Categorie: Depressie

Koude handen en voeten

 

Als je al lange tijd meerdere gezondheidsklachten hebt en je hebt daarbij vaak koude handen en voeten, dan is het tijd om je lichaam eens goed door te spoelen. Een grote schoonmaak te houden en dan vooral je lymfesysteem te draineren. Koude handen en voeten worden weer warm als het lymfesysteem het lymfevocht kan laten stromen en de gifstoffen uit de lymfeknopen zijn verwijderd. Ik hoor deze klacht ook regelmatig bij clienten die ook histamine intolerantie en gevoelig zijn voor andere voedingsproducten, zoals e-nummers, kleur- en smaakstoffen. Als je steeds gevoeliger wordt voor voeding moet je echt je lichaam schoon maken. Het lymfesysteem staat namelijk onder invloed van histamine.

 

Wat is je lymfesysteem?

Het lymfesysteem loopt parallel aan de bloedsomloop en bevat honderden lymfevaten en lymfeknopen (in de vorm van een klein boontje). Dit systeem draagt een heldere vloeistof door je lichaam, het lymfevocht, en helpt om vitale witte bloedcellen door je lichaam te vervoeren om ziekte te bestrijden. Maar tegelijkertijd is het lymfevocht ook de plaats waar gifstoffen uit het lichaam worden gedropt zodat de lymfeknopen deze kunnen filteren en het vervolgens uitgescheiden kan worden.

Het lymfesysteem is een belangrijk onderdeel van het immuunsysteem en als het verstopt raakt kan het lymfevocht niet vrij rond stromen waardoor het immuunsysteem aangetast wordt en gifstoffen zich opbouwen. Het opstapelen van de gifstoffen kunnen klachten geven en  zorgen voor infecties en ziekten. Zo ontstaat bijvoorbeeld cellulitis, als de gifstoffen niet meer afgevoerd kunnen worden, worden ze in vetcellen opgeslagen, al die cellulitis bobbeltjes zijn dus kleine vette gifhoopjes.

Hoe herken je een verstopt lymfesysteem?

De volgende klachten kunnen ontstaan door een opstapeling van gifstoffen doordat het lymfesysteem verstopt:

  1. Cellulitis
  2. Koude handen en voeten
  3. Allergien die erger zijn geworden
  4. Voedsel intoleranties
  5. Histamine intolerantie
  6. Opgeblazen buik
  7. Mistig hoofd
  8. Spijsverteringsproblemen
  9. Gezwollen vingers, ringen die strakker zitten
  10. Parasieten
  11. Depressie
  12. Sinus infecties
  13. Huidproblemen, droge of jeukende huid
  14. Vergrote lymfeknopen
  15. Chronische vermoeidheid
  16. Je stijf voelen bij het opstaan in de ochtend
  17. Onverklaarbare verwondingen
  18. Overgewicht
  19. Constipatie
  20. Vaker verkouden en griep

Het lymfevocht in het lymfesysteem wordt niet zoals bij de bloedsomloop rondgepompt door het hart, maar is afhankelijk van externe factoren. Zo zorgt histamine ervoor dat er vocht wordt rondgepompt, heb je een te hoog histaminegehalte dan zal de histamine meer lymfevocht pompen dan direct noodzakelijk, hierdoor kan er meer slijm gevormd worden en kan er meer longvocht komen.  Is je lymfestelsel verstopt dan zorgt histamine ervoor dat er vocht vast wordt gehouden om de andere functies in het lichaam door te kunnen laten gaan.

Het is dan belangrijk om te zorgen dat het lymfesysteem schoongemaakt wordt en het lymfe weer vrij rond kan stromen en gifstoffen afgevoerd kunnen worden.

Hoe krijg je je lymfesysteem weer in beweging?

Sport en beweging

Als je sport en je lichaam actief beweegt, activeert dit de stroom van het  lymfevocht door het hele lichaam. Bewegen is de meest effectieve manier om je lymfesysteem te verbeteren. Je hoeft hiervoor niet als een malle te gaan sporten, een gemiddelde intensiteit is voldoende. Sporten helpt ook om te zweten en dit helpt weer om gifstoffen af te voeren. Zo kun je de gifstoffen in het lymfesysteem verlagen. Iedere dag bewegen is een must, begin met een kwartiertje en bouw het op naar een uur per dag.

 

Eet puur en onbewerkt

Een schoon lymfesysteem vraagt om schoon eten, dus geen kant en klaar en bewerkte voeding, geen chemische toevoegingen, conserveermiddelen, kleur- en smaakstoffen. Al deze onnatuurlijke stoffen verhogen de gifstoffen opstapeling in je lichaam. Als de hoeveelheid gifstoffen erg hoog wordt, heeft het lymfesysteem steeds meer moeite om de stoffen af te voeren en wordt je sneller ziek.

Eet veel verse groenten en fruit. Vooral donkere bladgroenten en niet zoet fruit (bessen, granaatappel, groene appel) en noten als amandel en walnoot ondersteunen het lymfesysteem en verminderen aanzienlijk de gifstoffen in je lichaam. Probeer biologische producten te kopen, deze bevatten veel minder pesticiden en schimmeldodende middelen.

Ik heb een e-book geschreven waarin je 3 weken lang werkt aan het ontgiften van je lichaam waardoor je lymfesysteem schoongespoeld wordt.  Bekijk hier meer informatie over de Detox startersgids.

