben veel mensen pijn die zich uit kan breiden over heel het lichaam, vooral in de spieren en gewrichten.

Fybromyalgie is hier een goed voorbeeld van. De pijn komt en gaat en er lijkt geen patroon in te zitten. Na een bloedtest krijg je de mededeling dat je bloed normaal is en dat er geen aantoonbare tekenen zijn voor een auto-immuunziekte. Pijnmedicatie wordt ook zelden voorgeschreven, “want je klachten zijn niet zo ernstig..”.

Je kunt onder in je rug en in de nierstreek pijn hebben, maar onderzoek wijst niets uit. Testen op blaasontsteking geeft ook een negatief resultaat. Hartfilmpjes, niets aan de hand hoor. CTscan van de onderbuik: niks aan de hand.

Als je bijnieren overbelast zijn kun je een doffe pijn of een gevoel van warmte voelen in het streek bij de bijnieren, en de pijn/hitte wordt erger bij stress, oververmoeidheid, of als je bepaald voedsel eet. Er is geen specifiek punt wat gevoelig is als je er op drukt. Heb je deze klachten dan wordt je waarschijnlijk verteld dat het allemaal psychosomatisch is. (ik hoor dat helaas nogal vaak in mijn praktijk..)

Heb je een bijnieruitputting dan is de kans groot dat je door het verhoogde histamine voedselintoleranties hebt  of hooikoorts. Heb je een lichte bijnieruitputting dan kunnen je klachten met de tijd steeds sterker worden, de bijnieren zullen dan minder hormonen produceren omdat ze geen seintje van buitenaf krijgen dat dit nodig is. De communicatie is verstoord. Er is dan o.a. te weinig cortisol om de ontstekingen die histamine veroorzaakt tegen te werken waardoor de situatie steeds verergerd.

Wil je de histamine in je lichaam verlagen en de reacties verminderen dan zijn vijf dingen van belang:

  1. Histamine verlagen met voeding
  2. Onstekingsremmende voeding nuttigen:  verbeter de verhouding omega-3 en omega-6 vetzuren
  3. De bijnieren tot rust (letterlijk rust!) brengen zodat cortisol weer aangemaakt kan worden
  4. De darmen helen zodat er voldoende diamine oxidase aangemaakt kan worden wat histamine afbreekt
  5. De leverfunctie verbeteren zodat ook deze histamine voldoende af kan breken

 

Maagzuur-histamine connectie:  https://www.ncbi.nlm.nih.gov/pubmed/1355465

Angstig door serotonine

 

In Nederland hebben meer dan 1 miljoen mensen last van een angststoornis. Dat is dus 1 op 17 mensen. Dat is veel, heel veel vind ik zelf. Vooral mensen met een sociale fobie schamen zich vaak en voelen zich minder en niet op hun gemak in publieke situaties. Een onderzoek van de Uppsala Universiteit uit 2015 keek naar de oorzaak van de angststoornissen. Tot nu toe waren onderzoekers het er over eens dat een tekort aan de neurotransmitter serotonine de oorzaak was van de stoornis, maar uit het laatste onderzoek bleek dat  juist een te veel aan serotonine zorgt voor angstig gevoel.

”Ons onderzoek geeft een beter inzicht hoe serotonine bijdraagt aan angst.”. zei Dr Tomas Furkmark, een psychologie docent van de Zweedse Uppsala Universiteit in een email aan de Medical Daily, waarbij hij de benadrukte hoe belangrijk het is om de etiologie van angststoornissen te begrijpen.

Bij een recent kleinschalig onderzoek naar sociale angst bleek dat driekwart van de patiënten de symptomen voor hun 18e ontwikkelden. Vergeleken met de mensen waarbij de symptomen die later in hun ontstonden, had de eerste groep hogere scores bij de angst en depressie tests en lagere scores op de globale werking test. Bij de patiënten met angststoornissen op jonge leeftijd was de depressie zwaarder en waren de symptomen moeilijker te behandelen.

Gewoonlijk behandelen psychiaters sociale fobie met SSRI medicatie, een soort medicijn die de hoeveel serotonine in de hersenen veranderd.

Furmark en Dr. Mats Fredrikson,een andere docent psychologie van Uppsala University,stelde de onderliggende hypothese ter discussie bij patiënten die behandeld werden met SSRI’s. Welke moleculaire rol speelt serotonine nu precies bij sociale fobie?