Drink veel water

Alle organen en systemen in het lichaam hebben vocht nodig om goed te kunnen functioneren. Zo ook het lymfesysteem.  Juist dit systeem kan aangetast worden door een water tekort. Zorg dus dat je altijd voldoende water drinkt, neem overal een flesje water mee.

 

Diepe ademhaling

Langzaam, ontspannen ademhalen is een eenvoudige manier om het lymfesysteem te activeren. De meeste mensen ademen niet diep genoeg adem, zo houd je bijvoorbeeld onbewust je adem in als je heel gefocust bent adem in. Maar je kunt ook de hele dag oppervlakkig hoog ademhalen. Om je lymfesysteem te activeren is het belangrijk momenten op de dag in te lassen waarbij je bewust met je diepe ademhaling bezig bent. Je raakt hierdoor gifstoffen kwijt en het vermindert ook stress, een van de oorzaken van de opstapeling van gifstoffen!

Droog borstelen

Droog borstelen doe je met een zachte natuurlijke borstel op de droge huid. Door het borstelen wordt het lymfesysteem geactiveerd. Borstel altijd van beneden naar boven en begin bij je voeten en borstel zo omhoog richting het hart. Herhaal iedere borstel beweging drie keer achter elkaar en ga dan naar de volgende strook.  Je kunt dit iedere dag doen en voor het douchen.

Gebruik een zachte natuurlijke borstel. Klik op de foto om de bamboe massage borstel te bestellen.

Draag geen strakke kleding

Strakke kleding en kleding die afknelt zorgen ervoor dat het lymfevocht niet goed kan circuleren waardoor je niet goed kunt ontgiften. Een beugel BH en strak ondergoed kan de lymfestroom rond je borsten belemmeren, hier zitten veel lymfeknopen en het is belangrijk dat het vocht hier goed kan stromen. Probeer zoveel mogelijk zonder BH te lopen, dit kan goed als je vrij bent en je thuis bent. Daarbuiten natuurlijk ook, het is maar net waar je je goed bij voelt.  Ook strakke onderbroeken voor mannen kunnen beter vervangen door boxershorts.

 

Histamine en vocht

Histamine zorgt ervoor dat het lichaam niet uitdroogt. Je lymfesysteem heeft veel vocht nodig om goed te functioneren. Als je te weinig drinkt zal je lichaam ook meer histamine aanmaken om het vocht vast te houden. Zo zal je bijvoorbeeld bij het uitademen minder vocht uitademen doordat de bronchiën in de longen versmallen zodat er minder vocht verloren gaat. Zo kan er meer slijm in de longen komen waardoor je het benauwd krijgt. Als je voelt dat je moeilijker kunt ademen door een verhoogd histaminegehalte, drink dan water en liefst water met een paar korrels zeezout erin. De mineralen in het zout in combinatie met water zorgen ervoor dat de histamine daalt.

Het is dus heel belangrijk dat je genoeg drinkt, anders ga je vocht vasthouden. Het klinkt misschien tegenstrijdig als je last hebt van teveel vocht, maar als je te weinig drinkt houdt je lichaam vocht vast om alle processen door te kunnen laten gaan. Oedeem is een voorbeeld van een verstopt lymfesysteem. 

 

 

 

DPP IV enzym en gezondheidsklachten

Heb je last van voedselintoleranties, histamine intolerantie, depressie, angst, stress, overgewicht of diabetes type 1 of 2? En heb je toevallig ook concentratieproblemen, ADHD/ADD? Ben je gek op brood en zuivel? Of eet/drink je veel soja en spinazie? Laten we dan een kijkje nemen in de darmen. We kijken deze keer niet naar de samenstelling van darmbacterien of een lekke darm, maar naar morfine achtige stoffen die in voeding voorkomen: exorfinen.

Als al eens een lowcarb of paleodieet hebt gevolgd en je bent er in het begin flink chagerijnig van geworden, je partner klaagt dat dit dieet je niet leuker maakt, dan weet je: Je bent aan het afkicken van exorfinen. Deze morfine-achtige stoffen geven je even een goed gevoel. Sommige mensen zijn er aan verslaafd zonder dat ze het weten.  Je hebt bijvoorbeeld een dip: neemt iets met tarwe (koekje, brood, etc) en je voelt je weer even beter.

Exorfinen zitten in gluten, caseine, soja en spinazie en in sommige schimmels. Normaal gesproken worden ze in de darmenafgebroken door het DPP-IV enzym. Maar er zijn mensen waarbij dit enzym onvoldoende werkt.

Als exorfinen niet goed afgebroken worden, worden de endorfine receptoren overmatig geactiveerd, die op hun beurt de dopamine afgifte stimuleert. Hierdoor voel je je lekker. Je zou denken, niets aan de hand toch? Maar door een langdurige overmatige stimulatie wordt endorfine, dopamine, insuline en cortisol ongevoelig.

Langdurige stimulatie van endorfine & dopamine door teveel exorfinen

Receptoren endorfine, dopamine, insuline, cortisol worden ongevoelig.

Hierdoor kun je diabetes type 1 en 2, overgewicht, stress-stoornissen en bijvoorbeeld depressie en angststoornissen, restless legs ontwikkelen.