Overgevoelig voor angst

Om de moleculaire rol van serotonine te achterhalen werden er PET scans gemaakt van de hersenen om het serotoninegehalte in de hersenen van vrijwilligers met een sociale fobie te meten. Daarna traceerden zij de chemische signalen die tussen de cellen in de hersenen werden getransporteerd. De communicatie in de hersenen werkt als volgt: Zenuwcellen laten serotonine vrij in de ruimte tussen de zenuwcellen. De serotonine hecht zich aan de receptor van de cellen. Daarna wordt de serotonine vrijgelaten van de receptor en gaat het terug naar de originele cel.

De onderzoekers ontdekten dat patiënten met een sociale fobie teveel serotonine produceerden in de amygdala. Dit gedeelte van de hersenen, wat diep in onze schedel ligt, is de basis van onze primitieve emoties, inclusief angst. Hoe meer serotonine er in de amygdala wordt geproduceerd, hoe angstiger mensen zich voelen in sociale situaties.

De nieuwe bevindingen zijn niet geheel anders dan de eerdere onderzoeken, hier bleek al dat mensen met een sociale fobie een hogere activiteit in de amygdala hebben, bij angstige mensen is het angstcentrum in de hersenen overgevoelig. Nieuw onderzoek vervolledigt het eerdere werk met de suggestie dat een teveel aan serotonine de onderliggende oorzaak van angst kan zijn of in ieder geval een deel van de oorzaak is.

Serotonine verlaagd niet het angstgevoel, zoals eerder werd aangenomen, maar verhoogt het. Meer onderzoek in de onderliggende chemische processen naar angst kunnen wetenschappers helpen om te investeren in  de bekende behandelingen en mogelijke nieuwe manieren van behandeling te ontwikkelingen voor mensen met een ernstige vorm van angststoornis die slopend voor de patiënt kan zijn.

“Mogelijk moeten we nadenken over hoe we angst kunnen verminderen met  medicijnen als serotonine heropnameremmers (SSRI’s) of zij daadwerkelijk helpen bij angststoornissen.”zei Furmark.

Bron: Frick A, Åhs F, Engman J, et al. Serotonin Synthesis and Reuptake in Social Anxiety Disorder: A Positron Emission Tomography Study. JAMA Psychiatry. 2015. http://www.medicaldaily.com/social-phobia-linked-high-levels-serotonin-time-rethink-ssris-and-other-anxiety-drugs-338608

Note van Lisa: Angst verminderen met SSRI’s werkt symptoomonderdrukkend. De balans herstellen in de darmen waardoor het evenwicht in de verschillende neurotransmitters hersteld wordt, lijkt zinvoller. Dopamine en Serotonine zouden met elkaar in balans moeten zijn voor een gezonde psyche zonder angst of depressie.

Antibiotica, ADHD / ADD en Candida

Antibiotica

De afgelopen 20 jaar werden te pas en te onpas antibioticakuren voorgeschreven. Alhoewel men nu iets gematigd is met het voorschrijven wordt het nog steeds regelmatig voorgeschreven, ook als het niet echt nodig is. Het nare van teveel antibioticagebruik in het begin van de kinderjaren is dat symptomen kan creëren als concentratieproblemen of hyperactiviteit. Deze gedragingen kunnen lijken op ADD / ADHD en ouders, leerkrachten en zelfs artsen constateren dan ADD/ADHD wat vaak leidt tot het onterechte gebruik van zware medicijnen met bijwerkingen die het probleem alleen maar verergeren.

Als de Candidiasis je ADD / ADHD probleem verergert dan kan medicatie voor ADD / ADHD de symptomen goed verlichten, maar het zal niets doen om het onderliggende probleem. Wil je het probleem bij de wortels aanpakken dan dient de Candidiasis aangepakt te worden.

Wanneer een iemand hyper-prikkelbaar is, kan men hyper-focussen op activiteiten, zoals een lange tijd video/ computer spelletjes spelen. Op andere momenten kunnen mensen met ADHD escaleren in een razernij van activiteit en opwinding en hebben grote moeite met kalmeren. Dit ADD / ADHD kind zou ook symptomen kunnen vertonen van een tekort aan magnesium, die vaak Candida gistovergroei begeleidt.

Groot probleem bij ADD / ADHD

Candida albicans kan optreden wanneer er, door het gebruik van antibiotica of door middel van een dieet met veel verwerkte koolhydraten het darmkanaal een omgeving wordt die de groei van gist aanmoedigt. Antibiotica doden niet alleen de slechte bacteriën die ons ziek maakt, het doodt ook de gezonde bacteriën die in het darmkanaal leven  en die nodig zijn om ons gezond te houden. Deze gezonde bacteriën blijven de hele tijd in de darmen en beschermen ons tegen de slechte bacteriën door deze te doden. Dus als we de hoeveelheid gezonde bacteriën verminderen, verminderen we ook het vermogen van het lichaam om de slechte bacteriën te doden. Een van de redenen dat kinderen oorontsteking krijgen is in de eerste plaats vanwege de groei van de verkeerde soort van bacteriën in het darmkanaal door antibiotica of verkeerde voeding. Ook een dieet met veel bewerkte granen en suikers biedt een rijke voedingsbodem voor de candida gist als het eenmaal overactief is.

Het verband tussen de candida gist en ADHD

Als voedingscoach met een persoonlijke en professionele interesse in voeding en gezondheid lees ik nogal wat verslagen van onderzoeken en uit een van deze onderzoeken bleek dat de overgrote meerderheid van alle kinderen met ADHD een voorgeschiedenis hebben van oorontsteking had met latere gebruik van antibiotica. Op het eerste gezicht lijkt er geen verband te zijn, maar als je dieper kijkt is er een zeer duidelijke link. Wanneer antibiotica wordt gebruikt om een bacteriële infectie te doden, worden alle bacteriën vernietigd, niet alleen die de onmiddellijk infectie veroorzaakt. Als resultaat ontstaat een aandoening, de zogenaamde dysbiose in de darm, met verstrekkende gevolgen door het gehele lichaam. Er zijn verschillende soorten dysbiose die later in dit dossier nog besproken zullen worden.De doorlaatbaarheid van de darm darmwand wordt aangetast wat resulteert in een aandoening, de zogenaamde doorlatende ‘lekkende darm’syndroom. De darmwand is altijd doorlaatbaar, hierdoor worden namelijk voedingsstoffen opgenomen, maar als het té doorlaatbaar is, wordt het gedeeltelijk verteerde voedsel en afvalstoffen ook via de darmwand opgenomen en komen ze in de bloedbaan. Deze stoffen gaan door microscopisch kleine gaatjes in de darmwand. Deze gaten zijn ontstaan door een gebrek aan de bacterie die nodig is om de doorlaatbaarheid en reparatie van de mucose laag van de binnenkant van de darm te handhaven. Doordat er steeds onbruikbare en giftige afvalstoffen in de bloedbaan komen treden er voedselallergieën op.

Je denkt nu vast: Wat heeft een voedselallergie te maken met ADHD? 

Wanneer candida-gist ofwel groeit of sterft, worden er een reeks van chemische stoffen genaamd acetylaldehydes vrijgegeven. Deze chemicaliën verstoren de juiste werking van de hersenen, een van de belangrijkste symptomen van Candida-infectie is slecht geheugen, gebrek aan concentratie, bijna als leven in een mist.

Een gedeeltelijke inventaris van beweerde candida-gerelateerde symptomen omvat:

  • moeite met concentreren (“hersen-mist”)
  • vertraagde reflexen
  • depressie
  • lusteloosheid en apathie
  • verminderde mentale energie
  • angst
  • vermoeidheid
  • obsessief-compulsieve stoornis
  • PMS en borstvorming / gevoeligheid bij vrouwen
  • hoofdpijn, geheugenverlies
  • netelroos
  • psoriasis
  • huiduitslag
  • diarree
  • verstopping
  • een opgeblazen gevoel
  • verstopte neus
  • sinusitis
  • onvruchtbaarheid
  • mouches volantes(oogvlekjes zien)
  • prostatitis
  • pijn in het bekken
  • verlies van libido
  • neuritis
  • artritis
  • ziekte van Crohn
  • hypoglycemie
  • schizofrenie
  • anorexia nervosa
  • lupus
  • hyperactiviteit
  • gedrags-en leerproblemen
  • autisme

Terwijl reguliere artsen voor het grootste deel het bestaan van deze aandoening ontkennen, blijft het een feit dat in gevallen van onverklaarbare symptomen zonder waarneembare oorzaak, vaak door het volgen van een candida dieet deze symptomen verdwijnen.

 Een gist infectie betekent in de medische wereld meestal een spruw-een gist infectie van de keel en vaginale candidiasis bij vrouwen. Veel artsen krijgen te horen in de medische school dat Candidiasis alleen invloed heeft op de ernstig verzwakt immuunsysteem. Als dat het geval is, waarom is een gist infectie de vierde meest voorkomende oorzaak van het ziekenhuis doden volgens een studie van 49 ziekenhuizen in de VS? Dit is een indicatie dat aan deze voorwaarde is veel vaker voor dan eerder werd gedacht. In Nederland schijnt 70% van de bevolking een lichte of ernstige vorm van candidiasis te hebben. Waarbij er tal van klachten kunnen ontstaan.