Afspraak maken

DDP-IV enzym

Men weet pas sinds 2011 dat het DPP-IV enzym de hoeveelheid endorfine in de hersenen reguleert. Deze ontdekking is een mijlpaal in de geneeskunde, aangezien endorfine (samen met insuline) de belangrijkste dopamine stimulator is in het beloningssysteem van de hersenen. Daarmee neemt het enzym een centrale plaats in het ontstaan van psychische stoornissen.

Smaakversterkers blokkeren het DPP-IV enzym erg snel . Ook vernielen ze de  endorfine-receptoren waardoor de endorfine aanmaak met 70% daalt zodat er minder dopamine vrijkomt.

Het DPP-IV enzym beschermt de endorfine receptoren tegen overbelasting door opioïden, met in het bijzonder de exorfinen uit voeding.

Diabetes, bijnieruitputting door teveel exorfinen

Exorfinen zorgen in de eerste fase voor een forse toename van endorfine, dopamine, insuline en cortisol in de cellen en neuronen. Endorfine en dopamine is fijn maar een teveel aan insuline kan je insulineresistent maken en uiteindelijk zorgen voor diabetes en bij een constante overflow van cortisol voel je je vaak onrustig, gehaast, in paniek of angstig. Tot uiteindelijke de bijnier uitgeput is en geen cortisol meer kan aanmaken en je bijnieruitputting hebt.

Depressie en DPP-IV

Volgens diverse onderzoeken hebben mensen met een depressie een verlaagde DPP-IV activiteit. Bij deze mensen stapelen de exorfinen zich op in de hersenen, waar ze de serotonine receptoren blokkeren.
Antidepressiva zijn actief op de serotonine receptoren. Dit zou kunnen verklaren waarom antidepressiva (volgens een meta-studie uitgevoerd door het FDA in 2008) over het algemeen niet beter werken dan een placebo. Antidepressiva blokkeren de werking van dopamine.

ADD/ADHD en DPP-IV

De combinatie antidepressiva en methylfenidaat die zo vaak aan mensen met ADD/ADHD wordt gegeven is dan ook contraproductief.
De meeste antidepressiva worden geactiveerd via de endorfine receptoren . Dit verklaart waarom mensen met endorfine probleem niet geholpen kunnen worden door antidepressiva. Uit een meta-studie van het FDA blijkt dat antidepressiva niet beter werken dan een placebo.

 

Doe een Exorfinentest

Wat is het DPP-IV enzym?

Het DPP-IV enzym is een multifunctionele enzymen en heeft meer dan 70 functies. Het is onder meer betrokken bij de afbraak van exorfinen, dit zijn morfineachtige eiwitten uit gluten, caseïne, soja, spinazie en micro-organismen. En het is belangrijk voor het immuunsysteem.

Het DPP-IV enzym bevindt zich in de dunne slijmlaag van de darmen. Daar verhindert het de opname van exorfinen in de bloedbaan en beschermt het de endorfine receptoren. Het endorfinesyteem heeft in de darm een ontstekingsremmende  werking. Het DPP-IV enzym helpt de microvilli mee in stand houden en is daarmee is van de belangrijkste enzymen om lekkende darm te voorkomen en te behandelen.

Onderzoek wijst uit dat bij een tekort aan DPP-IV enzym werking (bv. onder invloed van gluten) de microvilli verkleinen en lekkende darm in de hand werkt. Galactose, een genetische DPP-IV enzym stimulator doet de groei van microvilli toenemen.

Immuunsysteem en DPP-IV

De immunologische functie van het DPP-IV enzym wordt afzonderlijk aangeduid met de term CD26 enzym. Een tekort aan  CD26 activiteit is betrokken bij diverse immuun-aandoeningen en kanker. Vitamine A is een van de genetische stimulators van het CD26 enzym.

CD26 activeert de lymfocyten die prolifereren in T-cellenB-cellenNK-cellen. Deze cellen en hun bijproducten (antistoffen) spelen een centrale rol in het adaptieve of verworven immuunsysteem. Dit is het aanpassingsimmuunsysteem tegen ziekteverwerkers zoals pathogenen en eiwitten die antistof-reacties kunnen teweegbrengen (bv. de IgG en de IgE antistoffen door voeding).

Verstoringen in de werking van CD26 zijn betrokken bij diverse (auto) immuunaandoeningen. Voorbeelden zijn allergieën, astma, CVS, kanker, fibromyalgie, reumatoïde arthritis, lupus, depressie en autisme .

CD26 bindt zich op dezelfde receptoren van de lymfocyten waar zich ook exorfinenorganofosfatenstreptokinase en thiomersal binden. Dit laatste is een kwik bevattende stof die aan vaccins wordt toegediend. Volgens Vodjani ligt het vaccineren met thiomersal mee aan de oorzaak van de toename van autisme, ADD en ADHD. Deze co-receptoren worden ook bezet door stoffen die een rol spelen bij kanker, AIDS, reumatoïde artritis, lupus, multiple sclerose en andere (auto) immuunziekten.

Defecten in de werking van het CD26 enzym zou ook betrokken zijn bij de vorming van myelomonocyten. Deze cellen spelen een rol bij het ontstaan van acute en chronische myeloïde leukemie.

Het CD26 enzym heeft een sterke antivirale werking. Zo is bekend dat vrouwen met een sterke CD26 werking geen HIV-1infectie ontwikkelen na geslachtsgemeenschap met een seropositieve man.  Volgens diverse wetenschappers wordt de AIDS-epidemie mogelijk gemaakt door een verminderde functie van het DPP-IV/CD26 enzym.

Een verstoring in de werking van het CD26 enzym is betrokken bij de meeste (auto) immuunziekten . Dit doet de vraag rijzen of wel een goed idee is om medicinale DPP-IV/CD26 remmers in te zetten voor de behandeling van diabetes. Zeker nadat bekend werd dat deze geneesmiddelen de kans op kanker doen toenemen.

Er zijn onderzoeken waarbij de DPP-IV en CD26 enzym functie (in bepaalde omstandigheden) onafhankelijk van elkaar blijken te werken. Dit betekent dat iemand geen immuniteitsproblemen kan ondervinden (CD26), maar wel andere complicaties ten gevolge van een deficiënte DPP-IV enzym werking. De enige bedenking is dat dit onderzoek is gesponsord door fabrikanten van DPP-IV enzym remmers.

Allergien en DPP-IV

Als het  DPP-IV enzym niet goed werkt zorgt dit voor een toename van de eosinofiele granulocyten. Deze witte bloedcellen zijn betrokken bij de pathogenese van allergische reacties, zoals allergisch astma, rinitis en dermatitis. Toename van de eosinofiele granulocyten veroorzaken een systemische respons. Bij deze respons komen ontstekingsmediatoren   (IL-1, IL-6 en TNF-alpha) in de bloedbaan terecht die een allergische reactie opgang brengen.

Het DPP-IV enzym is een essentieel enzym voor de antigeen presentatie. Het DPP-IV enzym promoot een normale cellulaire immuun-respons en is belangrijk voor de vorming van signaalstoffen die betrokken zijn bij inflammatie en andere immunologische reacties. Uit onderzoek blijkt dat de afbraalk van TNF-alfa (tumor necrosis factor alpha) gebeurt door DPP-IVTNF-alfa is een signaalstof dat ontsteking stimuleert en betrokken is bij auto-immuunziekten en kanker. Een verminderde werking van DPP-IV heeft overproductie van TNF-alfa tot gevolg. Dit wordt in verband gebracht met een aantal immuunziekten, zoals autisme, kanker, darmontstekingen en reumatoïde artritis.

In een onderzoek van 2007 werd een verband aangetoond tussen het DPP-IV enzym en allergieën. Moeders met tijdens de borstvoeding lage DPP-IV waarden, hadden beduidend meer kans op een kind met dermatitis en allergieën.

Een deficiënte DPP-IV werking zorgt voor een toename van de eosinofiele granulocyten. Deze witte bloedcellen zijn betrokken bij de pathogenese van allergische reacties, zoals allergisch astma, rinitis en dermatitis. Toename van de eosinofiele granulocyten veroorzaken een systemische respons. Bij deze respons komen ontstekingsmediatoren (IL-1, IL-6 en TNF-alpha) in de bloedbaan terecht die een allergische reactie opgang brengen.

Het DPP-IV enzym is een essentieel enzym voor de antigeen presentatie. Het DPP-IV enzympromoot een normale cellulaire immuun-respons en is belangrijk voor de vorming van signaalstoffen die betrokken zijn bij inflammatie en andere immunologische reacties. Uit onderzoek blijkt dat de afbraalk van TNF-alfa (tumor necrosis factor alpha) gebeurt door DPP-IVTNF-alfa is een signaalstof dat inflammatie stimuleert en betrokken is bij auto-immuunziekten en kanker.. Een verminderde werking van DPP-IVheeft overproductie van TNF-alfa tot gevolg. Dit wordt in verband gebracht met een aantal immuunziekten, zoals autisme, kanker, darmontstekingen en reumatoïde artritis.

In een onderzoek van 2007 werd een verband aangetoond tussen het DPP-IV enzym en allergieën. Moeders met tijdens de borstvoeding lage DPP-IV waarden, hadden beduidend meer kans op een kind met dermatitis en allergieën R.

DPP-IV enzym remmende factoren

De werking van het DPP-IV enzym kan worden geremd door verschillende natuurlijke en chemische stoffen. Sommige van deze stoffen zoals kwik (amalgaamvullingen) kunnen de werking van het enzym jarenlang afremmen. Koemelk (en andere niet-humane melk) is niet geschikt voor de mens.

  • Niet-humane melk (bv. koemelk) bevat casomorphin-5, een exorfine uit caseïne. De afbraakproducten van casomorphin-5 blokkeren de werking van het DPP-IV enzym. Indien niet-humane melk geschikt was voor de mens, zou het nooit een enzym remmen dat meer dan 70 functies heeft. (humane melk bevat geen casomorphin-5). Bovendien is casomorphin-5 in de hersenen zowat tien maal sterker dan morfine R. Met andere woorden niet-humane melk heeft een verdovend effect dat haaks staat op het overlevingsinstinct van de oermens (jagers moeten alert zijn).

Een overzicht van de DPP-IV remmende factoren:

  • Calcium suppletie: het nemen van DPP-IV producten mag liefst niet gecombineerd worden met de extra inname van calcium.
  • Organofosfaten (insecticidenherbiciden en pesticiden)
  • Kwikverbindingen: (amalgaam, vaccins en vis)
  • Vaccins tegen baarmoederhals kanker 
  • Ezetimibe: (cholesterolverlager)
  • Statines: (cholesterolverlagers)
  • Chlorambucil (chemotherapie)
  • DPP-IV remmers: (diabetes) DPP-IV remmers verhogen de kans op psychose en andere dopamine verstoringen (bv. verslaving en gewelddadig gedrag)
  • Glucocorticoïden: (voornamelijk cortisol)
  • Superoxide: zie punt dementie en de ziekte van Parkinson
  • Cationische peptidenCaseïneexorfinen; de afbraakproducten van BCM-5 – een caseïneexorfine –  remmen de werking van het DPP-IV enzym. Met andere woorden niet-humane melk-exorfinen schakelen de werking van het DPP-IV enzym uit.
  • Dynorphin: een opioïde die de KOR receptoren van het endorfinesysteem activeert. De KOR receptoren werken als een remmer van de andere twee receptoren van het endorfinesysteem (MOR en DOR). Dynorphin wordt actief door opiaten (bv.exorfinen), het gebruik van dopamine stimulerende geneesmiddelen   (bv.Ritalin®/Rilatine®, dextro-amfetamine, Levodopa®), antipsychotica, chronische stress, roken, alcohol, bijna alle drugs en het consumeren van overwegend vette voeding. Dynorphin is een dopamine-remmer, een DPP-IV enzym remmer en een BDNF remmerBDNF beschermt de hersenen tegen neurodegeneratie, een problematiek die voorkomt bij geheugenproblemen, de ziekte van Alzheimer en Parkinson .
  • Histamine, een stof die vrijkomt bij allergische reacties. Histamine is een dynorphin-activator een stof met een sterk DPP-IV remmend effect .
  • Dopamine stimulerende medicatie (bv.Ritalin®/Rilatine® R, dextro-amfetamine R, Levodopa® R), activeren dynorphin, dat een DPP-IV remmer is R (zie dynorphin)
  • Cholecystokinine, een neurohormoon dat de galblaas stimuleert tot het afscheiden van gal. Cholecystokinine veroorzaakt een toename van dynorphin R, dat een DPP-IV remmer is(zie dynorphin). Exorfinen veroorzaken een sterke toename van cholecystokinine wat op termijn kan leiden tot het ophopen van galstenen en galblaasinfecties (helaas wordt er veel te snel overgegaan tot het operatief verwijderen van de galblaas). Gluten veroorzaakt een acht keer langzamere lediging van de galblaas door toename van cholecystokinine.
  • Chronische en belastende stress. Stress activeert het CRH hormoon, dat op zijn beurt dynorphin activeert. Dynorphin is een DPP-IV remmer. (zie dynorphin)
  • Chitosan is een natuurlijk voorkomende polysacharide met antibacteriële werking. Het wordt gebruikt in deodorants, waterverzachters, waterfilters en voor het klaren van wijn. Het is tevens een erg omstreden voedingssupplement om te vermageren (omdat het de opname van vet via de darmwand blokkeert), dat helaas mag verkocht worden…. Chitosan is een sterke DPP-IV remmer (80% verminderde activiteit van het DPP-IV gen)
  • Berberine: een vaak toegepast voedingssupplement, komt ook voor in Relora® (productnaam van een voedingssupplement met extracten van Phellodendron amurense)
  • Polyfenolen. Komen van nature voor in planten en groenten. In natuurlijke vorm zijn polyfenolen gezond. Geconcentreerde polyfenolen (extracten) gebruikt in voedingssupplementen zijn giftig omdat ze een sterke DPP-IV remmende werking hebben. Sommige van deze polyfenolen remmen het DPP-IV enzym sterker dan de DPP-IV remmende geneesmiddelen die aan diabetici worden voorgeschreven. De polyfenolen werden in dit onderzoekR ingedeeld in drie categorieën volgens hun DPP-IVremmende werking. Groep 1 (sterkste remmers): resveratrol, luteoline, apigenine, en flavonen. Groep 2 (matige remmers): naringenin, hesperetin, cyanidin-3-glucoside, kaempferol en malvidine. Groep 3 (zwakke remmers): cyanidine, quercetine en koffiezuur. Caseïne remt de werking van polyfenolenR (tot 75% en meer). Dit houdt onder meer in dat mensen die een zuivelvrij dieet volgen voedingssupplementen met polyfenolen best mijden.
  • EDTA : (een zware metalen chelator)
  • Adenosine
  • TNF-alfa en TGF-beta
  • Fosforzuur: (een smaakversterker in bijna alle frisdranken)
  • Forskolin
  • Hyperinsulinemie
  • Fluor en fluoriden
  • Antibiotica 
  • Efedrine (hoestdranken, drugs)
  • Erythrina variegata. (Indische koraalboom)
  • Galega orientalis (bloem: geitenruit)
  • Bacitracin (metaboliet van de Bacillus subtilis bacterie)
  • Mango bladeren en stengels: (Mangifera indica, alleen de bladeren en stengel)
  • Pennisetum glaucum (Gepelde parelgierst is in grote delen van Afrika het oorspronkelijke ingrediënt van couscous. In de Noord-Afrikaanse keuken wordt doorgaans tarwegries gebruikt, in deze versie is couscous eveneens in de westerse keuken bekend. Parelgierst wordt soms gebruikt bij het maken van bier)
  • Rauvolfia serpentina (een van de 50 meest gebruikte kruiden in de Chinese geneeskunde)
  • Druivenpitten: (ook in olie en druivenpitten supplementen zoals proanthenol en resveratrol).
  • Naringine: een flavonoïde, zit in grapefruit en sinaasappelschillen (commercieel sinaasappelsap uit extracten bevat schilrestanten). Naringine blokkeert niet alleen de P450-detox-enzymen (CYP3A4 en CYP1A2) maar ook het DPP-IV enzym R. In België wordt de grapefruit ook wel pompelmoes genoemd.
  • Epicatechine derivaten: antioxidanten concentraten uit groene thee, rode wijn en chocolade. Het nemen van teveel antioxidanten via supplementen is toxisch.
  • Teveel zink: (bv. door hoge doseringen in voedingssupplementen. Chlorella, tarwe en andere granen kunnen een zink-tekort veroorzaken. Magnesium versterkt de binding van de endorfine receptoren in de hersenen van ratten, terwijl zink deze magnesium interventie neutraliseert )
  • Cadmium. (roken)
  • Wei :(bv. in proteïne shakes, kan de kans op prostaatkanker verhogen)
  • Febreze: (een stofverfrisser met zinkchloride): niet inademen en best uit de buurt houden van huisdieren (risico voor overgewicht, stressovergevoeligheid,  kanker, depressie en andere psychische stoornissen bij huisdieren)
  • Syzygium cumini (jambolan, een eetbare vrucht van de mirtefamilie)
  • Extract van Oryza sativa var. glutinosa (kleefrijstR
  • Extract van Piper longum, een pepersoort die veel wordt gebruikt in de ayurvedische geneeskunde R
  • Extract van malrove (Marrubium vulgare), wordt gebruikt als natuurlijke rustgever voor lichaam en geest.
  • Alostine (frequent gebruikt geneesmiddel in Afrika)
  • Scoparia dulcis (Scoparin A)
  • Tecoma stans (bloem: gele Bignonia)
  • Vinca major (plant: grote maagdenpalm)
  • Jambolan

Apta Voedingsadvies werkt met de exorfinen test van Exendo om te bepalen of iemand een overbelasting heeft voor exorfinen en dus een niet goed werkend DPP-IV enzym.

Het is aan te raden niet op eigen houtje DPP-IV enzymen te nemen in verband met wisselwerking met andere medicatie en voeding. Ook kun je ontwenningsverschijnselen krijgen van de exorfinen overbelasting, wat gemonitord wordt door APTA voedingsadvies.

De kenmerken van ontwenning (bv. geïrriteerdheid, toename stressgevoeligheid, onrust, agitatie enz…) verschillen per persoon:

Psychische ontwenningsverschijnselen: verhoogde prikkel- en stressgevoeligheid, geïrriteerdheid, moeheid, toegenomen behoefte naar suiker
Darmflora adaptatie: bij aanvang van gebruik van een probioticum kan gasvorming, krampen en of diarree optreden. Na verloop van tijd past het lichaam zich aan en verminderen of verdwijnen deze verschijnselen.

Maak een afspraak voor begeleiding of screening

De informatie in dit artikel komt van Exendo, het http://exendo.be/dpp-iv-enzym-onderzoek-en-referenties/#Functies  Op deze website vind je nog meer informatie en alle links naar wetenschappelijke onderzoeken die betrekking hebben op dit artikel.

Vitamine B1, depressie en stijfheid

Je kunt deze blog ook afluisteren. Handig voor blinden en slechtzienden, of als je geen zin hebt om te lezen.

Je hoort er nooit zoveel over: Vitamine B1 ofwel Thiamine, maar het is een belangrijke vitamine voor het functioneren van je lichaam. Ik wil er extra aandacht aan schenken omdat je met een glutenvrij of Paleodieet een tekort aan kan krijgen als je niet de juiste producten eet. Vitamine B1 en B2 zitten veel in granen. Als je volkorenbrood eet en andere graanproducten, krijg je hier waarschijnlijk genoeg van binnen, maar als je brood uit je systeem hebt gebannen, dan dien je wel op te letten of je genoeg B-vitaminen binnenkrijgt.

Vitamine B1 speelt een belangrijke rol bij de koolhydraatstofwisseling en het goed functioneren van het zenuwstelsel. Hoe meer koolhydraten er in de voeding aanwezig zijn, hoe meer vitamine B1 je nodig hebt. Eet je Paleo of glutenvrij dan krijg je toch ook koolhydraten binnen, zeker bij een glutenvrij dieet als je niet persé let op de hoeveelheid suiker of koolhydraten in je voeding.

Mensen die veel geraffineerde producten, zoetigheid en frisdrank drinken lopen een groter risico op een vitamine B1 tekort. Ook bij alcoholmisbruik, roken, chronische stress, leverziekten, nierdialyse en te veel vermageringsdieten volgen heb je meer vitamine B1 nodig.

tahini

Hoe weet je dat je een tekort aan vitamine B1 hebt?

  • Als je een stijf gevoel hebt in je spieren, vooral je benen.
  • Als je geen trek in eten hebt.
  • Als je regelmatig stekende speldeprikken in je lichaam voelt.
  • Als je maagstoornissen hebt.
  • Als je je depressief voelt.

Beri-beri is de meest klassieke vorm van een vitamine B1 tekort.

Heb je één of meerdere symptomen, lees dan verder hoe je je vitamine B1 aan kunt vullen.

Als je voldoende vitamine B1 binnenkrijgt ondersteunt dit de spierfunctie, geeft een stel gezonde hersens en het werkt als antioxidant.

Hoeveel vitamine B1 heb je nodig?

De aanbevolen dagelijkse hoeveelheid is 1,1 milligram.  Je kunt niet teveel vitamine B1 binnenkrijgen.

zonnebloempit

 

Waar zit het in?

In granen en varkensvlees zit de meeste vitamine B1, maar ja, beiden zijn niet de gezondste opties om te eten.

  1. Sesamzaad en tahin (sesampasta) – In het Midden-Oosten wordt het dagelijks gegeten. Eén eetlepel sesampasta levert 15% van je dagelijkse hoeveelheid. 100 gram levert 106%. Tahinsaus is een lekkere manier om vitamine B1 binnen  te krijgen. Meng hiervoor het sap van een citroen met wat sesampasta, zout en knoflook en eet het met gegrilde groenten.
  2. Zonnebloempitten – Twee eetlepels zonnebloempitten leveren 7,5% van de dagelijkse vitamine B1.  Lekker in salades of over een roerbakschotel.
  3. Tonijn – Alhoewel ik geen voorstander ben van het veel consumeren van tonijn (ivm met de schaarste), levert 120 gram tonijn wel 40% van de dagelijkse hoeveelheid.
  4. Asperge – Asperges zitten boordevol voedingsstoffen. 1 asperge bevat 12,7% van de dagelijkse hoeveelheid.
  5. Spinazie – Iedereen weet hoe spinazie voor je is. Ook voor de vitamine B1 inname is ook het ook hier weer een goede aanvulling. 1 cup gekookte spinazie levert 11,3%.
  6. Ananas – Een kommetje ananasstukjes levert 8,7% van de dagelijkse hoeveelheid. Maak eens een lekkere smoothie van verse ananas met spinazie en sinaasappel!
  7. Sinaasappel – Eén sinaasappel bevat 7,3% van de dagelijkse hoeveelheid. Lekker voor tussendoor, in salades, als sap. Ach, je weet het wel.

Wat je nog meer zou moeten weten over vitamine B1:

Om voldoende vitamine B1 binnente kunnen krijgen heb je ook voldoende vitamine B6, B11 en B12 nodig. Vitamines ondersteunen elkaar voor de opname. Het is dus belangrijk om over het geheel goed op je voeding te letten. Focus je nooit op één vitamine, maar zorg dat alles in evenwicht is. Als je Paleo of rawfood eet krijg je veel verschillende groenten, fruit en noten en zaden binnen waardoor de kans op een tekort klein is. Let wel op de verhoudingen.

Dus, wat denk jij? Ga je meer vitamine B1 rijke voeding in je dagelijkse voedingspatroon verwerken. Heb je goede recepten die je wilt delen met de ingredienten hierboven genoemd? Deel het in de reacties!

Angstig door serotonine

 

In Nederland hebben meer dan 1 miljoen mensen last van een angststoornis. Dat is dus 1 op 17 mensen. Dat is veel, heel veel vind ik zelf. Vooral mensen met een sociale fobie schamen zich vaak en voelen zich minder en niet op hun gemak in publieke situaties. Een onderzoek van de Uppsala Universiteit uit 2015 keek naar de oorzaak van de angststoornissen. Tot nu toe waren onderzoekers het er over eens dat een tekort aan de neurotransmitter serotonine de oorzaak was van de stoornis, maar uit het laatste onderzoek bleek dat  juist een te veel aan serotonine zorgt voor angstig gevoel.

”Ons onderzoek geeft een beter inzicht hoe serotonine bijdraagt aan angst.”. zei Dr Tomas Furkmark, een psychologie docent van de Zweedse Uppsala Universiteit in een email aan de Medical Daily, waarbij hij de benadrukte hoe belangrijk het is om de etiologie van angststoornissen te begrijpen.

Bij een recent kleinschalig onderzoek naar sociale angst bleek dat driekwart van de patiënten de symptomen voor hun 18e ontwikkelden. Vergeleken met de mensen waarbij de symptomen die later in hun ontstonden, had de eerste groep hogere scores bij de angst en depressie tests en lagere scores op de globale werking test. Bij de patiënten met angststoornissen op jonge leeftijd was de depressie zwaarder en waren de symptomen moeilijker te behandelen.

Gewoonlijk behandelen psychiaters sociale fobie met SSRI medicatie, een soort medicijn die de hoeveel serotonine in de hersenen veranderd.

Furmark en Dr. Mats Fredrikson,een andere docent psychologie van Uppsala University,stelde de onderliggende hypothese ter discussie bij patiënten die behandeld werden met SSRI’s. Welke moleculaire rol speelt serotonine nu precies bij sociale fobie?

Overgevoelig voor angst

Om de moleculaire rol van serotonine te achterhalen werden er PET scans gemaakt van de hersenen om het serotoninegehalte in de hersenen van vrijwilligers met een sociale fobie te meten. Daarna traceerden zij de chemische signalen die tussen de cellen in de hersenen werden getransporteerd. De communicatie in de hersenen werkt als volgt: Zenuwcellen laten serotonine vrij in de ruimte tussen de zenuwcellen. De serotonine hecht zich aan de receptor van de cellen. Daarna wordt de serotonine vrijgelaten van de receptor en gaat het terug naar de originele cel.

De onderzoekers ontdekten dat patiënten met een sociale fobie teveel serotonine produceerden in de amygdala. Dit gedeelte van de hersenen, wat diep in onze schedel ligt, is de basis van onze primitieve emoties, inclusief angst. Hoe meer serotonine er in de amygdala wordt geproduceerd, hoe angstiger mensen zich voelen in sociale situaties.

De nieuwe bevindingen zijn niet geheel anders dan de eerdere onderzoeken, hier bleek al dat mensen met een sociale fobie een hogere activiteit in de amygdala hebben, bij angstige mensen is het angstcentrum in de hersenen overgevoelig. Nieuw onderzoek vervolledigt het eerdere werk met de suggestie dat een teveel aan serotonine de onderliggende oorzaak van angst kan zijn of in ieder geval een deel van de oorzaak is.

Serotonine verlaagd niet het angstgevoel, zoals eerder werd aangenomen, maar verhoogt het. Meer onderzoek in de onderliggende chemische processen naar angst kunnen wetenschappers helpen om te investeren in  de bekende behandelingen en mogelijke nieuwe manieren van behandeling te ontwikkelingen voor mensen met een ernstige vorm van angststoornis die slopend voor de patiënt kan zijn.

“Mogelijk moeten we nadenken over hoe we angst kunnen verminderen met  medicijnen als serotonine heropnameremmers (SSRI’s) of zij daadwerkelijk helpen bij angststoornissen.”zei Furmark.

Bron: Frick A, Åhs F, Engman J, et al. Serotonin Synthesis and Reuptake in Social Anxiety Disorder: A Positron Emission Tomography Study. JAMA Psychiatry. 2015. http://www.medicaldaily.com/social-phobia-linked-high-levels-serotonin-time-rethink-ssris-and-other-anxiety-drugs-338608

Note van Lisa: Angst verminderen met SSRI’s werkt symptoomonderdrukkend. De balans herstellen in de darmen waardoor het evenwicht in de verschillende neurotransmitters hersteld wordt, lijkt zinvoller. Dopamine en Serotonine zouden met elkaar in balans moeten zijn voor een gezonde psyche zonder angst of depressie.

Rauwe groenten en darmklachten

Als je darmklachten hebt en je wilt je eetgewoonten verbeteren, dan denk je misschien: ik ga veel salades eten en groene smoothies en dan komt alles weer goed, want vezels zijn goed en in rauwe groenten zitten de meeste voedingsstoffen.

Maar als je darmen ernstig ontstoken zijn en je diarree hebt zijn al die vezels veel te prikkelend. Je darmen kunnen dit niet goed afbreken. Iedereen reageert weer anders op bepaalde voedingsmiddelen, maar bij ernstige ontstekingen is het beter om tijdelijk geen groenten te eten.  Als je serieuze darmklachten hebt, kun je het GAPS dieet doen. Met dit dieet herstel je de darmwand en de darmflora. Dit doe je stap voor stap.  Je begint met een paar voedingsproducten en voegt steeds iets van groenten en eiwitten toe, waarna je kijkt hoe je darmen hier op reageren.

De eerste stap is soep, liefst kippensoep getrokken van biologische scharrelkippen, met goed gaar gekookte groenten. Bij ernstige diarree laat je de groenten achterwege totdat de diarree stopt. Daarna kun je groenten toe gaan voegen. Dit doe je onder begeleiding waarbij we stap voor stap bepaalde voedingsmiddelen uitproberen.

Bij stap twee kun je verse groentesappen erbij nemen.

En stap drie ook gekookt fruit. Fruit bevat suiker en vezels en is daarom dubbel belastend voor de darmen. Daarom moet je hier heel voorzichtig mee zijn.

Het herstel van je darmen kan een tot twee jaar duren, bij sommige mensen duurt het langer. Maar ja, je klachten zijn ook niet in één dag ontstaan. Gelukkig hoef je niet zo lang te herstellen als dat het geduurd heeft dat je ziek werd van voeding.

Het GAPS dieet is geschikt voor mensen met het Prikkelbare Darm Syndroom, de ziekte van Crohn, Colititus Ulceroca, Coeliakie. Maar ook voor mensen met allergien, eczeem, hooikoorts en astma.  Het dieet is ontwikkeld om de darmen te herstellen bij mensen met psychische stoornissen als ADHD, autisme en schizofrenie, omdat de darmen een grote invloed hebben op onze psychische gezondheid.

Ik zet het dieet in bij mensen waarbij een orthomoleculair voedingsadvies niet afdoende werkt. Zo kunnen we stap voor stap achterhalen wat voor jou werkt. Voeding is heel persoonlijk en alleen als je er de tijd voor neemt om je eigen lichaam te leren kennen, kun je werkelijk genezen. Uiteindelijk is het doel: genezen doordat de darmen helemaal hersteld zijn  zodat je weer alles kunt doen en eten wat je wil, mits in het redelijke.

Heb je darmklachten of een van de psychische stoornissen zoals hierboven beschreven, en wil je weten of het dieet voor jou geschikt is?

 

Neem dan contact met mij op via info@voedingsadviesrotterdam.nl